Leeskring Confessiones van Augustinus

Poëzie

In het Liedboek voor de kerken kom je naast een muzikale schat van eeuwen ook een aantal gedichten tegen. Tussen Geneefse psalmen en liederen uit alle eeuwen van de kerk en prachtige gedichten van Ida Gerhardt en Franciscus van Assisi staan ook teksten van Aurelius Augustinus. Bijvoorbeeld op pagina 1350:

(God) is licht en klank en geur en voedsel. Hij is de omhelzing van mijn innerlijke mens, Waar voor mijn ziel oplicht wat niet aan plaats gebonden is, Waar klinkt wat de tijd je niet afneemt, Waar een geur is die niet op de wind verwaait, …”

En op pagina 1439:

Laat heb ik u lief gekregen, o schoonheid zo oud en zo nieuw.

Prachtige poëzie, en meteen begrijpelijk waarom hij nu al 1500 jaar lang met liefde gelezen wordt, maar wat bedoelt deze oude zielenherder en kerkvader met deze teksten? Zijn ze nog relevant voor vandaag? 

Theologische bezinning op de vraag naar de menselijkheid

De 19e eeuw, de eeuw van de grote technische uitvindingen, de eeuw van de eerste industriële revolutie en de globalisering van de handel, is ook de eeuw van de theologische argwaan. De bijbel valt in deze eeuw steeds verder uiteen in losse stukjes, bijeengeplakt door slordige redacteuren. Het begin van Genesis schijnt bijvoorbeeld een brokkelig geheel van een paar niet samenhangende scheppingsverhalen. En bovendien lijken de afzonderlijke scheppingsverhalen volstrekt naïef en in strijd met de nieuwe evolutionaire inzichten van Charles Darwin. 

En niet alleen de bijbelverhalen worden bekritiseerd. De argwaan die in de natuurwetenschappen zeer nuttig is, is ook een aanval op de kerkgeschiedenis zoals die tot en met de Renaissance bedreven is. Het Oude Testament bijvoorbeeld wordt in deze eeuw gezien als voor het grootste deel afkomstig uit het oude Midden-Oosten. Noach was een simpeler versie van Gilgamesh, Mozes was een leerling van Achnaton, etc. Het Nieuwe Testament is in deze visie een kritiek op het wetticisme van het Oude Testament. En de vroege kerk was zo onder de indruk van de Hellenistische cultuur, de erfgenaam van de antiek Grieken, dat het grootste deel van wat er aan dogma’s zijn ontstaan, in feite niet-Christelijk maar Hellenistisch is te noemen. Of misschien is de conclusie in de 19e eeuw ook wel geweest, bij bijvoorbeeld Adolf von Harnack, dat er niet zoiets is als het echte Christendom, maar dat alles erin afkomstig is van Grieken, Egyptenaren en Babyloniërs. 

In de 20ste eeuw, vooral onder de enorme indruk van de totalitaire anti-humane systemen als het Nationaal Socialisme en het Communisme, probeerden vele westerse christenen wanhopig uit deze lessen van de 19e eeuw conclusies te trekken voor de vraag hoe wij mensen moeten leven. En deels leverde dit nadenken ook wat op. Karl Barth bijvoorbeeld heeft ons geleerd dat onze ziel niet onsterfelijk is, zoals de oude Grieken dat leerden: de liefde van God is blijvend, maar wij niet, tenminste niet vanuit onze natuur. Zo wordt de bijbelse eindigheid van mens en wereld gezet tegenover de eeuwigheid van ras en natuur. Maar of dit soort kritiek op de dogma’s van de kerk een sterk genoeg antwoord op de vraag wat een menswaardig bestaan is tegenover de krachten van nationalisme en “eigen volk eerst”, bleef de vraag.

Nu, in de 21ste eeuw lijken dezelfde spoken als in de 20ste eeuw weer op te staan. De Engelse dichter W H Auden bezocht in november 1939, 6 weken na het begin van de Tweede Wereldoorlog, een bioscoop in Manhattan, in een buurt waar toen veel Duitse immigranten woonden. En telkens als het bioscoopjournaal Polen liet zien op het scherm, brulde het bioscooppubliek: “Kill them, kill them”. En als nu de huidige, democratisch gekozen president van de Verenigde Staten in een meeting zijn volgelingen vertelt over het on-Amerikaanse karakter van moslim-vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden, dan brullen de deelnemers: “Send them back, send them back.” Die vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, maar de nationalistische gevoelens en de vreemdelingenhaat lijken op elkaar als eeneiige tweelingen. En dus hebben wij dezelfde plicht als de 20ste eeuwse theologen om ons te bezinnen op de vraag: wat kan onze christelijke traditie zetten tegenover deze oer-krachten, die net zo sterk lijken als de vroegere onsterfelijke ziel. Oer-krachten van bloed en bodem, oer-krachten van eigen gewin desnoods ten koste van de leefbaarheid van de aarde. 

Augustinus’ Confessiones

Een mogelijke strategie om antwoord te vinden op deze vraag naar een menswaardig bestaan vanuit de christelijke leer, is door te zoeken naar de antwoorden die de eerste christenen gegeven hebben. Die strategie heeft een heel eerbiedwaardige traditie. De Reformatoren, Luther en Calvijn, deden dat voortdurend. En een van de meest interessante figuren van dat vroege Christendom is de bisschop van Hippo: Aurelius Augustinus. In de Confessiones, een boekje dat hij schreef toen hij 43 jaar oud was, beschrijft hij zijn leven tot aan ongeveer zijn dertigste levensjaar als een zoektocht naar de essentie van het Christendom. Het boek is meer dan alleen maar een biografie, daar zullen we wel achter komen, maar het is in ieder geval een getuige van een grondige zoektocht naar wat een menswaardig bestaan is. En dat in prachtige, ook nu nog aansprekende taal.

Praktisch

Ik stel voor om een leeskring van 14 of 15 avonden, verspreid over 2 jaar, 1x per maand, in principe op de eerste dinsdag van de maand, op te richten, om de Confessiones, de Belijdenissen, van Aurelius Augustinus, waar de bovenstaande teksten uitkomen, te lezen. Ik zal de inleiding verzorgen over het boek, de ontstaansgeschiedenis en de invloed ervan, en ook over de biografie van deze kerkvader en diens betekenis voor de hele kerk. Maar het boek zelf gaan we proberen te begrijpen door gezamenlijke bespreking per hoofdstuk. Ieder leeskring-lid leest voorafgaand aan de avond het betreffende hoofdstuk en maakt aantekeningen van wat zij* mooi vindt en wat onrust veroorzaakt.

Per avond, op de inleiding na, bespreken we 1 hoofdstuk van de 13. Elk hoofdstuk wordt ingeleid door twee leeskring-leden die de avond voorbereiden door 2 of 3 vragen te formuleren aan de hand waarvan we proberen ons te verdiepen in de schoonheid, de wijsheid, maar ook de vreemdheid ervan. Elke avond vindt plaats in een huiskamer van een leeskring-lid: een prachtig maar vooral intiem boek als de Confessiones verdient goede koffie, lekkere koekjes en de intimiteit van het huiselijke leven. Acht deelnemers zou mooi zijn, dan krijgen we gesprek, en liefst ook niet meer, anders passen we niet in een Zwolse huiskamer. 

We kunnen verschillende vertalingen gebruiken van het boek, maar de laatste, zeer bruikbare vertaling is die van uitgeverij Damon:

Aurelius Augustinus, Belijdenissen (Confessiones), vertaald en ingeleid door Wim Sleddens O.S.A., 2009.

Te verkrijgen in de Zwolse boekhandels voor de prijs van ca. 40 euro harde kaft, of goedkoper indien met slappe kaft of tweedehands of andere vertalingen.

Eerste avond dinsdag 1 okt 20.00 uur aan de Hortensiastraat 118. Opgave uiterlijk 25 sept bij Wilhelm Weitkamp: w.weitkamp@artez.nl.

* “Zij” staat voor elk persoonsvorm van 2e persoon enkelvoud die maar denkbaar is.

Reacties zijn gesloten.