Kerk in tijden van corona. Iedere woensdag een blog

In deze turbulente tijd schrijven de vijf beroepskrachten van het cluster Adventskerk – Oosterkerk om beurten een blog. Met ingang van 1 juni is dat iedere woensdag. Ter bemoediging, inspiratie, voor saamhorigheid. We plaatsen de nieuwe blog telkens bovenaan; de eerdere blogs zijn eronder te lezen. Wilt u een blog van een bepaalde datum of beroepskracht herlezen, dan kunt u die hier vinden.

23 september – Elly Urban

Het goede leven

Wat is voor jou ‘goed’ leven? En ervaar je je eigen leven op dit moment als goed?

Het goede leven, dat is ons jaarthema, in de Adventskerk en de Oosterkerk. Voor de Startzondag in de Adventskerk stelden we de gemeenteleden van te voren een paar vragen (in een korte online vragenlijst, ingevuld door 70 personen). Graag laat ik hier wat zien van de antwoorden. Omdat ik hoop dat ze uitnodigen tot verder gesprek. Want dat gesprek en ontmoeting bij het goede leven horen, dat werd uit de antwoorden wel duidelijk!

Ervaar je je eigen leven op dit moment als goed? Ja, zei ongeveer 80% van de mensen. Dat is veel! En wat maakt je leven dan goed, wat is echt belangrijk voor je? Kijk maar mee.

De grootste uitschieter naar beneden, nauwelijks belangrijk dus, is geld. Het verbaasde mij wel een beetje dat geld zo laag scoorde. Is geld voor ons echt zo onbelangrijk? Of willen we soms misschien liever ook niet onder ogen zien dat het soms wel als belangrijk voelt? Interessante vraag….

De uitschieters naar boven zijn er ook. Gezondheid scoort het allerhoogst. Begrijpelijk, zeker nu we in de afgelopen maanden hebben ervaren dat gezondheid allerminst vanzelfsprekend is. Contacten met vrienden en familie zijn heel essentieel voor een goed leven. ‘Betekenen’, iets kunnen betekenen voor een ander, blijkt ook van grote waarde. En nog zoveel andere dingen, waar je vast iets van herkent: de natuur, een relatie, vrijheid om je leven in te richten zoals je dat graag wilt, zingen…. Geloof wordt ook vaak genoemd, en tegelijkertijd roept geloof ook vragen op, bleek uit de antwoorden. We zijn ook zoekend: wat betekent geloof precies voor mij? Hoe kan ik mijn geloof verbinden met mijn eigen leven? Op de vraag ‘wat mis je vooral, voor het goede leven’ werd verrassend vaak gezegd: perspectief, diepgang, zingeving. Is dit niet juist iets waar we als gemeente, als kerk, dit seizoen mee bezig zouden moeten zijn, in onze gesprekken, ontmoetingen?

Voor wie nog wat meer wil zien van de antwoorden: ze zijn te zien via deze link.

Het goede leven, ik eindig met een paar mooie en uitnodigende woorden van kerkvader Augustinus.

‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’

Ds. Elly Urban

16 september – Iemke Epema “Wie zingt wordt groter”

De kerk is een van de weinige plaatsen waar samen gezongen wordt. Juist dat samen zingen is nu niet mogelijk. Een lied is een gedicht dat op muziek is gezet. Woord, melodie en ritme gaan op een bijzondere manier samen. Hoe, dat merk je vooral als je een lied zelf gaat zingen. Het gaat dan letterlijk en figuurlijk door je heen. 

 Zingen is twee keer bidden schijnt kerkvader Augustinus ooit gezegd te hebben in de derde eeuw na Christus. Hij zei dat in zijn eigen taal, het Latijn: Qui bene cantat bis orat. Een klein gedicht op zichzelf, het klinkt prachtig. Bene betekent goed en bis: nog eens weer. Bis, bis!

Reformatoren als Luther en Calvijn vonden de gemeentezang ontzettend belangrijk. Ze zorgden voor liederen die iedereen mee kon zingen. Voor de Reformatie werd er niet door het kerkvolk gezongen, maar door een koor. Zoals we dat nu ook noodgedwongen doen. Van veel mensen hoor ik dat ze het zelf zingen in de dienst zo missen. En dat gaat mij zelf ook zo als ik in de kerkbank zit. Ik mis het actieve lichamelijke meedoen dat zingen is. 

In sommige kerken wordt nog steeds wel beperkt gezongen door de gemeente. Dat heeft te maken met de ruimte, de ventilatie en de aantallen mensen. Er zijn tabellen gemaakt waarin je kunt zien wat qua zingen verantwoord is, die ook wij voor de Oosterkerk en Adventskerk geraadpleegd hebben. We vinden het in onze kerkgebouwen voorlopig nog niet verantwoord om dit op zondag samen te doen, hoe jammer dat ook is.  

Na de startdienst in de Oosterkerk hebben we buiten op de Turfmarkt in een grote kring een lied gezongen met de gitaar. Want buiten is er veel meer mogelijk. Ook wordt er in de Oosterkerk door de week inmiddels weer door koren geoefend. Met strenge regels wat betreft het aantal zangers, de zingtijd en ventileren tussendoor. Ik moet zeggen dat als ik op een avond in de Bagijnehof moet zijn en dan achter de kerkdeur mensen hoor zingen, mijn hart opleeft. 

Een Oosterkerker maakte me attent op het bijzondere project Zing als vanzelf. Het is een online zangtraining op de zaterdagochtend van bariton Bert van de Wetering, gestart in Coronatijd. Heel veel mensen doen daar aan mee. Als je graag op een veilige manier wilt zingen kun je googelen op deze term en je inschrijven. Ik heb nu een keer meegedaan en werd er heel gelukkig van.  

Zingen is geluk, dat is de titel van een inspirerend en grappig boekje van schrijfster en vertaalster Barber van de Poll. Wie zingt wordt groter zegt zij, Zingen vervult, zingen is fitness voor de ziel. Ja, precies zo ervaar ik zingen, als fitness voor de ziel. 

Ik eindig met een tekst over zingen uit het Liedboek, te vinden op p. 577, van Frans Cromphout: 

Ds. Iemke Epema 

9 september – Dirk Jan Steenbergen

Het ergste moet nog komen,     of ….  De balade van de eekhoorn en de eend

Soeslo,(vlakbij Zwolle),  8 September,  2020

Lief dagboek. 

Nadat ik onze kalkoenen en eendjes gevoerd had heb ik vandaag maar weer eens hier gewandeld. Niet ver de Veluwe op maar gewoon, achter Sauna Swol, in ons eigen bosje. Veel stelt het niet voor en de grote machines die bezig zijn met de landelijke herinrichting van natuurbeheer hebben de reeën uit het bos verjaagd. Gelukkig zijn niet alle dieren zo bang voor de lawaai-machines die alleen maar uitgevonden kunnen zijn door mensen die maar weinig oog hebben voor wat echt van waarde is.  Al die herrie om de natuur mooier te maken. In de regel lukt dat ons mensen niet, de natuur mooier maken.  Juist ongerept is de  natuur is op zijn mooist maar natuurbescherming zal wel een doel hebben met deze herstructurering van ons bosje. Vast!? Invloed heb je er toch niet op.

Gelukkig zag ik een eekhoorn bezig met het aanleggen van zijn wintervoorraad. Het beestje verzamelde de te vroeg gevallen eikels en klom daarna snel weer de boom in om ze ergens te verstoppen. Eten voor de winter. Goed hoor.  Al kan hij volgens wetenschappers niet al zijn verstopplekken terug vinden. Maar goed, wat weten die ervan?

Die hamsterwoede van de eekhoorn deed me denken aan een tekst uit de Bijbel : Maak je geen zorgen voor de dag van morgen,  elke dag heeft genoeg aan zichzelf.  Dat is mooi gezegd maar zo’n beestje kan natuurlijk niet lezen. Dus die is de hele herfst druk met verzamelen,  net als de mensen aan het begin van de coronatijd. Hamsteren. Die mensen kunnen blijkbaar ook niet lezen.  Of ze lezen de verkeerde boeken of teksten. Bij een directeur van de school hing eens de tekst aan de muur :  Het ergste moet nog komen.  Ik heb er zelfs een T-shirt van, maar… beroeder dan hij kon niet. Nee, geef mij dan maar Mattheus!

Dirk Jan Steenbergen

2 september – Nelleke Eygenraam

Nelleke Eygenraam

26 augustus – Hans Tissink “Krankjorum”

Nederlands bekendste historicus Maarten van Rossem wist deze maand de knuppel in het theologisch hoenderhok te gooien. Zijn opmerking ‘Het Oude Testament is krankjorum’ deed predikanten hoog in de boom klimmen op Facebook en in Trouw. Zelf geniet ik doorgaans erg van de hoorcolleges van Maarten over onderwerpen als Amerika, populisme, wereldoorlogen en zoveel meer. Hij heeft de gave van het woord en kan heel ad rem en gevat uit de hoek komen. Zonder hem zou het programma ‘De slimste mens’ lang niet zo leuk en populair zijn.

Maar goed, hoe is het gesteld met zijn kennis van het Oude Testament? Sommige collega’s gingen in de tegenaanval. Zij citeerden schitterende passages uit de Bijbel. Maar of van Rossem daar gevoelig voor is? Ik denk het niet. Volgens mij is hij loyaal aan zijn opa, die ooit als dominee uit ongeloof zijn toga aan de wilgen hing. De beste reactie kwam onlangs van collega Jan Offringa. Laten we maar gewoon toegeven dat er in de Bijbel inderdaad passages staan die krankjorum overkomen. We kunnen toch met ons blote verstand niet bij alle oorlogsverhalen. Als je het zou optellen kom je aan meer dan 600.000 vijanden die in naam van Israëls God zijn gedood. Zo mogen sommige bijbelschrijvers het hebben geloofd, dat hoeven wij als moderne gelovigen toch nog niet te doen.

Alles draait natuurlijk om de vraag: hoe lees je de Bijbel? Letterlijke Bijbelinterpretaties lopen zoals altijd onherroepelijk vast. Ik mag gelukkig ook afstand nemen van een oorlogszuchtige, wrede God die steeds maar weer angst aanjaagt.

Hoe dan? Misschien moeten we in kerken maar aanvaarden dat we een beetje krankjorum zijn. Geloven is toch een beetje gek durven zijn en doen. Geloven is toch steeds weer stuiten op de grenzen van je verstand. Eens schreef Erasmus zijn kostelijke satire Lof der Zotheid. Erasmus laat daarin vrouwe Dwaasheid de draak steken met alles wat er mis was met kerk en wereld: corruptie, leugen, machtsmisbruik, aflaathandel, etc. Aan het eind van zijn satire komt de theologisch aap uit de mouw. Want zei Paulus niet ooit dat het dwaze van God wijzer is dan mensen? (1 Korintiërs 1) Is het niet absurd, een gekruisigde Christus? Liefde sterker dan dood? Ja, God is gek… Hij is gek op ons. Dat is krankjorum. Maar ik geloof wel dat het waar is.

Hans Tissink

19 augustus – Elly Urban “Rots”

In de stromende regen stond ik, in mijn vakantie, op het meest westelijke puntje van Frankrijk. Bretagne. Door de harde windvlagen klapte mijn paraplu om. Ik vond voor even een beschutte plaats in wat de ruïnes bleken te zijn van een abdij.

Ik genoot van deze plek, een plaats waar mensen al eeuwenlang weet hebben van ruigte, golven en wind, waar land, zee en lucht elkaar raken, aarde en hemel. Ik was ook verrast door een abdij hier, niet de makkelijkste locatie om te bouwen. Wel een plaats die je bepaalt bij de stormen van het leven, de schipbreuken en slachtoffers, de vergankelijkheid. En die je tegelijkertijd de kracht van de rotsen laat voelen, het fundament. Rotsen die daar al zo lang staan, getekend door de sporen van de tijd, duurzaam, stevig, betrouwbaar. Een plaats die je de vragen stelt waar je zelf staat en hoe stevig, wat de bodem onder je voeten is en hoe makkelijk je omver geblazen wordt. En de vraag waar je veiligheid en beschutting vindt.

In verschillende psalmen in de Bijbel wordt God een rots genoemd, een toevlucht. En een wijs mens bouwt zijn/haar huis op die rots, zegt Jezus in de bergrede. Een beeld dat ik graag wil meenemen, zo na de vakantie. Voor mezelf, om houvast te zoeken, vertrouwen te vinden, de stevigheid van die rots te ervaren. En voor ons, als Oosterkerk- en Adventskerkgemeente. Ik voel onzekerheid, hoe het ons lukt om gemeente te zijn, de komende tijd, met alle beperkingen vanwege het coronavirus die misschien nog weer strakker zullen worden. Wijsheid betekent dat we ons huis, onze gemeente, bouwen op de rots. In het vertrouwen dat die rots een goed fundament is en blijft, ook in storm en regen. Ik ben benieuwd wat dat ons gaat brengen!

Psalm 62, ‘Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen’.

Ds. Elly Urban

12 augustus – Iemke Epema

Een indringend gedicht van de Poolse dichteres Wizlawa Szymborska. Ik moest denken aan de stad Beiroet, die nu in puin ligt. Niet door oorlog, maar door de afschuwelijke ontploffingen van vorige week. Mijn mailbox vult zich deze dagen met berichten over hulpacties, door kerken, door andere organisaties.

Bij de ontploffingen kwamen minstens 150 mensen om het leven, duizenden mensen raakten gewond en 300.000 mensen zijn in één klap dakloos geworden, lees ik. En dat terwijl Libanon al op instorten stond door de corona-pandemie en een financiële crisis. Terwijl het land al werd geteisterd door hongersnood zijn er nu cruciale voedselreserves verloren gegaan. Artsen moeten operaties uitvoeren bij het licht van mobiele telefoons. De inwoners van Libanon omschrijven zichzelf als vluchtelingen in hun eigen land. Ze zijn woedend op hun regering die niets gedaan heeft om deze ramp te voorkomen en de mensen aan hun verschrikkelijke lot overlaat. Die regering is inmiddels ook afgetreden.

Op het journaal zagen we beelden van mensen van de eigen bevolking die puin ruimen, zelfs jonge kinderen helpen mee. Want iemand moet dit verschrikkelijke werk doen. Gelukkig is ook de internationale gemeenschap in actie gekomen. Nederlandse militairen reisden af. Gironummer 555 is geopend, zie onder. Aanstaande vrijdag zal een nationale en internationale actiedag zijn. Dat gebeurt allemaal ook vanuit het besef dat als er daar nu niets gebeurt en er in Libanon opnieuw een oorlog uitbreekt, de gevolgen voor de regio en de wereld niet te overzien zijn.

Er is een lange weg te gaan voordat er daar ooit een generatie op kan groeien die, zoals het gedicht beschrijft, niet meer goed weet wat er aan de hand was. Voordat er daar iemand gewoon rustig in het gras kan liggen met een aar tussen de tanden, starend naar de wolken.

Hier in Nederland zijn we bezorgd over de nieuwe Coronabesmettingshaarden en wat dat allemaal zal betekenen. We vragen ons af: hoe lang gaat dit allemaal duren? Wanneer wordt het leven weer een beetje gewoon? Die vraag zullen de mensen in Beiroet ook stellen.

Einde en begin zo heet het gedicht. Toch wel een hoopvolle titel. Er zal een keer een einde komen aan de ontwrichting. Ook al kan dat heel lang duren. Er kan weer iets nieuws beginnen op de puinhopen. Dat het die hoop is die ons gaande mag houden. In ons eigen leven nu op dit moment, maar ook als het gaat om de levens van anderen, ver weg of dichterbij. Dat het de hoop mag zijn die ons aanzet om steun te bieden waar wij dat kunnen.

Doneer

ds. Iemke Epema

4 augustus – Dirk Jan Steenbergen “Weggeven”

Ik hou van verhalen.  Verhalen met een betekenis. Die gebruik ik ook regelmatig in mijn vieringen. Waarom?  Omdat die vaak beter blijven hangen dan een lange theologische uitleg en een daaraan goedbedoelde boodschap. Ik heb dan ook veel verhalenboekjes en ik koop er ook steeds.  Soms nieuw en vaak ook oud of tweedehands. Per slot van rekening hebben sommige verhalen eeuwigheidswaarde. Al bladerend in een recent aangekocht boekje kwam ik dit verhaal tegen.

Een wijze vrouw vond ik de bergen een grote edelsteen in een rivier. De volgende dag ontmoette ze een reiziger die honger had. De wijze vrouw maakte haar tas open om haar voedsel met hem te delen. De hongerige reiziger zag de edelsteen in haar tas, sprak zijn bewondering uit, en vroeg haar de steen aan hem te geven. Dat deed de wijze vrouw zonder aarzelen.

Verheugd over zijn fortuin ging de reiziger verder. Hij wist dat de juweel zeer veel waard was. Hij hoefde de rest van zijn leven zich geen zorgen meer te maken.

Maar na een paar dagen keerde hij terug om de vrouw te zoeken. Toen hij haar had gevonden, gaf hij haar de steen terug en zei : ‘ik heb erover nagedacht. Ik weet hoeveel deze steen waard is, maar ik geef hem terug. Dat doe ik in de hoop dat u mij iets kunt geven dat nog veel waardevoller is.  Als u wilt, geeft u mij dan datgene wat u in staat stelde de steen aan mij te geven !’

Ik ga de boodschap niet uitleggen. Dat zou onzin zijn. Doe met dit verhaal wat je wilt en pas het toe waar je kan. Maar het is er een om eens lekker over na te denken en op te kauwen. En om het te laten resoneren in je gedachten. Veel denkplezier gewenst.

Dirk Jan

29 juli – Nelleke Eygenraam: “Vrij zijn”

ds Nelleke Eygenraam

22 juli – Dirk Jan Steenbergen: “Dagboek” (van een herdershond)

Het was weer op tv.  Heeft u het ook gezien?  Het beginstukje van ‘dagboek van een herdershond’.  Nu in een ander feel-good-terugblik-programma. Het blijft leuk.  De lekke band van de kapelaan en de nette vloek die aan zijn binnenste ontspruit. En dan de stem vanuit de hoge met de tekst ‘ Een slecht begin Erik Odekerke’ ! Heerlijk. Wat een intro.

En dat bracht me op de gedachte om een dagboekfragment te schrijven van nu.  Als blog of als brief. Lief dagboek,  nou….  Best dagboek…..ook niet,  dan maar alleen de datum 21 juli 2020

Het is er nog. Het virus. Het steekt hier en daar de kop weer op. In de landen om ons heen, maar ook in Nederland nemen de besmettingen weer toe. Hoe dat komt?  De maatregelen zijn versoepeld, en de mens vergeet zo gauw. We willen zo graag weer ‘gewoon’ doen. Knuffelen,  hangen in groepjes,  zingen (in de kerk), op vakantie.  Allemaal alsof er geen virus was en geen virus meer is. Maar het is er nog. En het steekt de kop weer op.

Het leek allemaal zo goed te gaan.  De berichten waren steeds positiever en ook in de kerk mocht er toch weer van alles. Dat is mooi, maar ook jammer.  Want doordat het weer normaler lijkt vergeten we de mooie dingen die corona bracht.  In de bezoeken van deze week krijg ik terug dat er minder gebeld wordt, minder kaartjes gestuurd worden, minder gedichten gedeeld etc.

En dat is jammer.  Goed, we mogen weer naar de kerk (als we durven want daar is nog steeds moed voor nodig !!). Er is af en toe weer iets van een activiteit,  met alle beperkingen en regels. Maar… De meeste ouderen lopen niet naar terrasjes. Dus zijn ze nog alleen. De meeste ouderen zijn heel voorzichtig. Dus zijn ze nog best alleen. De meeste ouderen gaan niet zomaar uit dus ………

En zo kan ik nog wel even door gaan. Maar dagboek… hoe kan ik de mensen nou uitleggen dat we allerlei dingen moet en blijven doen. Ik zou ze allemaal moeten schrijven in plaats van dat ik dit in jou als dagboek schrijf. En wat zou ik dan schrijven?  Nou, iets als :

15 juli – Nelleke Eygenraam: “Zomerhaiku’s ”

Nelleke Eygenraam

8 juli – Iemke Epema: “Ga maar op weg”

Afgelopen zondag in de Oosterkerk was het zover en hadden we de eerste dienst met kerkgangers. Toch wel heel bijzonder om weer met elkaar in de kerkbank te zitten, al was het dan met de nodige afstand tot elkaar.

Ook de kinderen waren er gelukkig deze zondag, het weekend dat de schoolvakantie net was begonnen. Ze zaten vanaf het begin in hun eigen ruimte en keken daar op een groot scherm mee naar het begin van de dienst. Zo waren ze er toch een beetje bij, al zagen we hen niet. Sommige van hen zagen we ineens toch wel, want in de kerk keken we naar beelden van het afscheid van de oudste kinderen van de kinderkring dat 14 dagen eerder had plaatsgevonden, deels in de kerk en deels in het Weezenlandenpark. Daar maakten ze samen de overstap naar Provider, heel letterlijk, door van de ene kant van het veld naar de andere te rennen. Ondertussen werden ze ‘gedoopt’ door twee jongeren van Provider met grote waterpistolen waar heel wat water uitkwam! Aan het eind van de bijeenkomst in de kerk kregen ze een zegen mee. Goede woorden om mee te nemen deze zomer, niet alleen voor deze jongeren, maar voor iedereen. De tekst vindt u hieronder.

Onder de zegen vindt u een rebus, die op een gegeven moment werd gedeeld door leiding van de kinderkring. Misschien leuk om te proberen dit op te lossen als je je deze vakantie even een moment hebt dat je niet weet wat je moet doen. En dan niet alleen voor kinderen en voor jongeren, maar voor u allemaal.

Nog niet eens zo simpel misschien. Ga maar op weg, deze zomer die anders is dan andere jaren, maar die toch ook weer gewoon zomer mag zijn. Geniet van de buitenlucht, de vrijheid en de ontspanning en van elkaar

ds Iemke Epema

1 juli – Elly Urban: “In Gods aanwezigheid – waar je ook gaat”

Boven de deur van mijn slaapkamer hangt dit schilderij, een afbeelding van een West-Afrikaans spreekwoord. ‘Waar je ook heengaat, je bent altijd oog in oog met God’. Wat de weg je zal brengen is onzeker. Dorst en ontbering, ziekte, prachtige vergezichten, ontmoetingen? Maar één ding is zeker: je beweegt in de richting van God, Gods blik rust op jou, God is met je. Een spreekwoord dat vertrouwen wil overbrengen, rust, om te gaan waar je moet gaan, in de zekerheid dat je niet alleen zult gaan.

De schoolvakanties gaan binnenkort beginnen. Er zal minder veel en ver gereisd worden dan in andere jaren, en juist nu voelt het misschien ook wel spannender als we er wel op uit trekken, dichterbij, verder weg.

Ons dagelijks Oosterkerk-Adventskerk-blog verandert vanaf vandaag in een wekelijks blog, op de woensdag. Vanwege de vakanties, maar ook omdat we elkaar weer meer kunnen zien. Vanavond is in de Oosterkerk de eerste oefenviering, en zondag de eerste ‘echte’ viering sinds lange tijd. Het is spannend, het zal ook vreemd aanvoelen, maar ik kijk er wel naar uit. Een weg met een onzeker verloop, hopelijk een weg die ons goed zal doen, met uitzicht op steeds meer ontmoeting en bewegingsruimte. En ook hier geldt: waar we ook gaan, hoe de weg ook zal lopen, het is in Gods aanwezigheid.

Het spreekwoord op het schilderij herinnert me aan de bekende Bijbelse zegenbede. Moge Gods aangezicht over jou lichten. Het licht van Gods gelaat schijnt over jouw leven. Die zegen spreek ik graag uit en die geef ik jullie ook vandaag mee. Waar je ook gaat, hoe je weg ook loopt, deze week, deze vakantietijd, je gaat met God. Ga in vertrouwen, de Heer zegent je en Hij beschermt je. Het ga je goed!

Ds. Elly Urban

30 juni – Dirk Jan Steenbergen: “Vergaderen”

Dirk Jan

29 juni – Hans Tissink: “Zonde”

‘Jullie schrijven veel te positief en te lief in jullie blogs. En ik mis verwijzingen naar de Bijbel.’ Deze reactie van een lezeres verdient aandacht. Ik neem de uitdaging aan. Ik zou haar bewering natuurlijk kunnen pareren met een tegenoffensief: ‘Blogs hoeven toch niet per se Bijbels te zijn. Wat is er mis met een stuk positivisme in deze turbulente coronatijd?’ Maar dat is weer zo negatief en onaardig. Laat ik de handschoen oppakken en alle registers uit mijn theologisch orgel voluit opentrekken. Houd u vast. Schrik niet.

Wij zijn allemaal zondaren, deze sombere mensvisie heeft Bijbelse papieren. Niet het goede, maar het kwade, dat doe ik, zegt Paulus (naar Romeinen 7: 15). Wij zijn geheel onbekwaam tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad, benadrukt de Heidelbergse Catechismus. Mensen zijn ontoerekeningsvatbaar. Wij deugen niet. Geen leuke diagnose. Maar deugt de stelling wel dat we allemaal deugnieten zijn?

In streng religieuze kringen klinkt deze zondeleer nog wekelijks vanaf de kansels. Het is slecht met mens gesteld, we zijn verdoemd en voor eeuwig verloren.

Het woord zonde klinkt uitermate zwaar. Er zijn veel mensen onnodig mee belast en psychisch beschadigd. Maar als wij dit woord zouden schrappen uit de Bijbel en traditie missen we ons doel. Dat zou ook weer zonde zijn.

Het blijft balanceren: we moeten allemaal erkennen dat we soms de plank misslaan. Onze gedachten, woorden en daden zijn soms verre van voorbeeldig. Dit zelfinzicht zou elke kerkelijke gemeenschap sieren. Zouden we dan onze zonden moeten tellen net als onze zege-ningen? Eén voor één. Het luistert nauw. Ik pleit voor een eerherstel van de biecht. En het verootmoedigingsgebed is aan een revival toe. Als na het benoemen van onze zonden (egoïsme, materialisme, vooroordelen, negativisme, subtiel racisme, etc.) toch ook maar volop ruimte overblijft voor het vervolg: vergeving, verzoening en genade.

Want dat is evangelie: Er is nog een God, die ons kent beter dan wij onszelf kennen (Psalm 139). Hij blijft maar wenken en zwaaien met zijn liefdevolle handen. Zijn warme hart zal altijd voor ons kloppen. Eeuwig duurt zijn trouw (Psalm 118 en 136).

Hans Tissink

26 juni – Elly Urban: “Behoud het goede”

‘Onderzoek alles en behoud het goede’, zo’n Bijbelse uitspraak (1 Tessalonicenzen 5) die een tegeltjeswijsheid is geworden. Wat is het goede dat we zullen behouden, of misschien zelfs verder uitbouwen, na deze coronatijd? Zelf moest ik vandaag denken aan alle mogelijkheden die internet en social media bieden. Deze week zou ik eigenlijk een aantal collega’s van ICCO ontmoeten, uit verschillende werelddelen. Dat kon natuurlijk niet doorgaan en we besloten de bijeenkomsten online te houden. Een creatieve adviseur hielp ons om daarbij allerlei online mogelijkheden te gebruiken: gele post-it briefjes op online flaps, korte filmpjes om iets te laten zien, we kregen zelfs een online kookles van een collega uit Myanmar. Natuurlijk was het anders dan anders, maar het is interessant om juist ook te kijken wat de voordelen zijn. Zoveel minder kosten, vliegkilometers, tijdsinvestering. Dit zullen we vaker blijven doen denk ik, net zoals veel mensen verwachten meer thuis te blijven werken. Behoud het goede.

Soms hoor ik sceptische geluiden, over social media en mensen die altijd ‘op hun telefoon zitten’. Het echte contact zou daardoor verschralen, we zouden allemaal in onze eigen bubbels leven. Natuurlijk, er zal een kern van waarheid inzitten maar het goede is er ook! Wat een zegen zijn die digitale mogelijkheden als het contact op andere manieren beperkt moet blijven.

Ik ben heel nieuwsgierig op welke manier we die mogelijkheden en ook creativiteit zullen blijven benutten. Als de kerkdiensten weer voorzichtig van start gaan bijvoorbeeld. Ik vind het heel interessant om te leren hoe je ook in en rond een kerkdienst gebruik kunt maken van internet en social media, meer dan alleen een ‘klassieke’ dienst streamen. Niet iedereen zal in de kerk (kunnen) komen en gemeente-zijn is ook meer dan de kerkdienst. Ik zou het leuk vinden om nieuwe manieren van interactie en verbinding te onderzoeken. Soms zal het mislukken, vast en zeker, daarvoor is dan de prullenbak. Behoud het goede. Wat dat goede precies is, dat weet ik nog niet. Maar onderzoeken, daar sta ik wel open voor. En mocht u leuke ideeën hebben: kom maar op!

Ds. Elly Urban

25 juni – Iemke Epema: “Geboorte, geheim”

In de eerste weken van de Coronatijd, toen de dreiging van het virus nog nieuw was en het aantal besmettingen snel opliep, werden er binnen de Oosterkerkgemeente vier kinderen geboren. Twee meisjes en twee jongetjes. En er werden gemeenteleden opa of oma in Corona-tijd.  Inmiddels heb ik alle vier kinderen gezien. Anders neem ik zo’n baby’tje altijd graag even op schoot als dat mag. Maar nu hadden soms zelfs de eigen grootouders hun kleinkind nog niet vastgehouden. Dus keek ik alleen, van een afstandje, met eerbied. Vanwege het grote ge-heim dat elke geboorte is. Nieuw leven dat begint, dwars tegen alles in. Een wereld van mogelijkheden die opengaat.

Een van bijzondere uitspraken van onze oudste was toen hij twee of drie jaar was. Ik haalde hem op van het kinderdagverblijf. Hij zat bij mij achterop de fiets en informeerde vanuit zijn stoeltje: ‘Mamma, heb ik ook ouders?’ Dat woord had hij blijkbaar op de crèche gehoord. Het was iets dat kinderen hadden. Zou dat ook voor hem gelden? ‘Ja hoor, jij hebt ook ouders’ zei ik, en legde hem uit hoe het zat. Hij was tevre-den. Af en toe halen we dit verhaal weer op. Vooral op momenten dat hij even niet zo tevreden is over die ouders, die van alles voor hem willen bepalen.

Deze vier pasgeborenen hebben ook ouders. Juist in deze ongekende tijd kregen zij een kind. Ze moesten zich niet alleen tot het spannende van de bevalling verhouden, maar ook tot de beklemmende realiteit van het virus. Die ouders willen hun kind allemaal graag laten dopen. Omdat ze de geboorte van hun kind ervaren als een groot en sprake-loos makend geheim. Omdat ze geloven in een macht en aanwezigheid die de macht van hen als ouders overstijgt en zij hun kind daaraan willen toevertrouwen.

Maar hoe doop je kinderen in Coronatijd? Er was door de PKN iets bedacht met een stok en een doopschelp, zodat de doophandeling op anderhalve meter afstand zou kunnen plaatsvinden. Niemand in ons predikantenteam die daar iets in zag. Dan maar liever langer wachten. Gelukkig is de richtlijn inmiddels dat de doophandeling ‘gewoon’ plaats kan vinden. Het is maar een heel kort moment. En dit sacrament vraagt gewoon om nabijheid. Maar verder is zo’n doopdienst nu wel heel an-ders natuurlijk. De anderhalve meter afstand tussen de kerkgangers. Niet zelf kunnen zingen. Geen felicitaties ontvangen en geen koffie na de dienst. Sommige ouders wachten daarom liever met dopen tot ‘het nieuwe normaal’ plaats gemaakt heeft voor iets dat meer lijkt op wat eerder normaal was. Andere kiezen toch voor deze zomer dopen. Ook hier moet ieder zelf bepalen wat het zwaarste moet wegen. En verdient iedere keuze het respect van anderen. Ik verheug me op de doopdienst op 30 augustus. En op wat er verder in het verschiet ligt.

Wieg, Roze, Lente, Wilde Bloemen, Bloemen, Baby

ds Iemke Epema

Onderstaande blog is geschreven door ziekenhuispastor Annie Hasker, die in het begin van de Coronatijd ook al een keer gastschrijver was.

24 juni – Annie Hasker: “Verdriet op afstand”

Isala is voor mij vertrouwd terrein. In mijn functie als geestelijk verzorger kom ik op uiteenlopende plaatsen. Ik ken er de weg. Voel me er thuis. Geniet van de plantenbakken, de binnentuinen, de vele contacten met patiënten en collega’s. Maar sinds corona rond waart, heerst ook in Isala een andere sfeer. Bij de ingangen wordt gecontroleerd wie binnenkomt. Met rood-witte markeringslinten wordt aangegeven waar je niet mag zitten. Er zijn middenstrepen in gangen. Alles is erop gericht dat we anderhalve meter afstand kunnen houden. Dat is nodig, en dat is veilig. Maar het voelt akelig. Verbondenheid gaat niet meer vanzelf. Bij mijn bezoeken aan patiënten houd ik keurig die anderhalve meter aan.

Natuurlijk: hygiëne moet voorop staan, zeker in Isala. Wie ziek is, is immers extra kwetsbaar. We waren daarin al flink getraind. Voor èn na elk patiën-tencontact ontsmetten we onze handen. Als personeel dragen we om die reden geen ringen meer. En al jaren hoesten we in onze ellenboog. En we gebruiken wegwerp zakdoekjes.

Ik ben opgegroeid met stoffen zakdoeken. Mijn vader had van die grote. Die gingen na gebruik gewoon weer in zijn broekzak. En mijn moeder deed ze in de kookwas. En daarna werden ze gestreken en op rechte stapeltjes gelegd. Mijn vader zou ongelukkig zijn geweest zonder zijn zakdoeken. Wegwerpzakdoekjes, die waren te klein en te dun vond hij. Maar sinds corona er is, staat hygiëne voorop. Het zou zomaar kunnen dat ook de ouderwetse stoffen zakdoeken worden verboden.

Voordat het zover komt, wil ik een herinnering met u delen. Het was kort voor kerst, jaren geleden. Ik had verdriet en mijn moeder kon niet komen. Ze stuurde me een envelop, wat dikker dan anders. Tussen een kaart gevouwen zat een teer zakdoekje met een takje hulst met besjes erop geborduurd. Het was nog van mijn oma geweest stond op het kaartje. Dat zakdoekje heb ik nog.

Ondanks de afstand voelde ik de troost en de verbondenheid met mijn moeder.

In Isala zijn veel mensen met verdriet. Door de eenzaamheid kunnen pa-tiënten hun verdriet moeilijk uiten. Bezoek is beperkt. En wie een poliklinische afspraak heeft, moet als dat kan alleen komen. Met elkaar meeleven in verdriet is dan lastig. Ook als je wel bij de ander bent. Je staat met lege handen. Vertrouwde manieren van troosten mogen niet meer: even een arm om iemand heen die huilt. Of iemands tranen drogen. Iemand onder-steunen die het zwaar heeft.

Verdriet op anderhalve meter, dat vraagt creativiteit.  Mijn moeder stuurde me dat zakdoekje. Troosten met een echte zakdoek. Een mooi gebaar dat de afstand overbrugt. Laten we creatief zijn binnen de grenzen van de hygiëne! Onze verbondenheid is kostbaar.

Annie Hasker

23 juni – Dirk Jan Steenbergen: “Losse gedachten”

Nu alles zo langzamerhand weer opstart ligt mijn tafel ook weer vol. Allerlei tijdschriften die mij moeten inspireren tot bezinning. En na die bezinning weer tot het delen van mijn gedachten en geloof tot inspiratie van anderen. De tijdschriften op mijn tafel zijn vooral blaadjes die ik al lang geleden had kunnen lezen maar waar ik in deze tijd eindelijk aan toe kom. Zo ligt er iets over de week van gebed van 2017. Thema : Jouw hand, mijn glimlach. Daarin stond dit (pinkster)lied

In een ‘oikomene’ van vorig jaar (Van God is de aarde) las ik een deel van een Indiaans gebed :

In de ‘Open deur’ van mei van dit jaar staat :

Dat is een mooie tekst voor een nieuw begin uit een moeilijke periode. En zo liggen er nog veel meer mooie woorden. Gedichten en gedachten die jullie wellicht nog eens tegen zullen komen in een van mijn vieringen. Ik eindig deze blog met het laatste couplet van het pinksterlied dat ik citeerde. Lied 970 :

Laten wij dat niet vergeten. We kunnen mooie woorden spreken maar ‘Christus is ons fundament’

Dirk Jan Steenbergen

22 juni – Hans Tissink: “Coronamoe”

Deze blog schrijf ik met horten en stoten. Normaal stromen de woorden over mijn scherm. Maar nu is het zondagavond en ik heb nog geen letter op mijn pc. De deadline werkt op m’n zenuwen. Ben ik uitgeschreven? Is deze blogreeks aan vakantie toe? Ik puf uit van een avonddienst elders in een kerk met 10 mensen. Moet ik schrijven over coronamoeheid? Ik hoor links en rechts om me heen dat mensen het zat zijn. Stop met het woord corona. Praat er niet over. Schrijf geen blogs meer. Wee, als je het woord nog een keer laat vallen in een kerkdienst. We zijn het zat, dominee. Ik zwijg…het coronavirus lacht in haar vuistje.

Er zijn natuurlijk veel interessante onderwerpen om een blog mee te vullen. Racisme, politiek, milieu, de synodevergadering van de PKN, Vaderdag, het mooie weer, mijn nieuwe regenton, vakantieplannen, etc.

Maar vroeg of laat duikt corona toch weer op in mijn gemoed. Sorry, beste lezer, ik kan het niet helpen. Ik zit gek in elkaar. Bij mij is het coro-voor en coro-na. We zijn als individuen en als kerken nog niet van het kwade virus af. Zeker, het is rustig op de IC’s, het aantal nieuwe slachtoffers is gering, maar het gevaar is bepaald nog niet weg. We leven nog steeds op afstand en onze kerkdiensten vinden in besloten kring plaats. Niet zingen s.v.p. Maar zingen doen we juist zo graag.

Toch nog even de synode dan. Kerken moeten zich volgens de nieuwe visienota meer mengen in het publieke debat. We hebben niet alleen het altaar van de eredienst, maar ook het altaar van de samenleving. Van harte mee eens. Laten we uit onze bubbel komen. Stop alle interne haarkloverijen. Ga de markt op. Net als Paulus ooit. Zeg op de moderne Areopagus dat het altaar voor de onbekende God naar niets anders kan verwijzen dan naar het Mysterie dat Liefde heet. Wij zullen moeten kijken en luisteren op de straten en de pleinen met de ogen en oren van Christus. De kerk moet de wereld in. Het publieke debat moet serieus worden gevoerd met mensen van alle rangen, standen en geloofsovertuigingen. De Liefde vraagt om daden in het alledaagse.

In coronatijd en daarna…wie wandelt in liefde, wordt nooit moe.

Tjonge, en toen was mijn blog toch ineens klaar…

Hans Tissink

19 juni – Elly Urban: “Onder de jasmijnboom”

Veel minder dan anders leef ik uit mijn agenda. De agenda ziet er ook heel anders uit. Bijna geen afspraken in de avonden, dat blijft een vreemde gewaarwording. Sowieso veel minder afspraken, bijeenkomsten, vergaderingen. De dagen vullen zich nog steeds, maar meer ongepland. Meestal heb ik ook wel in mijn hoofd wat gedaan moet worden, zonder de (ouderwetse) papieren agenda.

Gisteravond lag die agenda open op mijn bureau. Blog schrijven, staat er met duidelijke letters ingeschreven, bij de donderdagavond. Maar de woorden bleven ongelezen, de blog ongeschreven.

Ik verloor me in de prachtige zomeravond. Bijna de langste dag. Ik ging sporten, mijn sportschool houdt buitenlessen nu het binnen nog niet kan, maar buiten is eigenlijk ook veel fijner. Daarna zat ik in de tuin. Eerder die dag had ik het terras geveegd, want de onweersbui van woensdagavond had het terras veranderd in een wit tapijt van jasmijnbloesem. Woensdagavond, toen wij in de Oosterkerk voor het eerst in lange tijd elkaar weer troffen, als kerkenraad. Wat een zegen! We spraken over de komende weken, als de kerkdiensten weer langzaam worden gestart. Mooi vooruitzicht en vooral zo goed om elkaar weer te kunnen zien, in de ogen te kunnen kijken.

De jasmijnboom in mijn tuin bloeit overweldigend, en ik snuif de geur op. Zo zoet, zo zomers.

Een uitgebreid afscheid, helemaal op maat verzorgd. | De laatste Eer

Ik lees dat de naam jasmijn uit het Perzisch komt, en ‘Geschenk van God’ betekent. De avond is warm en lang en licht, en ik lees een boek. Vrolijke stemmen komen uit de tuin achter ons, een studentenhuis waar jongeren hoorbaar genieten van het weer samen kunnen zijn. Ik geniet met ze mee, jongeren hebben het zwaar in deze tijd en hebben juist die ontmoeting ook zo nodig. De agenda blijft ongezien en ik ga slapen. Vanochtend word ik wakker en denk: BLOG! Nu toch geschreven, te laat. Dat is dan maar zo, deze week, denk ik. De avond onder de jasmijnboom, zoet en zomers en licht, was een geschenk van God. Nu weer ademhalen, een nieuwe dag, een nieuw geschenk

ds. Elly Urban

18 juni – Iemke Epema: “Wie ben ik ?”

Het is ochtend als ik aan deze column begin. Beide kinderen zijn naar school. Wat een heerlijke rust in huis. Dat ervaar ik nog steeds als iets heel bijzonders. Bij de koffie lees ik in de krant een column van Welmoed Vlieger, een van mijn favoriete columnisten. Ze begint met de vraag: Wie ben ik werkelijk? Is er op deze wereld een plek voor mij, een betekenis voor mij, voor mijn persoon, voor mijn leven?

De column heeft de titel Aan wie zal ik mijn leven geven?  Ze schrijft over jongeren die in deze wereld op zoek zijn naar oriëntatie, houvast en betekenis. Hoe kunnen jongeren zichzelf leren kennen in een samenleving die voor een belangrijk deel drijft op uiterlijkheid, groepsdenken, prestatiedrift en succes, en waarin door commercie gedreven influencers bepalen hoe je je moet kleden en gedragen om erbij te horen?  Hoe leren ze zichzelf te aanvaarden, te vertrouwen op de diepe bron van Liefde die hen draagt, hoe komen ze daarmee in contact?

Met de vragen uit de column nog in mijn hoofd loop ik naar boven en open een mail van een medewerker van jongerenorganisatie JOP (Jong Protestant). Ze stuurt me een artikel waarin een bijzonder verhaal verteld wordt. Het speelt in een klas op een basisschool in Amsterdam met 8- en 9-jarige kinderen. De culturele en levensbeschouwelijke achtergrond van de kinderen is divers. De juf vertelt hen het verhaal van de profeet Jona uit de Bijbel en dat van de profeet Joenoes uit de Koran. De kinderen ontdekken overeenkomsten en verschillen. De rol van God bleef in het gesprek nog wat op de achtergrond. Maar dan dient Houdayfa zich aan.

Wat een verbluffende uitleg: Maar God riep zichzelf. Toen was God die vis. God als de macht die hem eerst ruimte bood om tot zelfinzicht te komen en toen weer grond onder de voeten gaf. Wat een diep inzicht van een 9-jarige in de bron die ons draagt. Dit kleine verhaal ontroert me op deze dag. En het vervult mij met hoop. Hoop in de kracht van dat eeuwenoude verhaal van God en mensen. Dat Verhaal zal zijn werk echt wel  blijven doen. Ook in deze bizarre tijd. Ook te midden van alle verwarring, vervreemding, verdeeldheid en vragen. We hebben het nodig

Iemke Epema

17 juni – Nelleke Eygenraam is op de fiets gestapt……

16 juni – Dirk Jan Steenbergen: “Coronacake en Coronakilo’s”

Ik heb net een cake gebakken. Dat wil zeggen. Hij staat in de oven. Een corona-cake,  welnee.  Een gezonde cake uit het receptenboek van ‘afvallen in 50 dagen’. Een aardbeiencake met aardbeien (de naam zegt het al), havermout, speltmeel, bakpoeder en eieren. Wel toegevoegd maar niet in het recept : 1 zakje vanillesuiker. Afvallen is goed maar het moet wel lekker blijven.

De meeste mensen komen aan in deze tijd. Als ik de media tenminste moet geloven. Ik niet, ik val af. Niet alleen door het wandelen maar ook omdat ik mijn eetgewoontes heb veranderd sinds januari. Dat valt niet mee maar ik luister goed naar onze knuffel-neuro-wetenschapper en met overgewicht is het virus extra gevaarlijk. Afvallen en bewegen is het motto. Dus dat moet dan maar.

En dus staat er nu een gezonde cake in de oven waarvan een plakje als tussendoortje kan dienen tussen de koolhydraat arme maaltijden in. Ik hoop maar dat het een beetje lukt maar ik zie de bovenkant al snel don-ker worden.

Bakken.  Dat deden de Israëlieten ook bij bepaalde feesten. Ze bakten ongezuurde (platte) broden bij uittocht uit Egypte. Matzes noemen we die. Hamansoren zijn koeken die dienen ter herinnering aan de red-ding in het boek Esther. Hierin dreigde het Joodse volk in de diaspora uitgemoord te worden. Ester en Mordechai wisten dat te voorkomen en de boosdoener, Haman,  werd op een paal gespietst. Baksels die pasten bij een feest over bevrijding.

Zou bij het einde van de corona-jaren, ervan uitgaande dat dat einde er komt, de gezonde aarbeiencake als bevrijdingsbaksel dienen?

Ik heb de cake net uit de over gehaald. Donker. Ik heb hem geproefd en nu weet ik het zeker. Geen winnaar van ‘Heel Holland bakt’. Ook niet van ‘Heel Holland bakt gezond’. Maar wel lekker met roomboter en sui-ker.  Maar ja,  dan zijn matses ook goed te doen.

Dirk Jan Steenbergen

15 juni – Hans Tissink: “Beeldbellen”

De coronacrisis dwong me onder meer tot een ontdekkingsreis in het beeldbellen. Tot voor kort facetimede ik alleen maar met mijn broer in Nieuw-Zeeland. Vanaf maart ontwikkelde ik me noodgedwongen in de kunst van het zoomen, skypen of video whatsappen met meerdere mensen tegelijk. Het gezamenlijk beeldbellen met collega’s en modera-menleden ging trouwens niet zonder slag of stoot. Zo hing een diaken minutenlang ondersteboven in beeld totdat we haar 180 graden wisten te draaien. En een verre collega nam tijdens een videogesprek zijn huistelefoon op en trakteerde ons onbedoeld op een pastoraal gesprek met een ziek gemeentelid. Zelf blunderde ik ook na een zoomupgrade waardoor het beeldscherm zwart werd. Black lives matter… je wilt zeker protesteren tegen racisme, zo luidde het jolige oordeel van mijn gesprekspartners. Beeldbellen blijft behelpen. Ik ben blij dat we weer wat meer fysiek kunnen vergaderen, zij het op anderhalve meter afstand.

Mijn laatste zoomgesprek ging trouwens over het tweede gebod ‘Maak geen gesneden beelden van God’. Anselm Grün zegt daar mooie dingen over. We moeten noch God noch de medemens vastleggen in nauwe kaders en vaste plaatjes. Misschien droomde ik daarom wel van de vol-gende godsontmoeting:

Daarop volgde een lange stilte… en het vuur veranderde in een duif en vloog weg uit mijn beeldscherm. Ik ontwaakte en bleef een poos spra-keloos. Beeldbellen met God…was het virus nu in mijn hoofd gaan zitten?

Totdat ik later het volgende las bij Ruben Alves (1933-2014), een Braziliaanse theoloog van het alledaagse: ‘Hoe zullen we over God spreken? Dat hangt helemaal af van het ritme van het leven en van ons verlangen. Soms is God een vrouw, soms een man, soms een kind, soms de wind, soms…’

Gelukkig, mijn verbeelding mag er zijn. God overstijgt elk beeld. Als je maar af en toe contact met hem hebt. Dat is genoeg.

Hans Tissink

12 juni – Elly Urban: “Beeldenstorm”

Ik moet denken aan een foto, die ik ergens boven in een doos moet hebben. Genomen in Bénin, waar we woonden in de jaren ’90 van de vorige eeuw. We maakten een reis naar het noorden van het land, waar Peul herders rondtrekken met hun koeien. De foto die ik in gedachten heb kan ik zo snel niet vinden, daarom hier een andere foto, om een beeld te krijgen van dit herdersvolk.

Tijdens een wandeling kwamen we een groep herders tegen, vrouwen met baby’s op de arm. Ik droeg ook een baby, één van onze kinderen. Er moesten foto’s worden genomen. Onder grote hilariteit ruilden we de baby’s, ik een zwart Peul-kindje op de arm, een Peul-vrouw ons witte kind.

In de tijd dat we in Bénin woonden heb ik ontdekt hoe Nederlands ik ben. Hoe ik gestempeld ben door de cultuur waarin ik ben opgegroeid. Hoe moeilijk het is om je echt in anderen te verplaatsen, anderen met een heel andere achter-grond. Verschillen die niet neutraal zijn, omdat de verschillen in huidskleur en cultuur ook verschil meebrengen in macht, in rijkdom, in aanzien. Een leer-proces, waarin ik soms, met schaamte, onder ogen moest zien hoezeer ik zelf ook vooroor-delen en racistische beelden in me draag.

Die ontmoeting met de Peul-vrouwen en hun baby’s was een moment waarop die verschillen ineens even wegvielen. Het contrast in geschiedenis, levensstijl, taal en cultuur, kon bijna niet groter zijn tussen mij en deze vrouwen. En tegelijkertijd droegen we baby’s op de arm, gaven borstvoeding, maakten onze baby’s aan het lachen, waren we blij en verwonderd over elkaars kinderen. Dat is op die foto vastgelegd, voor mij een klein monumentje van vreugde, verbinding, liefde, mens-zijn.

Het nieuws is vol van protesten en acties tegen racisme. Dat is goed, dat we dat kwaad onder ogen zien, opstaan, verandering zoeken. Kritisch terugkijken naar ons verleden en onze cultuur, waardoor we gestempeld zijn, is leerzaam en het is ook goed om sommige beelden (letterlijk en figuurlijk) te slopen. Maar meer nog dan dat hoop ik dat we in onze eigen levens nieuwe beelden oprichten, monumenten van verbinding, van mens-zijn over alle grenzen heen.

ds Elly Urban

11 juni – Iemke Epema: “Uitzicht”

Opnieuw een gedicht van Marjoleine de Vos, -ik kan het niet laten. Het staat in haar bundel Uitzicht genoeg. Prachtige titel, vind ik, die al heel veel zegt. Uitzicht, -letterlijk en figuurlijk. Het is er, het wordt ons geboden. Uitzicht genoeg. Maar zien we het ook? Kijken we wel goed?

Onze kinderen weten heel goed wat voor ons het zwaarste weegt als we een plek zoeken om op vakantie te gaan. Of als we speuren naar een pauzeplek-je tijdens een wandeltocht. Als zij zelf een suggestie doen die door ons wordt afgewezen, mopperen ze: ‘Zeker niet genoeg uitzicht?’ Liever wat minder comfort dan geen mooi uitzicht.

Ons plan was om dit jaar de bergen in te gaan. Plekken opzoeken waar je heel ver kunt kijken. We weten niet of het doorgaat. Zoals er zoveel is dat we momenteel nog niet weten. Ver vooruit kijken gaat niet in deze tijd. Afwachten, -dat is een woord dat je nu heel veel hoort.

Lastig, vind ik. Het plannen willen maken zit ons blijkbaar in het bloed. Tegelijkertijd denk ik: waarom perse van te voren alles al willen weten? Laat het los! En ik merk dat alle beperkingen van de laatste tijd me ook helpen meer in het heden te leven. Ik meen ineens beter te begrijpen wat bedoeld wordt met de raad uit het evangelie om je geen zorgen te maken om de dag van morgen. Wat is het toch waar dat elke dag genoeg heeft aan zijn eigen last.

Kijk bij je voet, -daar probeer ik me dagelijks in te oefenen. Mijn eigen na-bije omgeving heb ik in de afgelopen tijd heel anders leren kennen nu ik bijna elke dag een korte wandeling maak. Ik zie dingen die ik eerder niet zag. Zeker, ik hoop toch dat we deze zomer op reis kunnen. Op een veilige en ontspannen manier. En dat hoop ik ook voor u, als u zich daar ook op had verheugd. Tegelijkertijd besef ik dat het meer gaat om hoe je kijkt dan waar je bent. Dat wat je zoekt is hier.

Dat er uitzicht genoeg mag zijn op de plek en in de omstandig-heden waar u nu verkeert. Ik wens u toe dat u dat deze zomer mag ervaren, waar u ook bent.

Iemke Epema

10 juni – Nelleke Eygenraam: “Toch maar weer haiku’s”

Nelleke Eygenraam

9 juni – Dirk Jan Steenbergen: “Lichtpuntjes in corona-crisis”

We zijn er nog niet vanaf. Dat is duidelijk.  Op de dag dat in  Nieuw-Zeeland de laatste corona-patient genezen is verklaard constateren we in Nederland dat we hier nog lang niet zover zijn. Wel zijn er voor de kerk (en alle andere mensen) lichtpuntjes te ontdekken in de corona-tunnel.

Lichtpuntje 1

De horeca mag weer (beperkt) open. Vooral leuk voor de jeugd, geloof ik,  maar het neemt wel iets druk van de ketel. Mijn zoons hadden voor afgelopen vrijdag in ieder geval een plekje in de kroeg gereserveerd. Daar komen ze (corona of niet) helaas vaker dan in de kerk.

Lichtpuntje 2

De basisscholen openen weer compleet. Een opluchting voor kinderen en ouders. Kinderen zien hun klasgenootjes en ouders zijn voor even verlost van hun bloedjes. Dat is best fijn, hoeveel je ook van de kinderen houdt.

Lichtpuntje 3

En de kerk begint weer heel voorzichtig. In Juli worden waarschijnlijk ook bij ons de eerste vieringen gehouden met live-publiek. Helemaal zeker is dat nog niet maar dat moment komt steeds dichterbij. Hoe dan ook. We mogen nog niet samen zingen maar we zijn in ieder geval weer (een beetje) samen.

En zo voldoet de verlichting van de coronamaatregelen aan een belangrijke menselijke behoefte. We kunnen weer contact hebben met elkaar. Misschien blijft de huidhonger (aanraken gaat moeilijk op 1,5 meter) wel bestaan maar we komen langzamerhand weer onder de mensen, onder leeftijdsgenoten.  We zien andere mensen dan de enkeling die we (mis-schien) nog wel konden spreken. Datgene wat we als volkomen normaal beschouwden hebben we nu maanden moeten missen. En dat komt weer een beetje terug. Zo heb ik vandaag voor het eerst weer ‘live’ vergaderd met de collega’s van de de Oosterkerk en de Adventskerk. Dat is toch prettiger dan ‘online’.

En nu zit ik op mijn studeerkamer. En ik blader door plaatjes die ik ooit eens heb aangeschaft om uit te delen na een kerkdienst. Nooit gebruikt. De elastiekjes erom heen zijn gaar geworden en breken. Knappen kun je het niet noemen 😊.

En daar, op die kaartjes, staan zomaar twee teksten op die hier prima bij passen :

In Klaagliederen 3:31  staat: De Heer laat ons niet voor altijd alleen

En in Genesis 16: 13 zegt Hagar tegen de Eeuwige : U bent een God, die mensen ziet, Ik heb gezien dat U ook mij ziet.

Mooi hé, zomaar twee teksten met een lichtpuntje. Van mensen die ook in donkere tijden verkeerden

Dirk Jan

8 juni – Hans Tissink: “Laatste afscheid in coronatijd”

Afgelopen Pinksteren stierf een goede vriendin. Ze was nog maar 56 jaar. Corona zette ons opnieuw op afstand. De laatste maanden konden mijn vrouw en ik vanwege het virus niet meer bij haar op ziekenbezoek. Het contact bleef beperkt tot bellen, appen en mailen. Dat was al moeilijk. En nu moest ook de afscheidsdienst nog eens in besloten kring plaatsvinden. Die vervloekte coronamaatregelen. Geen omhelzing, geen kus, geen schouderklop. We moesten alles thuis online volgen. Het went maar niet. Gebeamde foto’s herinnerden me aan onze jarenlange vriendschap. Ik zag in gedachten alles voorbijkomen: studietijd, bruiloften, geboortes van de kinderen, jubilea, etc.

Het afscheid op tv was ondanks de afstand toch ontroerend en warm. Wat kunnen goede woorden, mooie muziek en passende rituelen toch veel betekenen, zo realiseerde ik me. De voorganger hield een voorbeeldige overdenking. Zij verbond de eerste vijf verzen van Genesis aan het leven van onze vriendin. De aarde was woest en leeg…zo voelde de boodschap van de ongeneeslijke ziekte. Alles werd donker. Alleen de Geest zweefde over het water. Water, beeld van een crisis die elk mens kan overspoelen. En toch, de Geest…zweven kan ook ‘broeden’ betekenen. God begint iets nieuws. Zo verliep het ook tijdens de jarenlange ziekte. Donker en licht wisselden elkaar af. Er was crisis, maar ook geluk. Er waren verdriet en pijn, maar ook licht, liefde en heel veel warmte.

Op de vroege morgen van Pinksteren blies zij haar laatste adem uit. Zij gaf de geest. Het einde? Over en uit? De bevriende dominee haalde in alle verlies en verdriet toch troost uit de Pinkstergedachte. Gods Geest begint iets nieuws. De liefde blijft. Liefde is sterker dan de dood. Daarvan was dit zware afscheid ondanks de afstand een onvergetelijk getuigenis.

Sterven is niet het licht uitdoen, maar de lamp doven, omdat de dagenraad begint.

En een onsterfelijk gedicht over de Liefde deed de rest. Deze poëzie van Erich Fried vatte alles samen:

Hans Tissink

5 juni – Elly Urban: “Goed nieuws blog”

Geslaagd

Gisteren was het ‘nationale slaagdag’ in Nederland. De centrale examens vervielen dit jaar maar natuurlijk haalden veel jongeren wel hun diploma. Minister Slob hees de vlag, koning Willem Alexander en koningin Maxima feliciteerden de geslaagden via Twitter. Ook bij een aantal Oosterkerkleden (en vast ook bij Adventskerkleden, maar dat weet ik niet zeker…) ging gisteren de vlag uit! Van harte gefeliciteerd, een bijzonder diploma om trots op te zijn.

Ontmoeting

We kijken voorzichtig vooruit en het lijkt erop dat we elkaar weer meer kunnen gaan zien! Bezoekjes thuis en misschien binnenkort weer bezoek in verpleeghuizen en instellingen. Kerkdiensten die voorzichtig weer opgestart worden. Kinderen en jongeren uit onze gemeente die elkaar voor de zomervakanties nog een keer hopen te ontmoeten. Scholen die weer open zijn. Wat de pot schaft gaat thuis mensen uitnodigen om samen te eten (zie kerkgroet Oosterkerk van deze week!).

Regen

Terwijl ik schrijf regent het. Ik ervaar dat als goed nieuws. In het Pinksterweekend probeerde Vitens ons al bewust te maken van ons drinkwatergebruik, want het is droog, erg droog. Nu regent het, en de komende dagen wordt nog meer regen verwacht. Een zegen, voor de natuur, voor de landbouw, voor ons drinkwater. In Hosea 6 wordt God vergeleken met een milde regen, die naar ons toekomt en de aarde te drinken geeft. Een mooi beeld!

Vandaag

Wat is jouw/uw goede nieuws vandaag? Vertel het verder!

Elly Urban

4 juni – Iemke Epema: “In vuur en vlam”

In vuur en vlam | COURIUS

In het Pinksterweekend was ik vrij. Op mijn gemak drie verschillende vieringen gevolgd. Vanuit de Hoofdhof, de Kinderpinksterviering en de Michaelsviering vanuit de Grote Kerk. Steeds weer opnieuw en anders de gloed van Pinkstervuur; mooi!

En ook nu volgde ik het nieuws. Inmiddels zijn we eraan gewend geraakt dat Corona alles domineert. Maar langzaam komt er steeds meer aandacht voor ander nieuws in de wereld. Niet meer de dagelijkse grafiekjes met de cijfers van het RIVM. Wel nog steeds veel over de zorgwekkende gevolgen van de pandemie.

In de afgelopen week was er voor het eerst iets heel anders dat  ineens alle aandacht opeiste. In de haiku van gisteren lazen we er ook al over. George Floyd, de zwarte ongewapende man die op schokkende wijze door politiegeweld om het leven kwam in Minneapolis. De beelden gingen de hele wereld over. We zagen zijn wanhopige moeder. En dan vat plotseling het hele land vlam. Overal ontstaan protesten, zelfs ver buiten de VS. Op Pinkstermaandag is er op de Dam in Amsterdam een vreedzame demonstratie, waar zoveel mensen op af komen dat de anderhalve meter afstand ver te zoeken is. Ik schrok toen ik al die mensen zo dicht op elkaar zag staan: dit kan toch niet?! En in de dagen daarna gaat de discussie ook alleen nog daarover. Toch weer Corona… Tegelijk laten al die demonstraties zien dat mensen wereldwijd in vuur en vlam gezet worden door iets anders dan de pandemie en hun stem willen laten horen tegen discriminatie en ongelijkheid.

Op Pinkstermaandag krijg ik van een familielid een appje met beelden van Amerikaanse politieagenten die solidariteit betonen met de vreedzame demonstranten. Ze geven uiting aan diepe schaamte over het geweld van hun collega’s en betonen medeleven met de slachtoffers. Diep indrukwekkend. Als ik op internet op zoek ga naar meer nieuws hierover, stuit ik op een filmpje waarin de broer van de overleden George, Terrence Floyd, zich richt tot de relschoppers in Minneapolis die ’s avonds de stad in lichterlaaie zetten. Hij begrijpt dat ze woedend zijn, zegt hij, maar kunnen nooit zo woedend kunnen zijn als hij. En als hij zich inhoudt moeten zij dat toch zeker ook kunnen?! Waar zijn ze in vredesnaam mee bezig? Hun eigen leefomgeving vernielen en alles bederven voor de eigen gemeenschap? Dat is wel het laatste dat zijn broer zou hebben gewild.

Of het helpt, de moedige opstelling van deze politieagenten en van Terrence Floyd? Je houdt je hart vast. Want de man in het Witte Huis kent maar één taal: die van het  de keiharde machtsconfrontatie. En hij is niet van plan om te doen wat nu zijn rol zou moeten zijn: luisteren, bemiddelen en werken aan de-escalatie. Met de Bijbel in de hand gooit hij olie op het vuur. Hoe moet dat aflopen?

Laten we hopen en bidden dat, ook als chaos en destructiviteit nog verder zouden oplaaien, dat andere vuur van de Liefde door zal blijven branden en werken.

Iemke Epema

3 juni – Nelleke Eygenraam: “Bloeiende Acacia’s

2 juni – Dirk Jan Steenbergen: “Inspiratie(loos)”

Tweede Pinksterdag. Wat een rare dag eigenlijk.  Net als tweede paas- en kerstdag. Toen ik in België woonde waren er helemaal geen ‘tweede christelijke feestdagen’. Waar komen die eigenlijk vandaan? Ik heb eens even opgezocht. Bij wet stamt het uit 1815. Toen werden de feestdagen voor heel Nederland vastgelegd.  Maar als gebruik is het al veel ouder.

In de tijd voor de reformatie waren alleen christelijke feestdagen vrije dagen. De Rooms-Katholieke-Kerk zorgde ervoor dat bij de belangrijke feesten meerdere vrije dagen waren zodat de mensen vaker naar de kerk konden komen. Er is een periode geweest met bv 8 Kerstdagen. De reformatie maakte een eind aan vele feestdagen. Met name de ‘heiligen-dagen’ werden afgeschaft maar bij de feestdagen die tot de Bijbel te herleiden waren kwam een extra dag. Deze dagen hadden ook een sociale en economische functie. En in 1815 werden deze feestdagen dus wettelijk vastgesteld. Aardig weetje, maar goed genoeg voor een blog? Dat weet ik  niet maar ik heb niet veel inspiratie. Dat is eigenlijk gek.

Pinksteren is juist het feest van de Heilige Geest dus van inspiratie bij uitstek. Maar misschien heeft Johannes gelijk in zijn evangelie.  Daar beschrijft hij in Johannes 19 : 30 het sterven van Jezus aldus :

Nadat Jezus van de wijn gedronken had zei hij : Het is volbracht. Hij boog zijn hoofd en gaf de geest’

Je zou zeggen dat bij Johannes, anders dan bij de drie andere evangelisten, Pasen en Pinksteren op 1 dag vallen. Dat is voor de nederlandse taal dan wel weer onhandig. Daar betekent deze uitdrukking zoiets als … dat gaat nooit gebeuren.

Overigens is het ook een beetje welke vertaling je leest.  In de ‘Bijbel in gewone taal’ sterft Jezus ‘gewoon’ in plaats van de geest te geven. Hoewel ik een fan ben van zoveel mogelijk gewone taal vind ik dit toch jammer. Is het een foutje ?!   Daar kan ik me beter niet mee bemoeien. Ik heb geen talenknobbel. Zeker niet op tweede pinksterdag.               

 Dirk Jan

1 juni (2e Pinksterdag) – Hans Tissink: “Pinkstervirus”

Pinksteren 2020. Ik mediteer over de heilige Geest in coronatijd. Hoe waait zij vandaag in onze kerken en over deze wereld in crisis? Zweeft zij nog altijd als een broedende duif over zee en land? De heilige Geest heeft wel wat weg van een virus, zo mijmer ik. Geest en corona zijn beiden onzichtbaar. Ze werken allebei aanstekelijk. Ze hebben beiden grote impact. Maar verschillen tussen deze twee zijn er natuurlijk ook. Corona eist levens, de Geest wil juist levend maken. Corona brengt mensen in ademnood, de Geest geeft mensen juist levensadem. Corona zet ons op minstens anderhalve meter afstand. De Geest wil ons juist samenbinden tot een hechte gemeenschap. Lock down tegenover blowing in the wind, lege kerk tegenover volle kerk. Noodgedwongen stilzwijgen of zingen uit volle borst? Zo zet corona Pinksteren op scherp. Crisis betekent: zie het verschil. En wij moeten in quarantaine de geesten onderscheiden. Wat is van God en wat niet? Wat brengt heil en wat chaos?

Gisteren vierde ik in coronasetting met een handjevol mensen Pinksteren in de Hoofdhof in Berkum. Camera’s en microfoons zorgden voor verbinding met de buitenwereld. Misschien keek u ook wel.

Tijdens deze gezamenlijke viering met een handicap gebeurde er toch wat. Wat? Alles leek op z’n plek te vallen: woorden, rituelen, liederen, rust en samenzijn. Waarschijnlijk werkte ook de livestreaming op Pinkstermorgen zelf in het voordeel boven een video-opname enkele dagen eerder. Maar het meeste raakten me toch de Pinksterliederen in koorverband. Geoefende zangers en zangeressen representeerden in het klein de kerkgemeenschap. Pars pro totem. Melodieën en teksten riepen het Pinkstergeheim tot leven. Er gebeurde iets… alsof we de geest kregen. Aangeraakt door Gods adem. Verwarmd door een heilig vuur. Een talenwonder. We are one in the Spirit…

Ach ja, zo’n virus, daar wil je wel besmet mee worden. Ik neem me deze week voor elke dag even ‘Veni sancte Spiritus’ te zingen. En ook in het klein iets te doen waartoe de geest mij die dag aansteekt. Wie weet werkt het aanstekelijk. Kijk, dat kan het verschil maken tussen coronavirus en Pinkstervirus.

Veni sancte spiritus,

tui amoris ignem accende.

Veni sancte spiritus.

Kom, heilige Geest, ontsteek in mij het vuur van uw liefde.

Houd moed. Heb lief.

Hans Tissink

29 mei – Elly Urban: “Wind en vuur”

Zondag Pinksteren. Al jarenlang kamperen we in het Pinksterweekend met een groep vrienden, nog vanuit onze studietijd. Een boerencamping, een veld vol tenten, gezelligheid, bijpraten, het leven delen en vieren. Dit jaar is het anders, kamperen met een grote groep is uitgesloten. De camping is wel zo ingericht dat er voor enkelen privé-sanitair geregeld kon worden. Eén van die enkelen ben ik….we hebben de tent al wat eerder opgezet en ik geniet nu van de zon, vogels, groen gras en uitzicht op koeien.

Gisteravond werd het koud, het waaide en om warm te blijven zaten we bij een vuurschaal met brandende houtblokken. Wind en vuur. Bij uitstek de symbolen van Pinksteren. Zo buiten, onder een heldere sterrenhemel, voel je de kracht ervan. De wind, die zo ineens alles in beweging zet. Het geluid van de bomen en bladeren, zo’n vlaag die ergens opkomt, waar je helemaal geen invloed op hebt. Je kunt je er door laten meenemen of je er tegen verzetten, afschermen, uit de wind gaan zitten. Het vuur, de warmte, het geknetter, die vlammen die alle kanten opgaan afhankelijk van de richting en kracht van de wind. Vonken die naar je toe waaien, waar je voor achteruit deinst, want die vonken kunnen ook alles in lichterlaaie zetten. Wind en vuur, krachtige symbolen van Gods Geest. Een kracht die ons verwarmt, voortblaast, maar ons ook kan verrassen, omver blazen, in lichterlaaie zetten. Wind die nooit stilvalt, vuur dat altijd weer ergens uitbreekt.  Geestkracht, zoveel groter en sterker dan wij zelf. Vuur en wind, een uitnodiging om naar buiten te gaan, de kracht ervan te voelen, je te verwonderen, je te laten verwarmen, je mee te laten nemen in die beweging.

Vuur en wind, zo wat gedachten bij een brandende vuurschaal in de wind, onder een open hemel. Ik wens u goede Pinksterdagen!

Elly Urban

28 mei -Iemke Epema: “Een sprong in het diepe”

Deze week begint de voorverkoop van het openluchtbad. Vandaag besluiten we hier thuis of we dit jaar zwemabonnementen nemen of niet. Dat is nooit eerder een vraag geweest. We prijzen ons gelukkig met een openluchtbad in de wijk, waar de kinderen naar hartenlust kunnen zwemmen en met vriendjes en vriendinnetjes kunnen afspreken. Soms ’s avonds na het eten nog even die kant op fietsen om een snelle duik nemen. De uren vrijwilligerswerk die van de leden gevraagd wordt plannen we bijtijds in. Maar nu weten we het niet goed.

Het zwemband gaat op 13 juni open, zoals het nu lijkt. Maar natuurlijk is er een Coronaprotocol. Je moet van te voren reserveren. Je mag niet langer dan een uur zwemmen. Niet vaker dan twee maal in de week. Na het zwemmen moet je meteen weer naar huis, de ligweide is gesloten. Alles wat het zo leuk maakte voor de kinderen; spontaan gaan, met anderen afspreken,  lekker samen uren in het gras liggen, dat kan allemaal niet. Volstrekt logisch. Maar de vraag is wel: is zwemmen zo nog wel leuk?

Op dit moment breken we ons hoofd over de vraag hoe het moet als de kerk weer open mag. Wanneer doen we dat? Kan het echt al de eerste zondag in juli? Of toch beter nog wat langer wachten? Berichten over besmettingen in een kerk in Frankfurt deze week zijn niet bepaald bemoedigend. Het is een sprong in het diepe. We moeten werken met een strak gebruikersplan. Iedereen moet zich van te voren aanmelden en er mogen niet meer dan 100 mensen in.  Hele rijen banken moeten met linten afgesloten worden. Niet samen zingen, geen koffiedrinken, juist alle ontmoeting in en rond de kerk wordt uitgesloten.

Ik heb al mensen horen zeggen: als het zo moet, hoeft het voor mij niet. Toch geeft een kleine meerderheid van de mensen die tot nu toe de peiling van de Oosterkerk over online vieren hebben ingevuld aan graag meteen weer te komen als de kerk weer open gaat. Bijna net zoveel mensen laten weten eerst nog liever  te wachten. Als u bij de Oosterkerk hoort en die vragen nog niet beantwoord heeft, het kan via deze link vandaag en morgen nog. We willen heel graag weten wat u denkt!

Voor het openluchtbad zijn het spannende dagen. Om open te kunnen gaan en te kunnen draaien moeten er genoeg mensen zijn die een abonnement betalen en vrijwilligerswerk willen doen. Er zijn juist extra vrijwilligers nodig om aan alle hygiënemaatregelen te kunnen voldoen. Het gaat hier om meer dan alleen de vraag: Vind ik het zo nog wel leuk om te gaan?

En dat geldt ook voor de kerk. Het geldt in deze tijd voor heel veel dingen. Je gaat andere vragen stellen. Je gaat anders over dingen nadenken dan je eerder deed. En je praat daar meer met anderen over: hoe zie jij dat, hoe doe jij dat? Is dat ook niet de winst van deze tijd?

Iemke Epema

27 mei – Nelleke Eygenraam: “Haiku’s, anders”

26 mei – Dirk Jan Steenbergen: “Fris”

Ik loop in het bos. Het is zondag en na een lange periode van droogte heeft het eindelijk geregend. Een milde lenteregen. Het is nog steeds niet helemaal droog maar ik trek me er niets van aan. Het doet me wel goed. Het heeft het bos duidelijk goed gedaan, de hele natuur eigenlijk. Alles frist op. Diep adem ik in. Door mijn neus. Je kent het wel. Wat is het heerlijk, wat ruikt het fris.

Veel asociaties komen bij mij op. Ik denk aan de ‘wilde frisheid van limoenen’. Een reclame van FA die mij als hetero-puber altijd zeer geboeid heeft. De frisheid van na het onweer,  die door de ozon eigenlijk niet zo gezond zou zijn. De frisheid waar ‘Farce Majeur’ over zong in hun lied ‘zonderdag’:

De wereld lijkt zo schoon vandaag

Hij ruikt zo ongewoon vandaag

Ze fris en verleidelijk geurig

Het lijkt wel of ieder zijn stoep heeft geschrobt

Zijn auto gepoetst of zijn deur heeft gesopt

Het lijkt of de wereld in bad is gestopt hij lijkt op eens zo fleurig

Het is vandaag een wonderdag, Het is zonderdag

 En ik droom over hoe het verder zou gaan. Na de zonderdag (de autoloze zondag) zijn wij mensen gewoon op dezelfde voet voort gegaan. Zou dat na corona anders zijn. Zou de wereld altijd een stukje frisser zijn? Met minder CO2 en stikstof. Dat zou mooi zijn toch. Dat uit zo’n crisis toch iets goeds komt. Een gemeenschappelijke vijand (lees coronavirus) is de beste manier om mensen samen te brengen. Of ben ik alweer te cynisch. Daar moet ik eens mee ophouden. Gewoon, lekker diep inademen en genieten van wat de natuur nu brengt.  Zoals de schrijver van psalm 104.  Een paar verzen :

13 Vanuit uw hemelse paleis laat U regen vallen op de bergen.
Alles op aarde groeit en bloeit dankzij U.
14 U laat gras groeien voor het vee en planten voor de mensen.
Zo leven de mensen van wat er op aarde groeit.
15 Ze hebben wijn om hen vrolijk te maken,
olijf-olie om zich mee te verzorgen,
brood om sterk en gezond te blijven.

Een laatste associatie is het lijflied van mijn moeder : Heer ik hoor van rijke zegen, die Gij uitstort keer op keer, Laat ook van die milde regen, drop’len vallen op mij neer.

Dirk Jan

25 mei – Hans Tissink: “Verweesd”

Beste lezer(-es),

Mijn twee vorige blogs, brieven aan mijn moeder en vader, hebben verschillende reacties opgeroepen: zowel positieve als kritische reacties. Zoals dat gaat, hielden de kritische reacties mij bezig de dagen erna. Mijn brievenblogs waren volgens sommigen te persoonlijk en te intiem. Waarom moet je zoiets als buitenstaander lezen? Dat is toch meer voor de binnenkamer. Ik kan me deze reacties goed voorstellen. Hoe meer ik erover nadenk, des meer ik besef dat ik beide brieven duidelijker had kunnen introduceren aan u en jou. Waarom overviel ik jou er ineens mee? Waren deze brieven niet op het verkeerde adres bezorgd?

In mijn intro had ik misschien beter een brug kunnen slaan tussen de lezer en mij. Bijvoorbeeld zo: corona kan van alles met ons doen. Deze pandemiecrisis zet alles op z’n kop en oefent ook grote druk uit op onze ziel. In mijn blogs probeer ik via verschillende genres daarover te schrijven. Zo kon ik in gebedsvorm iets over mijn onmacht en woede kwijt. Ik gebruikte Latijnse spreuken om enkele meditatieve oefeningen door te geven. En in een gedicht herdacht ik de doden van toen en nu.

Nu de briefvorm. Corona laat me meer dan anders terugdenken aan mijn overleden ouders. Dat verrast me enorm. Op Facebook schreef een collega later over zo’n zelfde ervaring. Hij vertelt: ‘Nu ik ouder word in deze coronatijd, denk ik vaak aan mijn ouders. Wat hebben zij voor mij betekend? Tijdens mijn pelgrimstocht naar Santiago ervoer ik precies zoiets tijdens mijn eenzame momenten.’ Tot zover. Deze collegiale ontboezeming raakte me. Hij spreekt over hetzelfde thema de lezer direct aan en durft tegelijk iets van zichzelf te laten zien.

Ik realiseer me zeer goed dat jij als lezer best wel eens een heel andere relatie met je ouders kunt hebben gehad dan ik. En een brief naar hen schrijven zou dan te pijnlijk of confronterend zijn. Ieder mens is anders. Elk levensverhaal is uniek. Geen mens ontkomt aan momenten van verweesde eenzaamheid.

Gisteren was het Wezenzondag. Wezen, want Jezus zei bij zijn afscheid tegen zijn vrienden: ‘Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Ik beloof jullie de heilige Geest. Hij zal jullie helpen en troosten.’

Kijk, en dat hebben we uiteindelijk allemaal nodig. We kunnen ons in coronatijd soms verweesd en alleen voelen. Dan is het zoeken naar woorden en beelden van troost en bemoediging. Zoals soms de geest van onze gestorven dierbaren helpend present kan zijn, zo kan de Geest van Christus ons op moeilijke momenten vergezellen als een warme gloed. Goddank, Hij is er weer. Kijk, en dat is tenminste iets om over naar huis te schrijven. Toch?

Hans Tissink

22 mei – Elly Urban: “Nog meer hoop”

Nog een paar teksten over hoop, geput uit alles wat jullie me stuurden vorige week. Gisteren hemelvaart. God buiten beeld geraakt. Zo kan het voelen. Wat zien we, wat merken we nog van God vandaag? Dan komt het aan op geloof. En op hoop.

Elly Urban

21 mei Hemelvaartsdag – Iemke Epema: “Hemelvaart”

Een wolk is ‘gewoon’ de concentratie van waterdamp. Je kunt het bestaan van wolken heel goed verklaren. Tegelijk hebben wolken altijd iets geheimzinnigs. Zoals deze wolk op het schilderij, die hangt in het midden van die lege ruimte van wat op een kerk lijkt. Een wolk is een beeld voor het heilige, dat wat zich aan onze greep onttrekt en eerbied oproept. Iets puurs en zuivers, iets om voor te knielen. Iets van de hemel hier op aarde.

In de Bijbel heeft het beeld van de wolk vaak te maken met Gods aanwezigheid. God gaat schuil achter een wolk. De wolk is een verhulling, want Gods aanwezigheid is een verborgen aanwezigheid. Net zo min als je de zon recht in het gezicht kunt kijken kun je God recht in het gezicht kijken. De verhulling is een bescherming.

Het wonderlijke van een wolk is dat je tegelijkertijd iets ziet en niet ziet. De wolk is als een sluier. En een wolk is niet statisch, maar in beweging; voortdurend verandert hij van vorm. Bij de weerberichten wordt altijd eerst de mooiste wolkenlucht van die dag getoond. Prachtige plaatjes zijn dat altijd. De volgende dag is het weer een ander beeld.

Dat maakt het kijken naar de wolken zo boeiend. Maar tegelijk een beetje weemoedig. Het prachtige dat je ziet, zie je maar even. Je kunt het niet vasthouden. Het verhaal van Hemelvaart vertelt hoe Jezus in een wolk wordt opgenomen, die hem voorgoed aan het zicht van zijn leerlingen onttrekt. Daarna blijven ze bedrukt naar de hemel staan kijken. De zondag na Hemelvaart heet Wezenzondag.

Maar het is opnieuw het beeld van de wolk is dat de leerlingen dan te hulp komt. Engelen laten hen weten dat Jezus, die uit hun midden is opgenomen in de hemel op dezelfde wijze bij hen terug zal komen. In een wolk. Het beeld van de wolk waarin Jezus wordt opgenomen wil zeggen dat Jezus de werkelijkheid van God is binnengegaan, voorgoed, en dat dit zijn plek is. Een werkelijkheid die voor ons niet zonder meer toegankelijk is. Dat verteld wordt dat Jezus op dezelfde wijze, op een wolk, terug zal keren, wil zeggen dat hij ook na zijn afscheid nog steeds bezig is die werkelijkheid van God op aarde te brengen. En het is de belofte dat deze werkelijkheid ons eens ten volle zal worden onthuld.

De onthulling van die werkelijkheid is niet iets om op te wachten, al starend naar boven, maar om nu al in te geloven, hier beneden, in ons eigen leven.

Iemke Epema

20 mei – Nelleke Eygenraam: “Haiku’s

Nelleke Eygenraam

19 mei – Dirk Jan Steenbergen: “Kerkdienst gemist?!”

Dag lezer. Ben jij een echte kerkganger?  Elke zondagmorgen als er dienst is tenminste. Dan zul je de dienst zeker missen in deze coronatijd. Ik ben niet zo’n trouwe kerkganger, denk ik. Of dacht ik altijd. Wanneer ik eens vrij ben op zondagmorgen wandel ik liever een keer met mijn vrouw en mijn hond door het bos dan dat ik naar de kerkdienst toe ga.

Er is zelfs een periode in mijn leven geweest dat ik helemaal geen kerkdiensten meer bezocht. Ik was wel een beetje klaar met de kerk en alles erom heen. Maar nu, na 2 maanden geen kerkdienst te hebben gehad ga ik het toch echt missen. De mensen zien, samen zingen, samen verbonden zijn en te weten, of te geloven, dat je samen op zoek bent. Samen op zoek naar contact met God, de Eeuwige.

Al wandelend in het bos (ik zag in een weiland twee reeën lopen) deze ochtend dacht ik daardoor aan psalm 42 het eerste couplet. Over de moede hinde of het hijgend hert. En ik probeerde me de complete tekst voor de geest te halen. In het bos, waar niemand is,  durf ik het ook best te zingen. En ik dacht bij mezelf…. Hunker ik nou net zo als de psalmdichter. Net zo als een moede hinde of een hijgend hert. Nee, zo diep zit het verlangen niet, maar toch.  Ik mis het wel. De gemeente, de mensen, het contact. En zo zong ik, in mijn eentje in het bos, psalm 42, vers 1.

Thuis gekomen bleek wel dat ik de coupletten een beetje door elkaar had gehaald. Daarom stuur ik beide berijmingen maar even mee. Tot hopelijk zeer spoedig ZIENS en HOORS.

 Dirk Jan

18 mei – Hans Tissink: “Het mooiste woord”

Lieve pa,

Na mijn brief aan ma vorige week kan een brief aan jou natuurlijk niet uitblijven. Gisteren kwam je ineens ‘tot leven’. Ik kreeg een kapot gewaande DVD weer een de praat. Prompt kwam jij pontificaal in beeld. Jij zit met mij in je studeerkamer. Je vertelt me met smaak over jouw leven, je familie en werk. Alles ontroert me nu diep, omdat jij al ruim acht jaar niet meer in het land der levenden bent. Wat ben ik blij met dit gefilmde gesprek. Een kostbaar kleinood, dat snel gedigitaliseerd moet worden, voordat deze DVD ook ter ziele gaat.

Jij was predikant. Ik heb het niet van een vreemde. Maar je werkte in een andere tijd. Alles draaide toen nog veel meer om het woord dan nu. In de pastorie hing een groot wandbord met een Latijns spreekwoord ‘Qualis vir talis oratie’. Vrij vertaald: een man, een man, een woord, een woord. Jij vertelt over zondagsschool, knapenvereniging en jongelingsvereniging. Je hebt wat afgepraat. Graag had ik vandaag met jou willen spreken over de grote impact van de coronacrisis. Jij hebt zelf in jouw leven diverse rampen meegemaakt: de oorlog ‘40-45, de watersnoodramp, de ziekte en dood van ma. Wat zou jij mij nu adviseren? Welke wijze raad zou je me geven, nu corona de wereld in de wurggreep houdt? Ineens krijg ik het antwoord. Jij loopt in de film van de Latijnse spreuk naar een borduurwerk dat ma maakte na de watersnoodramp van 1953. Daarop staat: waar leed is, is zegen nabij. Een voltreffer. Het is juist die spreuk die jullie hoop en troost gaf in moeilijke tijden.

Vandaag anno 2020 zit de wereld in grote nood. Het coronavirus en Covid-19 woekeren als een megagezwel door mens en samenleving. Corona verlamt, verziekt en zaait leed en verdriet. En hoe lang nog? Ik hoor jou stilletjes zeggen: laat de hoop niet los. Heb vertrouwen. Liefde zal uiteindelijk alles overwinnen. Dat was ook later je stervenswoord. Ik zal het nooit vergeten. Na de ziekenzalving zegende jij op jouw beurt ons als kinderen en kleinkinderen met de woorden: ‘Ga in vrede in naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest….(en na een korte stilte) en de Liefde!’

Nu wappert dit mooiste woord op vlaggen en borden van huizen en kerken. Houd moed. Heb lief. Ja, Liefde, dat is het mooiste woord dat je ons meegaf en voorleefde. Liefde om te koesteren en te doen zolang we leven. Dankjewel, pa.

Hans Tissink

15 mei – Elly Urban: “Hoop”

Nog een blog over hoop! Vorige week vroeg ik jullie om verhalen van hoop met me te delen. En wat een ontzettend mooie en inspirerende reacties heb ik gekregen. Meer dan 40 mensen vulden de vragenlijst in en/of stuurden mij e-mails. Mensen uit de Oosterkerk en de Adventskerk, en in alle leeftijdsgroepen, van 20- tot 80+. Ook de jongeren van Provider gingen met het thema aan de slag. Dank hiervoor! Een schat aan teksten en verhalen, natuurlijk veel te veel om allemaal een plaats te geven in onze korte online viering van zondag. Het is natuurlijk jammer als alleen ik de reacties kan lezen. Want deze uitwisseling is juist een mooie vorm die verbinding geeft in onze gemeente, nu we elkaar zo weinig kunnen zien. Daarom ben ik van plan via de website wat mooie teksten te delen (uiteraard niet de meer persoonlijke verhalen die ik ook kreeg). En daar maak ik vandaag een begin mee.

Een citaat, een Bijbeltekst en een lied.

Deze hoop zal niet worden beschaamd omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de Heilige Geest die ons gegeven is Romeinen 5 : 5

Ds. Elly Urban

14 mei – Iemke Epema: “Midden in het leven”

Een gedicht van Marjoleine de Vos. Ook ik houd veel van gedichten. Je kunt ze lezen en herlezen en vaak zie je dan weer iets nieuws. Dit gedicht zit barstensvol verlangen.Verlangen naar het volle leven. Je zit op de fiets en wilt de wereld inademen en het leven omhelzen. Middenin het leven staan en er helemaal deel van zijn. Ik hoop dat u momenten hebt dat u die volheid ook ervaren mag, ook en juist in deze vreemde en beklemmende tijd.

Maar het gedicht gaat ook, en misschien wel vooral, over een andere ervaring. Dat je dit zo graag zou willen kunnen beleven, maar het lukt niet. Hoe ver je ook je hand uitstrekt, je kunt er niet bij.  Soms denk je: nu zou ik eigenlijk blij en dankbaar moeten zijn; kijk wat ik allemaal krijg. Maar het bijbehorende gevoel blijft uit. Ik moet dan vaak denken aan wat de schrijfster Marguerite Duras schreef over de liefde, maar van toepassing is op het hele leven: Je moet dat helemaal leven, met alles wat erbij hoort, ook de verveling. Daar kun je geen vakantie van nemen. De goede en volle en geïnspireerde dagen, maar ook de kwade en schrale dagen vragen erom geleefd te worden.

Alleen: is het niet ergerlijk dat terwijl de goede altijd zo snel voorbij lijken te vliegen, de kwade vaak een eeuwigheid lijken te duren?  Toch helpt het te bedenken dat ze weer voorbij gaan, en dat is geen goedkope troost. De zon staat niet werkelijk stil boven de bungalows. Na een nacht van eindeloos wakker liggen wordt het op een gegeven moment toch weer licht. Want leven is beweging, verandering, ontwikkeling. Ook nu. Als dat niet meer zo is, is in de plaats van het leven de dood ingetreden. Wij mogen geloven in een God van leven,  beweging, verrassing. Wij mogen geloven in zijn belofte die boven onze dagen staat geschreven, de goede en de kwade. Dat Hij ons zal redden van alle dood en doodsheid. Een God die komt en ons optilt, onverwachts, en onze ziel doet vliegen. Als een zilvermeeuw boven het wad.

Iemke Epema

13 mei – Nelleke Eygenraam: “Stilte en de taal van vogels”

Een week geleden was het Bevrijdingsdag. Ik schreef toen over mijn ochtendwandeling en de stilte die ik zocht maar niet vond. In de eerste weken van de ‘coronatijd’ was het alle ochtenden bijna zo stil als op zondagmorgen. De laatste paar weken niet meer. Bij het wakker worden hoor ik het wegverkeer en het geluid van treinen, ook op het rangeerterrein. Het is gewoon weer druk. Ook op de dijk, maar daar is het een nieuw gewoon aan het worden, drukker dan ooit: joggers en wandelaars, fietsers en wielrenners, alleen of in duo’s, als gezin of met hond(en). Ik geef ze geen ongelijk, hoor, want het is prachtig om buiten in beweging te zijn. et overkomt me vaak dat ik op pad ga en na thuiskomst vaststel dat ik minstens twee of drie keer een praatje heb gemaakt op of in de buurt van de dijk. Gezellig en fijn. Maar als ik eerlijk ben verkies ik de rust, de stilte.

Daarom ga ik steeds eerder op pad en heb ik een voorliefde voor de vroege zondagochtend. Tot mijn vreugde had ik in de late zaterdagavond in het donker al een egel op mijn terras zien scharrelen. Een nieuwe vreugde begint zodra ik opsta, mij snel aankleed, even de poezen begroet, mijn kijkertje omhang en vervolgens de deur achter mij dichttrek. Buiten is het stil. Geen treinen, geen auto’s. Alleen de vogels zingen. Ik luister en noem namen. Sta zo nu en dan even stil om de ene of andere in beeld te krijgen. Prachtig.

Maar niet alleen vogels. Er zijn die ochtend ook hazen actief. Ik tel er zeven. Dan zie ik opeens een jonge reebok. Hij ziet mij ook. Zwijgend kijken we elkaar een tijdje aan. Hij komt niet in beweging maar ik ga verder, gelokt door een veelstemmig vogelkoor.

Het gedicht van Willem Barnard ‘De vrijheid is voor de mensen’ zingt op de achtergrond mee. Ik had beloofd erop terug te komen. Even dan, deze strofe:

met vogels valt niet te praten

de maan is koud als een vis

met vogels valt niet te praten

zon is een zwijgzaamheid

De zin ‘met vogels valt niet te praten’ treft me. Ik word er opstandig van. Dat overkomt mij wel wel vaker wanneer de ander gelijk heeft. Want dat heeft de dichter. Vrijheid heeft te maken met mensen en medemensen. Wie denkt het alléén af te kunnen, vindt in de vogels geen gesprekspartner. Ik kan zeggen wat ik wil, maar geen vogel praat terug, tenzij in een door mij aangeleerde imitatie.

Vogels spreken hun eigen taal. Wat ben ik blij dat ik hen horen kan. Als vreemde vogel versta ik hen niet, maar in de stilte zingen zij van leven en toekomst. In mijn oren klinkt dat als vrijheid.

Nelleke Eygenraam

12 mei – Dirk Jan Steenbergen: “Gedichten”

Ik heb de eerste weken van de crisis gek genoeg geen boek kunnen lezen.  Ik ben toch niet zo gauw uit mijn evenwicht maar ik had de concentratie niet voor een verhaallijn. Wat ik wel las zijn gedichten.

Ik hou van gedichten en gedichtenbundels. Liefst koop ik die trouwens tweedehands op een rommelmarkt en dan blader ik en dan lees ik zo af en toe een gedicht in zo’n bundel. Soms raakt het, soms ook minder. Maar het leest.

Een poos droeg ik vooral poë-t-shirts. De shirts heb ik nog maar ik pas er niet meer in.  Ze zijn gekrompen. Het waren T-shirts met een gedicht erop, of een paar regels. Zo had ik een zwart shirt met daarop in rode letters : alles van waarde is weerloos. Een hele mooie zin in een (voor mij) heel moeilijk gedicht.

Ook had ik er één met twee zinnen uit ‘het huwelijk’ van Willem Elschot. : Maar tussen droom en daad, staan wetten in de weg.

Veel begrijpelijker.

Op het Flevofestival heb ik ooit eens een T-shirt laten drukken met de regels van Reve :

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.

Het was de drukker eigenlijk niet evangelisch-christelijk genoeg maar hij was te commercieel om het niet te maken.

Maar dit zijn gedichten van grote dichters. Dat hoeft echt niet. Het nu volgende gedichtje is van Huub Hoek. Niet zo bekend, ook niet moeilijk, maar sinds ik het voor het eerst heb gelezen in een piepklein boekje ben ik het nooit meer vergeten. En jij als lezer vergeet het misschien ook wel niet. Je weet maar nooit.

Dirk Jan

11 mei -Hans Tissink: “Icoon van een moeder”

Dag lieve ma,

In deze dagen denk ik weer vaker aan jou. Gisteren was het Moeder-dag en afgelopen vrijdag 8 mei jouw verjaardag. Je zou 91 jaar zijn geworden. Niet te geloven dat je alweer bijna 24 jaar geleden stierf. En toch, helemaal dood ben je nooit. Ik hoef maar even deze meidagen te memoreren, of naar jouw foto’s te kijken en ik voel je aanwezigheid weer. Misschien ervaar ik dat in deze coronatijd nog wel intenser dan anders.

Wat was jij toch een lieve moeder. Altijd zorgzaam, altijd meelevend, altijd vragend ‘Hoe gaat het?’ En wat kon je lachen als geen ander. Je had een gezellige Zeeuwse babbel en een heerlijke humor. Na jouw overlijden miste ik vooral je wekelijkse telefoontjes. Nu in deze coronacrisis had ik je graag willen bellen. Gewoon om kind te kunnen zijn, op adem te komen, warme aandacht en begrip te ontvangen. Jij bood me liefdevolle geborgenheid. Dat spreekt niet vanzelf. Daar ben ik wel achter gekomen.

‘Op Adem’, zo heet een mooi tv-programma in deze bizarre periode. Jacobine Geel praat met gasten over de vraag: wat troost jou in deze turbulente tijd? Als ik gast zou zijn, zou ik twee foto’s tonen: een zwart-wit foto met jou en pa, waarop jij mij als klein kind draagt trots lachend naar de camera. En een kleurenfoto waarop jij als kersverse oma onze pasgeboren oudste zoon teder vasthoudt. Je was toen al ernstig ziek.

Die twee foto’s koester ik. Ik zie ze als mijn ‘Moeder-Maria-iconen’. Heilige plaatjes van tedere ontferming. Ja, jij had iets van moeder Maria. Ik mocht jouw kind zijn, veilig en geborgen.

Dat mag ik nog steeds. Nu in de armen van God. Dat heb je mij ook geleerd. Ook al leef je niet meer met mij, je leeft nog wel degelijk in mij. Als een icoon van een moeder.

Dankjewel mam. Welterusten. Adieu, Hans

Hans Tissink

8 mei – Elly Urban: “Hoop”

Deze week was er verrassend politiek nieuws, omdat de roep om perspectief in de samenleving steeds sterker klinkt. Dus verandert de boodschap van ‘wat kan er niet’ naar ‘wat kan er wel’. We hebben perspectief nodig, hoop.

Eén van de meest bijzondere verhalen over hoop die ik ken staat in het boek Jacob de leugenaar, van de Pools-joodse schrijver Jurek Becker. Een paar jaar geleden heb ik er al eens iets van verteld in een preek. Jacob, hoofdpersoon van het boek, woont in een getto in een Poolse stad. Op een avond wordt hij aangehouden omdat hij te laat op straat zou zijn. Bij de politiepost vangt hij een flard op van een radiobericht dat de Russen in aantocht zijn. Dat nieuws wil hij doorvertellen! Gelukkig laat de politie hem gaan, en Jacob verzint het verhaal dat hij thuis een radio heeft. Dat is het begin van een lange aaneenschakeling van leugens die Jacob zijn vrienden vertelt omdat hij ze hoop wil geven. De Russen zouden steeds dichterbij komen. Het is een sprookjesachtig maar prachtig en herkenbaar verhaal over de kracht van hoop. Hoop waar mensen zich aan vastklampen, die hen kracht geeft om door te gaan, niet op te geven.

Het verhaal gaat het getto door, iedereen vertelt het verder. Hoe krachtig de hoop is blijkt als Jacob op een dag aan één van zijn beste vrienden opbiecht dat hij helemaal geen radio heeft. Dat hij geen idee heeft of de Russen in de buurt komen, of misschien allang weer zijn teruggetrokken. De dag erna pleegt zijn vriend zelfmoord. Hij kan het leven zonder hoop niet aan.

Becker heeft het boek twee eindes gegeven. Het eerste is triest en hopeloos. Alle bewoners worden met een trein weggevoerd, een wisse dood tegemoet. Maar er is een alternatief einde, dat inzet met opstanding. Jacob besluit toch om de waarheid over de radio niet aan zijn vriend te vertellen, en de vriend pleegt geen zelfmoord. In plaats daarvan besluit Jacob te vluchten en vindt de dood. Diezelfde nacht wordt het getto bevrijd door de Russen. De joden zijn vrij en eten brood in overvloed.

De lezer kan kiezen. Welk einde wil je horen? In welk verhaal wil je geloven, welk verhaal wil jij leven?

Zondag 17 gaat de online viering van Adventskerk/Oosterkerk over hoop. We lezen uit 1 Petrus 3, vers 15, over de hoop die in je leeft. In de voorbereiding voor die viering ben ik heel benieuwd naar uw verhalen van hoop. Waar put u hoop uit, waardoor verliest u juist de hoop? Ik heb hier (klik op de link) een vragenlijst gemaakt en hoop dat zoveel mogelijk mensen die willen invullen (kan anoniem). Alvast dank!

Elly Urban

7 mei – Iemke Epema: “Samen zingen”

Geloof is als een vogel die zingt als de nacht nog donker is – zegt een dichtregel van Rabindranath Tagore.

Deze dagen ben ik bezig met de voorbereidingen voor komende zondag. Zondag Cantate, wat betekent: Zingt! Het staat er in het meervoud en het is een oproep. Maar juist dat samen zingen kan nu nog niet. Zingen is een van de dingen die het meest risicovol zijn als het gaat om de overdracht van het virus.

Ik  heb gewacht met het versturen van dit blog tot de laatste persconferentie geweest zou zijn. En zonet werd door premier Rutte gezegd dat als het zo goed blijft gaan de kerkdeuren per 1 juli weer open kunnen. Er mogen dan eerst niet meer dan 100 mensen naar binnen. Al zullen we nog niet allemaal tegelijk naar de kerk kunnen en is het nog een hele puzzel hoe we dat goed organiseren, er kan over anderhalve maand weer samen gevierd worden. Dat biedt perspectief!

Ook concerten met een beperkt aantal bezoekers zijn dan weer mogelijk. Wat moet het moeilijk geweest zijn om niet samen muziek te kunnen maken, niet samen te kunnen zingen, als dat je lust en je leven is. En helemaal als je daar ook nog van leven moet. Als koor weer te gaan repeteren met anderhalve meter afstand tot elkaar zal ook nog wel een hele uitdaging zijn.

Iemand uit de gemeente stuurde mij informatie door over een bijzonder initiatief van het Nederlands Kamerkoor. Ik had het zelf ook al gezien, want wij zijn al jaren vriend van dit fantastische koor. Ze zouden net deze maand in Zwolle komen zingen, dat stond al lang in onze agenda.

Al in het begin van de Coronacrisis had het koor  #nietvergeten gelanceerd, een initiatief om ouderen en kwetsbaren in onze samenleving met muziek te bereiken. Musici en zangers uit heel Nederland hadden persoonlijke videoboodschappen en muziekstukken opgenomen. En per 1 mei zijn ze begonnen met het streamen van 150 psalmen van 150 componisten in 150 dagen: 150 Psalmen om de stilte te vullen.

Ze schrijven hierover:  De thema’s van de psalmen, teksten van duizenden jaren oud, zijn nog even actueel als toen ze geschreven waren. De psalmen verhalen over hoop en verdriet, over leiders in tijden van wanhoop en over machteloosheid en feest. De psalmen zijn een afspiegeling van onze menselijkheid.

Een mooi initiatief om zo deze eeuwenoude liederen niet alleen binnen kerkmuren, maar in heel veel huiskamers te laten klinken. U kunt het hier vinden.

Maar misschien is het niet uw soort muziek. Dan zijn er vast andere liederen om naar te luisteren en misschien ook mee te zingen. Als de lofzang maar gaande wordt gehouden.

 ds. Iemke Epema

6 mei – Nelleke Eygenraam: “De vrijheid smaakt naar pijn”

In de vroege ochtend van Bevrijdingsdag liep ik over de dijk. De zon stond nog laag, het was fris en de vogels zongen dat het een lieve lust was. Mijn hoop was dat het stiller zou zijn en dat ik alleen de vogels zou horen op deze bijzondere dag, zonder gestoord te worden door voorbereidende geluiden van het bevrijdingsfestival. Maar door de wind uit de noordelijke hoek klonken rangeergeluiden van treinen mij in de oren en daarachter ook autoverkeer. Ik vond het lastig om die prikkels te negeren. Daarom concentreerde ik mij op mijn adem, mijn voetstappen en de gedachten die in mij opkwamen.

Ik dacht terug aan de afgelopen dagen die gewijd waren aan het gedenken en vieren van 75 jaar bevrijding. In de gezamenlijke dienst op zondag 3 mei werden twaalf rozen gestoken in een vaas van prikkeldraad. Het aantal rozen verbond ik met het volk Israël, de twaalf stammen, van wie er in de tweede wereldoorlog zestig miljoen zijn vermoord. De rozen verbeelden leven en liefde. Rozen hebben doornen, zo is het leven. Het prikkeldraad verwijst naar onvrijheid, geen kant op kunnen, gekwetst worden, gevangen zitten.

Die zondag noemde ik de slotregel, tevens de titel, van een gedicht van Willem Barnard, ook bekend onder zijn dichtersnaam Guillaume van der Graft: ‘De vrijheid smaakt naar pijn’.

De volgende ochtend, op 4 mei, was ik betrokken bij twee kleinschalige kransleggingen in het Ter Pelkwijkpark en aan de Pilotenlaan. Beide keren legden twee gemeenteleden de krans en sprak ik de slotstrofen van het gedicht:

Opvallend: het gedicht is een lied, nog geen tien jaar na de bevrijding geschreven. Ik kan er een heleboel over zeggen, en misschien doe ik dat een volgende keer, maar nu volsta ik met de opmerking dat er in het hele gedicht geen hoofdletter staat, behalve aan het begin van de eerste regel. Leestekens ontbreken. Het begint en eindigt als een ademteug die niet ophoudt. Het complete lied zingt al dagen in mijn hoofd. We zongen het in 1980 als studentencantorij, onder leiding van Chris van Bruggen in Groningen, bij het gedenken van 35 jaar bevrijding. In mijn volgende woensdagblog hoop ik er nader op in te gaan.

Nelleke Eygenraam

5 mei – Dirk Jan Steenbergen

Mensen die mij kennen weten dat ik graag wandel, vaak alleen,  soms samen met Marianne. Op één van die wandelingen kwamen wij langs een huis waar een doos met boeken werd aangeboden. Voor niks kon je een boek uitzoeken en het hoefde niet eens terug. We namen twee boeken mee. Eén boekje met 100 verhalen over leiders. Titel ‘Ja baas!’ Het boekje ligt nu bij ons op het toilet, wc-lectuur.

Nou komen leiders en managers er in mijn overdenkingen meestal niet zo goed van af. Dat ligt niet alleen aan hen, zeker ook aan mij. Dit boekje (samengesteld door een rector) bevat ‘slechts 100 verhalen over leiders’. Er komen allerlei leiders in voor. Slechte (koren op mijn molen) maar ook goede. Die zijn er ook (moest ik wel even aan wennen). Ik heb nog lang niet alles gelezen maar dit verhaal sprak me erg aan :

Op zoek naar het antwoord op drie levensvragen (wat moet ik doen, wat verlangt God? Met wie moet ik dat doen ? Wanneer moet ik dat doen?) werd de tsaar door de wijzen naar een boertje gestuurd in verweggistan.  Toen de tsaar de boer eindelijk gevonden had gaf de boer geen antwoord op de vragen. Hij reageerde nauwelijks op de tsaar. Die ging op zijn strepen staan en blies wat hoog van de toren maar dat hielp niet echt.

Toen kwam er plotseling een gewonde man uit het koren. Voor de ploeg van de boer viel hij neer. De boer zei tegen de tsaar : help de man naar mijn hut te dragen. OK, zei de tsaar (wat heel vreemd is voor een tsaar) maar krijg ik dan antwoord? Straks, zei de boer.

Samen brachten ze de gewonde weg, verbonden zijn wonden en verzorgden hem verder. Je kunt naar huis, zei de boer tegen de tsaar. Je hebt je antwoorden gehad! Wat moet je doen?  Wat op je weg komt. Met wie? Met degenen die aanwezig zijn. Wanneer?  Op het moment dat het zich voordoet. Dat is wat God van ons verlangt. Meer niet!            

Dirk Jan Steenbergen

4 mei – Hans Tissink: “Vandaag herdenk ik de doden…”

1 mei – Iemke Epena: “Mei”

En nu is het zomaar mei geworden. Op een bepaalde manier gaat de tijd ook weer snel.  Het openbare leven mag dan grotendeels stil liggen, in de natuur gaat het allemaal gewoon door. En dat is bijna niet bij te houden. In april zagen we de kale bomen langzaam uitlopen, knoppen krijgen, lichtgroen worden, -eerst nog met een heleboel meestal stralend blauwe lucht erachter. Nu kleurt dat groen langzaam donkerder en dichter.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik beleef de lente dit jaar intenser, misschien wel intenser dan ooit. En ervaar dat als een groot geschenk. Ik hoop dat ik dat ook in de komende maand een beetje vast kan houden.

Er kwam een gedicht van Annie M.G. Schmidt bij me boven. Over vlier, seringen en pruimenbloesem. Je hoort de bladeren ritselen en snuift de geuren op.  Annie M.G. Schmidt was zeker niet iemand die zich afzijdig hield van maatschappelijke vragen. Maar hier wordt de grimmige politieke werkelijkheid, die momenteel bijna iedere minuut van de dag zo sterk binnenkomt, op een lichte en geestige manier even op afstand gezet. Een gedicht dat relativeert en troost en waarvan tegelijk een sterk appèl  uitgaat. Ik wil het graag met u delen

Iemke Epema

30 april – Elly Urban: “Alles heeft zijn tijd”

De eerste weken van onze corona lockdown bruiste het in mijn WhatsApp groepen van de leuke foto’s en grappen. Dag 3, dag 6, dag 14, dag…. Inmiddels ben ik de tel kwijt en droogt het aantal grappen een beetje op (zeker zolang Trump zich enigszins rustig houdt).

Er sluipt ook weer meer routine in de dagen. In die eerste tijd was het nog zoeken en proberen. Bellen in plaats van iemand opzoeken, online vierin-gen uitdenken, meer achter een beeldscherm zitten, geen spontane ontmoe-tingen bij de koffie na de kerkdienst.

Vandaag dag ? (geen idee eigenlijk). Ontbijten met mijn dochter, die haar studentenkamer toch maar heeft verruild voor haar oude kamer bij ons thuis. Krant lezen, container aan de weg, die gelukkig nog wordt geleegd door mensen met een vitaal beroep! Een paar telefoontjes daarna. Dan verder met het voorbereiden van een uitvaart, voor vrijdag, mijn eerste uitvaart in deze tijd, toch spannend. Met de familie hebben we eerder deze week alles doorgesproken, videobellen. Gelukkig heb ik hen al eens ontmoet, het voelt toch wat afstandelijk zo.

Tijd voor lunch, en het regent. Dat ben ik niet meer gewend…..geen wandeling nu, hoewel het eigenlijk wel zou kunnen, veel meer dan wat miezerige regen is het niet. Voor de natuur en de tuin hoop ik dat er nog wat meer valt. Ik bestel een boek in de webshop van een plaatselijke boekhandel. Tot mijn verrassing wordt ik teruggebeld, iemand komt het boek direct vanmiddag langsbrengen op de fiets. Service!

Nu wat e-mails en tekst voor de kerkgroet schrijven. Dan de Bijbel open, werken aan de overdenking voor de uitvaart. Woorden uit Prediker 3 zullen klinken. ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’. Zo dient de tijd zich aan. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd lief te hebben en een tijd om te haten. Tijd, niet als een lot, of noodlot zelfs, maar als beweging, ritme voor ons leven. Ritme waarop je maar het beste kunt meebewegen. In die tijd, ook de tijd van vandaag, zoeken naar wat vandaag mogelijk is, wat vandaag goed is. Elke dag opnieuw.

Ds Elly Urban

29 april -Nelleke Eygenraam: “Dus toch!”

Wandelend over de dijk, in de vroege ochtend van koningsdag, kon ik mijn oren niet geloven. Eerst dacht ik nog dat ik iets wílde horen dat er in werke-lijkheid niet was, totdat het karakteristieke geluid heel duidelijk en onmis-kenbaar was, vlak boven mij, Vervolgens zag ik hem ook: de vogel zag die zijn eigen naam roept ‘grutto, grutto’! Ik sprong een gat in de lucht. Dus toch! Een paartje waarschijnlijk, met hopelijk een nest op een veilige plek, met eieren die uitkomen, jongen voor wie er voldoende voedsel is en die groot worden.

In de vroege avond van die warme koningsdag liep ik opnieuw over de dijk. De grutto vertoonde zich niet, maar ik begonn nog niet te wanhopen. Tot mijn vreugde hoorde en zag ik wel andere terugkeerders: gierzwaluwen! Dus toch! Hopelijk vinden ze nestplaatsen en zijn er voldoende insecten om te eten.

En nog iets. Sinds ongeveer een week vind ik elke ochtend in de tuin, bij de schaal met vogelvoer waar ik ’s avonds ook wat meelwormen aan toevoeg, de keuteltjes van een egel. Ook al woon ik aan het Egelveld, sinds ik afgelo-pen herfst een platgereden egel op het fietspad vond, heeft er zich in mijn tuin geen één meer vertoond. Ik had nog zo mijn best gedaan de tuin vooral niet winterklaar te maken en allerlei blad en andere ‘rommel’ te laten liggen, maar geen enkele egel koos ervoor om te komen logeren. En nu ben ik blij met de sporen van zo’n stekelige lekkerbek die kennelijk gek is op meelwormen als vervanger voor de slakken die zich verscholen hielden. Dus toch! Ik hoop dat ie blijft komen, ook al kruipen er na de eerste regen overal slakken rond. Vanavond ga ik in elk geval opnieuw meelwormen aan het vogelvoer toevoegen.

Tja, waar een ‘dominel’ zich al niet mee bezig houdt, naast het kerkenwerk in coronatijd. Er is heel wat moois buiten dat mij hoop geeft, ondanks alles. Dus toch! Ik blijf spoorzoeken met mijn ogen en oren wijd open.  

Nelleke Eygenraam

28 april – Dirk Jan Steenbergen: “Zondagmorgen”

Zondag 23 April 2020. Ik ontwaak, zoals eigenlijk altijd, rond half zeven. Meestal moet ik dan op zondag ook vrij snel opstaan. Ik druk dan de tv naast mijn bed aan en kijk nog even een stukje van een interview van Andries Knevel met een kerkverlater of een prominente figuur in de christelijke wereld. Dan sta ik op en maak me klaar voor :

  • Een jeugdaktiviteit
  • Een kind- of jeugddienst in Zwolle
  • Een kerkdienst in Apeldoorn
  • Een gastviering elders

Hoe anders is dat deze weken. Ik word wakker maar ik moet niks. De zondagen lijken steeds meer op ‘gewone’ dagen. En eerlijk is eerlijk, ik weet niet eens of ik het echt erg vind. Het is ook wel rustig om de zondag nu eens een paar weken niet als werkdag te hebben.

Om een uur of 7 sta ik op. Ik ga naar beneden, zet thee, maak ontbijt klaar, knuffel de hond en druk hier de tv. aan. Jacobine is aan het woord. (Zondagmorgen televisie kan echt heel inspirerend zijn.)  Ze interviewt verschillende mensen waaronder een dominee die haar gemeente mist in deze tijd van corona. Die dominee vertelt over de begrafenis van haar moeder die ze zelf heeft verzorgd. Daar herkende ik veel in, dat heb ik ook gedaan. En ze liet in die viering lied 657 zingen. Zelf zong ze in deze uitzending (het was geloof ik een herhaling) het tweede couplet. Op een bekende melodie uit Wales (rode liedboek 448 : soms groet een licht van vreugde). Dit is de tekst :

Ze vertelde dat ze ervoer dat de gemeente als het ware voor haar zong. Verdrietig en gebroken door het overlijden van moeder stond zij daar,  gedragen door het lied van de gemeente. Ze vertelde het en het ontroerde mij zeer. Want is dat niet wat we allemaal missen in deze tijd.  Dat de gemeente zingt of door zingt,  waar onze eigen stem stokt. Sommigen van ons zijn nu tot eenzaamheid gedwongen. En dat kan leiden tot verdriet. En de gemeente is er niet om door te zingen. Of….. of vergis ik mij. Vergissen wij ons allemaal in de kracht van gemeente zijn. Juist nu zijn we gemeente. Kijk naar elkaar om, bel elkaar, schrijf elkaar, stuur bloemen, app, mail, maar vooral DOE.

Doe iets en HEB LIEF ! Er zal een dag komen dat de gemeente weer bij elkaar komt en samen zingt. Maar ook nu, zonder samenkomst, verstomt het geluid van de gemeente niet !  De gemeente, dat zijn wij !!

Dirk Jan Steenbergen

27 april – Hans Tissink: “HEB LIEF”

Waarover moet ik vandaag schrijven? Op Koningsdag nog wel. Alweer corona? Dat viruswoord betekent ook nog eens ‘kroon’. Het werd een gedicht. Elk couplet begint met een letter van het beruchte c-woord. Wie steekt Covid-19 naar de kroon?  Dat kan toch alleen maar de Liefde zijn…

Hans Tissink

24 april – Elly Urban: “Kinderen en corona”

Goed nieuws, tenminste zo werd het door de meeste mensen ervaren. Kinderen kunnen binnenkort weer naar de basisschool, omdat het besmettingsrisico klein lijkt. Dat geeft lucht, aan ouders die nu alle ballen in de lucht houden, aan kinderen die school toch beginnen te missen. En vooral ook aan kinderen die thuis onveilig zijn, geen steun van hun ouders krijgen. Kinderen in schrijnende situaties, die de laatste tijd terecht meer en meer aandacht kregen.

Gisteren verscheen een oproep in verschillende media, een roep om hulp voor een andere groep kinderen. ‘Griekenland stuurde 7 maanden geleden een noodkreet naar de lidstaten van de Europese Unie: neem alstublieft samen een groep van 2.500 kinderen over die zonder familie vastzitten in de overvolle vluchtelingenkampen’. Elf Europese landen hebben inmiddels positief geantwoord. De nood wordt alleen maar groter, met dreigende coronabesmettingen. En Nederland? De Nederlandse regering weigert tot nu toe kinderen op te nemen.

De oproep om deze kinderen te helpen is me uit het hart gegrepen. Ik ben blij te zien dat zoveel organisaties en mensen hebben ondertekend, waaronder tal van politici uit heel verschillende hoek, alle leden van de Nederlandse Raad van Kerken (waaronder de PKN), en de Gemeente Zwolle. Want ook in Zwolle is toch best ruimte om enkele van deze kinderen onderdak en veiligheid te bieden, en liefde bovenal?

Nu we in Nederland meer dan gewoonlijk iets ervaren van kwetsbaarheid, onvoorspelbaarheid, nu ons eigen ‘fort’ wankelt, vind ik het een spannende vraag wat het effect is. Veel mooie initiatieven en hulpacties worden ingezet, hartverwarmend. En tegelijkertijd: wordt onze wereld kleiner of groter? Worden we gevoeliger voor het lijden van kinderen op de vlucht, of is dat leed juist verder van ons bed nu we dichtbij de verhalen horen over kinderen die het zwaar hebben? Ik hoop en bid dat de ramen niet dicht gaan, de muren niet worden opgetrokken. Dat kinderen die hulp nodig hebben mij blijven raken, veraf en dichtbij. Dat ik antwoord, als ik de ander zie en hoor, als ik de Ander hoor en zie.

Ds. Elly Urban

23 april – Iemke Epema: “Een oceaan van wachten”

Dit gedicht van Vasalis had ik lange tijd als poster aan de muur, zo’n uitgave van Plint. Ik keek er graag naar. Het verveelde nooit. In gedachten ben je aan het strand. De beweging en het geluid van de zee, die eindeloze herhaling, die een gevoel van tijdeloosheid geven. Er is geen tijd, of is er niets dan tijd?

Het leven in deze Coronatijd roept deze vraag ook op. Doordat er minder gebeurt is het leven een stuk eentoniger geworden. De ene dag een herhaling van de andere. Allemaal wachten we op de tijd dat het normale leven weer zijn loop kan nemen. Dat dit nog lang kan gaan duren, hoorden we afgelopen dinsdag. Ja, er is een kleine versoepeling, er wordt weer meer mogelijk, maar voor de meesten duurt het wachten voort.

Ik trek mij terug en wacht zo begint het gedicht. En vervolgt dan met de verrassende verzekering: Dit is de tijd die niet verloren gaat.

Wachten kan het gevoel geven van verspilde en verloren tijd. Het kan lijken alsof er in deze tijd weinig gebeurt. Maar voor wie goed kijkt, is dat schijn. Iedere minuut zet zich in toekomst om. Veel is nu onzeker, maar er komt weer een andere tijd. Het is nu, in het wachten, dat die tijd wordt bereid. Hoe we er dan voor zullen staan, we weten het niet. Maar het bewustzijn dat we erop toe leven maakt deze tijd anders en vult haar met betekenis.

Iemke Epema

22 april – Nelleke Eygenraam: “Heimwee”

Binnenkort woon ik al 16 jaar in Zwolle. De eerste tijd moest ik nog aarden. Dat gunde ik mijzelf. Ik had heimwee naar de leegheid van het Groninger landschap. Eerst als student in stad, vervolgens als predikant op het Hoogeland en in het Westerkwartier was het mij dierbaar en vertrouwd geworden. De ruimte van de hemel en de aardsheid van de akkers. De zeedijk en het achterland. De kerken en de orgels. De korte en klare directheid van de taal. De dorpen en de leegte. De weidevogels en de wind. Tegenwind meestal. Met heimwee denk ik eraan terug.

Ik ben blij dat ik elk jaar als voorganger te gast mag zijn in Warffum en Zuidhorn. In Warffum was ik al in februari, op de stormachtigste zondag van het jaar tot nu toe. Zuidhorn staat voor de meimaand op het programma, maar de kans is groot dat corona dit tegenhoudt. Toch is dat niet de grond van mijn heimwee.

Toen ik in de meimaand van 2004 in Zwolle kwam wonen en werken begon er een boeiend proces van kennismaken. Landschappelijk en medemenselijk. Al gauw kreeg ik de IJssel lief en het wandelen over de dijk. Met de mensen raakte ik ook steeds meer vertrouwd, al bleef het de eerste tijd wennen aan de taal en de klank ervan. Maar tot mijn geluk hoorde ik, wandelend over de dijk,  ook hier het roepen van grutto, scholekster, tureluur en wulp. Verheugd groette ik de boerenzwaluwen, de huiszwaluwen en de gíííerzwaluwen. Visdiefjes en Vleermuizen. Koekoek en Putter.

Karekiet en Waterhoen. Eendenkuikens en ganzenpullen. En nog veel meer.

Maar… waar zijn ze gebleven?

Al sinds een paar jaar hoor en zie ik hier geen grutto’s en tureluurs meer. Ooievaars zoveel te meer. Scholeksters nog wel, maar steeds minder. Tot mijn vreugde hoorde ik in het vroege voorjaar een wulp. En vorig weekend maar liefst enkele kieviten. Ik telde er vier. Hoeveel waren het er zestien jaar geleden nog? Ik krijg heimwee naar de verdwenen vogels. En dan heb ik het nog niet eens over de hazen en de reeën in de uiterwaarden. Soms zie ik er een paar.

Lopend over de dijk word ik overvallen door heimwee naar ‘toen het nog goed was’. Daar is ‘corona’ bij gekomen. Het stemt me soms weemoedig. Toch geef ik de moed niet op. Nee, het komt niet vanzelf weer goed. Ieders inzet en medewerking is nodig.

En ook: heimwee. Want wat je mist wil je graag opnieuw kunnen beleven. Toch?

Nelleke Eygenraam

21 april – Dirk Jan Steenbergen: “Troost-TV”

Het is crisis. Dat weten we wel.  Je wordt er overal mee doodgegooid, zeker op televisie. Alles ligt stil, we kunnen nergens heen en we winkelen vooral op internet.  En dan hebben we troost nodig. En dus na ‘het theater van het sentiment’ hebben we nu ‘heimwee-tv’ en  ‘troost-tv’.  Televisie van vroeger, heel vroeger, want dat geeft troost. Tenminste…….?  Oh ja.  Natuurlijk was vroeger alles beter. Ook de televisie. Niet het beeld. De televisie van vroeger was qua beeld veel minder dan wat er tegenwoordig wordt gemaakt. Maar dat wat erop getoond. Dat was beter.

Dus kijken we nu naar de revue van Andre van Duin, of naar Theo en Thea, of ………. Maar dat heb ik allemaal nooit echt leuk gevonden.

Ik zag een aflevering van ‘zeg eens aaaa’ maar dat von ik ook oudbollig. Daar vind ik dus ook geen troost.

Als ik terugdenk naar televisie van vroeger, terug verlang misschien wel, dan denk ik aan ‘Dagboek van een herdershond’. Over kapelaan Erik Ode-kerke. Ik herinner me alleen het beginfilmpje nog waarbij Erik op de fiets een heuvel afrijdt over een zandpad. Hij valt dan en als hij opgestaan is dan ontdekt hij dat hij een lekke band heeft. Zijn reactie : Hé, verdomme !!  Dan komt de stem van zijn engelbewaarder… :  Een slecht begin Erik Odekerke!

Dat was het dan, maar toch, ik merk de glimlach op mijn lippen als ik eraan terug denk. Maar beter nog, in deze wat donkere tijd, denk ik terug aan ‘De kleine waarheid’. Waarom? Ik herinner me ook hier echt niet wat er ge-beurde, alleen dat de naam Eppo (in de serie een licht verstandelijk beperk-te jongen) nog lang een soort van scheldwoord is geweest. Maar daar gaat het niet om.  Het gaat me om de zonnewijzer in de tuin van de familie Spaargaren. Zo’n grote ronde bol met een pijl. Met daaronder de tekst.  Een tekst die we heel goed kunnen gebruiken in deze tijd :

IK TEL ALLEEN DE ZONNIGE UREN.

Epiloog

Een tekst die niet in ‘prediker’ staat,  ook niet in spreuken,  maar daar had hij kunnen staan. Op internet staat op de website ‘1001 korte verhalen’ een verhaal met deze titel. Lees het eens. Het is niet heel bijzonder maar toch…….. het is goed voor een zonnig uurtje.

 Dirk Jan Steenbergen

20 april – Hans Tissink: “Anticorona oefeningen”

Lectori salutem,

Lieve lezer, ik wens je alle heil toe. In het Latijn want dat is de taal waarmee artsen ons hun medicijnen voorschrijven. Ik schrijf vandaag een alternatief recept voor jou uit. Ik trakteer je op 5 belangrijke geestelijke oefeningen. Die kunnen je hopelijk helpen tegen het coronavirus. Je snapt dat corona jouw geest aan het kwellen is. Als je niet oppast, word je depressief. Welnu, hier 5 tabletjes in Latijnse spreuken.

1          Veni spiritus, kom geest. Jazeker, verwelkom elke dag je adem. Neem vijf minuten de tijd om diep in te ademen. Volg je adem naar je buik en verder naar je onderlichaam. Merk dat je rustig wordt. Je krijgt nieuwe spirit. Deze geest is niet van jou, maar komt van Boven. Nu wordt het tijd voor ‘veni sancte spiritus’, kom heilige geest, adem mij open.

2          Amor fati, houd van het lot. Dat is heel lastig. Corona is een noodlot. Hoe kun je daar nou van houden? Al die slachtoffers, alle ontregeling…Maar woede en haat tegen het lot maken je alleen maar bitter en zuur.  Accepteer dat de coronapandemie is zoals het is. Je hebt er geen vat op. Je bent echt de controle kwijt. Probeer het positieve te ontdekken: een nieuwe gevoeligheid, een nieuwe attitude.

3          Memento mori, weet dat je sterven moet. Sta stil bij je eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Pas als je vriend kunt worden van je eigen dood, kun je anders gaan leven in het hier en nu. Meer vanuit verwondering en dankbaarheid om wat is.

4          Carpe diem, pluk de dag. Besef dat elke dag een gave van de goede Schepper is. Pluk de geschenken die God je geeft. Je hart klopt, je ademt, je mag leven. Kijk maar stil en aandachtig naar het zonlicht en de bloeiende natuur. Geniet van schone muziek en vriendschappen (ook op meer dan anderhalve meter afstand).

5          Ubi caritas et amor. Vergeet ook niet om ondanks alle onzekerheid te kijken naar daden van barmhartigheid en liefde. In deze coronatijd gebeuren hartverwarmende dingen: zorg en hulp van artsen en verplegers, meeleven via kaartjes, bloemen, telefoontjes. Probeer het zelf maar: houd moed, heb lief. En zing dan het lied verder…Deus ibi est. Want in dat alles werkt God.

Zo hier: 5 belangrijke medicijnen om je geestelijk te wapenen tegen corona. Ik wens je tegenover deze plaaggeest de warme liefde van de heilige Geest toe. Pax et bonum (vrede en alle goeds). Zo en nu ben ik aan het eind van mijn Latijn.

Hans Tissink

17 april – Elly Urban: “Houd moed – Heb lief !”

Op de toren van de Oosterkerk wappert sinds vorige week een rode vlag, met de tekst ‘Houd moed – Heb lief!’ Een campagne die werd gestart door de protestantse gemeente in Heerenveen en waar wij ons graag bij aansluiten. De tekst op de vlag is geïnspireerd door woorden uit de Bijbel. In 1 Korintiërs 13 vers 7 staat, in de Bijbel in Gewone Taal: ‘Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden’.

Volhouden, het is inmiddels wel duidelijk dat dat nodig is. Misschien begonnen we nog optimistisch aan onze intelligente lockdown, niemand kon immers overzien wat het coronavirus met ons en onze samenleving zou doen. Nu waarschuwen politici en deskundigen ons dat we niet snel terug zullen kunnen naar de situatie die we zo kort geleden nog als normaal ervoeren. En de gevolgen van deze lockdown wegen ook steeds zwaarder. Hoe lang is dit vol te houden, en hoe gaat die ‘1,5-meter samenleving’ eruit zien?

Als ik even een frisse neus ga halen loop ik regelmatig langs het atelier van kunstenaar Ronald A. Westerhuis, RAWSpace. Misschien kent u zijn werk, enorme en indrukwekkende sculpturen van roestvrij staal. Hij exposeerde in de Fundatie maar ook ver buiten Zwolle en Nederland. Ongeveer op hetzelfde moment dat wij besloten de vlag ‘Houd moed – Heb lief!’ te bestellen verscheen op dit atelier een groot wit doek met de tekst HEB LIEF. Op zijn website schrijft Westerhuis dat hij tijdens de coronacrisis de behoefte heeft om positieve energie te delen, energie waar al zijn werk over gaat. Het doel van dit werk HEB LIEF is dat zoveel mogelijk mensen het gebruiken om liefde, aandacht en respect te delen. Op steeds meer plaatsen zie ik de tekst opduiken, her en der in de stad, en op de website staan filmpjes.

Mooi hoe deze beide campagnes samenvloeien. Laat de liefde maar ontpoppen, op zoveel mogelijk plaatsen in Zwolle en ver daarbuiten. Heb lief. En als je het gevoel hebt dat je zelf leeg raakt, dat de liefde zich niet vanzelf aandient, houd dan moed. Laat je vullen met Liefde die van buiten komt, van boven. God is Liefde, en die liefde zal nooit ophouden te bestaan. Houd moed – Heb lief!

ds, Elly Urban

16 april – Iemke Epema: “Leven in vrijheid”

Net als andere jaren leefde ik toe naar Pasen. Pasen, het einde van de 40-dagentijd, een veelbelovend nieuw begin. Het uit het Frans komende woord quarantaine betekent veertigtal. Het verwijst naar de 40 dagen stilte en afzondering die voorafgaan aan Pasen. Maar dit jaar lijkt het wel alsof we na Pasen nog steeds in de 40-dagentijd zitten. Het sociale vasten dat van ons gevraagd wordt is nog niet voorbij. We zitten vast in onze huizen. Hoe lang nog?

Niet weten hoe lang het nog duurt, dat schijnt het moeilijkste te zijn voor ons. De onzekerheid, het moeten afwachten. Wij mensen willen zo graag greep hebben op de dingen. Als dat ontbreekt voelen we ons machteloos en ligt somberheid snel op de loer.

Op mijn verjaardag had ik een bijzonder boek gekregen: De keuze – leven in vrijheid. De schrijfster Edith Eva Eger, een joodse vrouw, geboren in Hongarije, en tegenwoordig levend in Amerika. Ze is nu 92 jaar. Toen ze 16 jaar oud was werd ze samen met haar ouders en oudere zus naar Auschwitz gedeporteerd. Ze werd gedwongen te dansen voor Mengele. Samen met haar zus overleefde ze het kamp. Ik zag er tegenop haar verhaal te gaan lezen, om geconfronteerd te worden met zo’n gruwelijke geschiedenis. In de Stille Week begon ik eraan. Op Tweede Paasdag had ik het boek uit. Ik googelde op de naam van de schrijfster en kwam uit bij een Tedtalk, een lezing die ze gegeven had aan een groep jonge mensen. Ik ging zitten luisteren naar deze broze en tegelijk zeer levendige vrouw. Wat ze zei kwam recht bij mij binnen. Het was een Paaspreek. 

Edith Eger is haar leven lang bezig geweest met de verschrikkelijke dingen die haar zijn overkomen. Ze moest verder moest leven met wat haar was ontnomen en worstelde met een diep gevoel van machteloosheid. Maar waar ze in haar boek vooral van getuigt is vreemd genoeg juist een sterk geloof in vrijheid. In de trein op weg naar het kamp zei haar moeder, die geen idee had wat hen daar te wachten stond: ‘Ze kunnen je alles afpakken, behalve je gedachten.’ Die woorden van haar moeder zijn haar altijd bijgebleven. Ze houdt ze vandaag voor aan de jonge mensen voor wie ze haar lezing houdt en zegt: ‘Daarom is het zo belangrijk dat het de goede gedachten zijn die je toelaat!’

Ze vertelt hen over de kracht van de hoop die haar in leven hield. Eerst de hoop op bevrijding uit de hel van Auschwitz. Toen de hoop op de genezing van haar diepe worsteling met haar verleden. Het was de hoop die haar op de weg zette van gevangenschap naar vrijheid, van trauma naar heling, van duisternis naar licht. In deze tijd, waar zo veel machteloosheid wordt gevoeld, een diep bemoedigend Paasverhaal.

Iemke Epema

15 april – Nelleke Eygenraam: “Eén zwaluw….”

Toen ik in de namiddag van Pasen over de dijk liep zag ik de eerste boerenzwaluw van dit jaar. Ja, ik weet heus wel dat één zwaluw nog geen zomer maakt, maar mijn hart sprong op van vreugde bij het zien van dit teken van hoop. Op Pasen!

Pasen was dit jaar voor iedereen anders. Ook in de kerk. Op de paar mensen na die nodig waren om een online viering op te nemen en uit te zenden, waren de kerken leeg. Juist op Pasen, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar, is dat vreemd. In plaats van naar de kerk te komen, elkaar het licht door te geven, samen de lofzang te zingen en gezellig na te praten zaten we thuis te kijken naar vieringen op TV of op internet. Voor sommigen was het fijn om vertrouwde voorgangers te zien in de eigen kerk. Anderen vonden het leuk eens op deze wijze een kijkje in een andere kerk te nemen. Weer anderen zongen van harte mee om die paar stemmen op het scherm te ondersteunen. Er waren er ook die zich veel meer van deze internetvieringen hadden voorgesteld en teleurgesteld weg zapten. Ze hadden als het ware één zwaluw zien vliegen en vervolgens de conclusie getrokken dat het nog lang geen zomer is.

Ik schrijf deze blog op de Zwolse bevrijdingsdag. Vijfenzeventig jaar geleden, op 14 april 1945, kwam de bevrijding bijna als een verrassing. Met de Canadese verkenner Léo Major als die ene zwaluw. Een dappere doorzetter die via de Sassenpoort de binnenstad binnenkwam om te kijken of er al veilig vertoefd kon worden. Hij bleef er nog niet maar ging eerst zijn regiment ophalen, de andere zwaluwen, om samen Zwolle te bevrijden. In hun kielzog kwam de zomer.

Eén zwaluw op Pasen in coronatijd. Die ene zwaluw maakt niet de zomer. Dat kan een zwaluw niet. Hij is een verkenner, die onderzoekt of er voldoende voedsel is en of er veilig genesteld kan worden. Eén zwaluw die de belofte van zomer met zich meedraagt. Teken van hoop!

Nelleke Eygenraam

14 april – Dirk Jan Steenbergen: “Paaschallenge”

Dirk Jan Steenbergen

12 april – Hans Tissink: Paasblog

Lieve mensen,

Pasen in coronajaar 2020 is en voelt totaal anders. Geen volle kerken. Geen gezamenlijke paasjubelzang. Geen handdruk en paasgroet aan andere kerkgangers ‘Vrede voor jou’. Geen… Corona ontregelt Pasen als de pest. En we kunnen niet anders doen dan in onze huizen kijken naar een onlinepaasviering. Of in stilte bidden. Of zachtjes een paaslied zingen. Zoals onderstaand paaslied, heet van de naald.

Wij als beroepskrachten van het cluster Adventskerk-Oosterkerk wensen u en jou allemaal de onmisbare zegen van de Levende toe. Moge Gods Geest ons in deze verwarrende tijd nabij zijn en troosten. Moge de Geest van Jezus ons in deze ontregelende crisis inspireren tot nieuwe navolging van Christus, de Opgestane, die leeft en met ons meegaat elke dag. Halleluja!

Hans Tissink

9 april – Iemke Epema: “Nabij zijn”

Het is woensdagmorgen. Ik heb zonet de video bekeken van de viering van vanavond. Die is op Palmzondag ’s ochtends in de Adventskerrk. Ik mag kijken of er nog iets veranderd moet worden. Met een ‘gewone’ kerkdienst kan dat nooit.  Bij het terugkijken merkte dat ik ook steeds op zat te letten of we wel genoeg afstand van elkaar hielden. Inmiddels is dat een tweede natuur geworden.

Het is wel gek om op Palmzondag al te doen of het Witte Donderdag is. Natuurlijk ben je anders als voorganger ook al veel eerder met een viering bezig bent dan het moment dat deze gehouden wordt. De oorspronkelijke liturgie voor Witte Donderdag was allang klaar. Er waren mooie liederen uitgezocht die de Oosterkerkcantorij zou zingen. Maar de viering moest nu compleet worden omgegooid.

Waar we ook over na moesten denken was de vraag hoe om te gaan met het Avondmaal. Vieren of niet vieren? Daar ontstond in de kerkelijke media een levendige discussie over. Juist bij Witte Donderdag hoort het delen van brood en wijn, zei de een. Dat kun je echt niet weglaten. Maar kun je nu nog wel spreken van delen, vroeg de ander. De gemeenschap (communio) die het hart vormt van dit gebeuren kan nu immers niet bij elkaar komen. Gaat iemand thuis bij het beeldscherm een stukje brood en een klein bekertje met wijn klaarzetten? Wie met anderen samen thuis de dienst meebeleeft zou tenminste nog met diegene(n) brood en wijn kunnen delen. Maar hoe is dat voor wie alleen is?

We kozen er uiteindelijk voor de schaal met matzes en de beker met wijn wel aanwezig te laten zijn, maar dan als teken. Als voorgangers konden we vanwege de hygiënemaatregelen immers ook geen brood en wijn met elkaar delen? We konden het elkaar niet aanreiken. Nee, geen Witte Donderdag zonder het teken van brood en wijn. Maar laat het dan een teken zijn dat hoopvol vooruit wijst naar de tijd dat we wel weer als gemeenschap bij elkaar kunnen komen. Dat we weer brood en wijn met elkaar kunnen delen, en nog zoveel meer. Dat we elkaar de vredegroet kunnen geven, elkaars hand vastpakken, elkaar even aanraken, elkaar letterlijk nabij zijn.

Dat die lichamelijke nabijheid in deze tijd wegvalt beleven velen als een groot gemis. Dat ervaar ik ook zo. En dan heb ik nog elke dag drie mensen om me heen heb die ik gelukkig wel kan aanraken. Maar dat het contact met alle anderen nu alleen op afstand mogelijk is, enkel door gesproken of geschreven woorden, via mail of (beeld) telefoon, dat voelt toch als een vorm van afgesneden zijn.

Ik denk dat je dat gemis niet op moet willen vullen. Je kunt het alleen maar doorleven, in de hoop op andere tijden. En past dat eigenlijk ook niet heel goed bij de Stille Week?

Iemke Epema

8 april – Nelleke Eygenraam

In de vroege ochtend wandelde ik over de dijk. Door de ochtendmist was alles in nevelen gehuld. De eerste wandelaar die ik groette riep ik nog toe: ‘Wat een mooie mist, hè?’. ‘Geef mij de zon maar’, bromde hij terug. ‘Die komt er zo meteen aan!’ gaf ik hem nog mee. Mij schoot een canon te binnen, waarmee we in het kinderkoor waar ik op zat, op zondagochtend het inzingen afrondden:

In mijzelf zingend liep ik verder.

Omdat ver kijken niet mogelijk was zag ik dichtbij zoveel te meer. Een maand geleden had ik tot mijn verwondering al de eerste pinsterbloemen zien bloeien en, nog verbazingwekkender, ook al fluitenkruid. Ik weet nog hoe ik bij mijzelf dacht: de hele boel is in de war! Straks zijn de pinksterbloemen voor Pasen al uitgebloeid. En het fluitenkruid hoort rond Bevrijdingsdag de bermen te sieren. Niet nu al.

Ik bleek te vroeg geklaagd te hebben. Er kwam een soort van stilstand. Niet alleen werden er steeds strengere corona-maatregelen genomen waardoor van alles niet doorging, gesloten bleef of stil viel… Er waren ook (eindelijk!) koude dagen en nachten aangebroken. Net als veel mensen hielden de pinksterbloemen en het fluitenkruid zich gedeisd. Tot afgelopen weekend de warmte begon te kriebelen.

Ik zag de bloemen: fris, vol neveldruppeltjes. En ik voelde me ietwat gerustgesteld: het fluitenkruid en de pinksterbloemen zullen vast niet voor Pasen al uitgebloeid zijn.

Maar de mensen dan, voor wie het leven sinds half maart zo anders is geworden?  Voortwandelend kwamen gezichten, gedachten en gebeden in mij op. Ze raakten verbonden, verwijlden een poosje bij elkaar om vervolgens weer weg te vloeien, even rustig als het water van de IJssel. Zodra ik weer thuis was, ontbeten en de mail gecheckt had, ben ik gaan bellen. Hun gezichten had ik in gedachten voor ogen. De gebeden kwamen vanzelf. Stilletjes.

Voor iedereen is deze stille week anders dan anders. Voor velen allesbehalve stil, want zonder tijd voor bezinning of rust. Voor anderen veel te stil, want zonder afwisseling, bezoek, een geur of een groet van buiten.

Maar op Pasen bloeien de pinksterbloemen en het fluitenkruid als hemelse groet aan allen. Een kleine zachte troost, hoop ik.

Nelleke Eygenraam

7 april – Dirk-Jan Steenbergen: “Paasboodschap”

Crisis,  het is crisis.  Corona-crisis.  En het is veel ernstiger dan we dachten.

Oh, het leek zo mooi. Paar uurtjes online school (liefst helemaal niet) en daarna weer vrij. Heerlijk.  Totdat,  totdat bleek dat je veel meer niet kon.  Dat je eigenlijk thuis moest blijven, maar dat deed je toch niet, ben je gek. Maar buiten, buiten kon je ook niet meer doen waar je zin in had.  Alle sport ligt stil. Je vrienden ontmoeten wordt ook steeds meer tricky. Vooral als corona erg dichtbij komt.

Of u dacht misschien :  thuiswerken is zo gek nog niet. Lekker rustig. Kan ik tegelijk wat anders doen.  Maar als je kinderen ook thuis zitten is er vaak weinig rust. Of erger nog,  als je je baan dreigt kwijt te raken vanwege dat virus. Dan komt het wel erg dichtbij.

En zo langzamerhand kent iedereen langzamerhand wel iemand die er behoorlijk last van heeft heeft,  of heeft een vriend die weer iemand kent. En zo werd een mooie droom, langzaam een nare droom en …….  Als het virus familie treft, opa of oma, of mama of papa of……  dan wordt het een nachtmerrie. Een nachtmerrie waarvan je denkt dat je er niet meer uit komt.

Zo’n 2.000 jaar geleden liep er een man door het land Israel. Daar tegen de Middellandse Zee aan.  Dat land leefde in een angstige droom. Het land was bezet door de Romeinen, vreemde  overheersers. Een beetje zoals de Duitsers in Nederland in de tweedewereldoorlog.

De man waarover ik het had liep door het land en vertelde over een nieuw koninkrijk. Een koninkrijk van vrede en gerechtigheid.  Een rijk waar iedereen waardevol zou zijn. Een droom van een koninrijk. Dus heel anders dan het geweld van de Romeinen. En zo kreeg de man, Jezus, veel vrienden en nog veel meer volgers. Een grote menigte volgelingen die in Hem de man zagen die de Romeinen zou verjagen. Gevoed door een intocht in Jeruzalem op een ezel (zo zette hij eigenlijk de romeinse veldheren voor schut die altijd op grote paarden en met veel geweld kwamen) juichtten de mensen Hem toe. Maar Hij deed niet wat ze gehoopt hadden.

Een paar dagen later werd Hij, die Jezus dus, opgepakt en na een schijnproces gekruisigd.  De droom van het rijk van vrede spatte uiteen. Voor zijn directe vrienden, de discipelen,  werden deze dagen een nachtmerrie. Geen feest,  geen bevrijding, geen vrijheid. De hoop heeft plaatsgemaakt voor angst.

Maar dan. Op de derde dag na Zijn dood. Dan gaan er vrouwen naar het graf waar die Jezus ligt.  Maar Hij is er niet. Het lijk is weg. Verdwenen.  Enkel wat doeken,  een engel en een ontmoeting met een tuinman die op hem lijkt.  Of is het Hem echt??  In levende lijve. En wat is er dan gebeurd.

In de apostolische geloofsbelijdenis staat dat Jezus is ‘neergedaald in de hel’ !  Wat is daar gebeurd. Wat voor strijd heeft er plaatsgevonden in die nacht daar in de duistere wereld tussen leven en dood. Welke crisis heeft Jezus daar doorgemaakt. En hoe heeft Hij daar de kwade krachten overwonnen. Hoe ???…..  het is niet belangrijk. Totaal niet.  Daar hoeven we ons niet druk om te maken. Hij heeft het gedaan. Hij heeft geknokt en is teruggekeerd op Zijn manier. Zijn verhaal stopt niet bij zijn kruisiging. Niet bij het neerleggen in het graf. Maar het gaat door. Door met de opstanding op de derde dag na zijn dood. Door tot nu. En door in ons.

Het verhaal van God met de mensen kent geen einde. Niet met Goede Vrijdag. Met Pasen kent het hooguit een nieuw begin. Het verhaal gaat door. Eens zal God zijn koninkrijk vestigen. Zijn koninkrijk van gerechtigheid en vrede. Hij laat de mensen niet los. Ook niet in de crisis. Dan tilt hij ons juist op.

Crisis, het is crisis. Corona-crisis. Wat een mooie droom leek is een nachtmerrie geworden.  Maar het is niet het einde. Het is niet het einde van de wereld. Misschien een nieuw begin, maar daar zijn we zelf bij. Maar misschien gaan we door om elkaar boodschappen van hoop te verkondigen. Misschien vallen we niet terug in het oude patroon van consumeren maar gaan we ons leven een beetje bijsturen. Misschien zetten we door om elkaar te steunen en wat minder elkaar af te vallen. Je weet het niet. Maar wat ik wel weet is het volgende :

Dirk-Jan Steenbergen

6 april – Hans Tissink: “Stilte”

De Stille Week is begonnen. Is het met de COVID-19-pandemie niet al stil genoeg, kun je je afvragen. ‘Stil is de straat overal’ zong ik vanmorgen tijdens de filmopname van onze Goede Vrijdagviering. Lied 1003 in een corona-uitvoering. Stil is het in onze kerken, scholen en kantoren. Stil is het voor talloze mensen in quarantaine. Deze stilte klinkt helaas oorverdovend hard. De coronafeiten beuken dwars in onze huizen en in onze harten.

Stil was het gisterenmorgen, op Palmzondag, niet in de Adventskerk. Daar namen we maar liefst drie korte videovieringen op. In omgekeerde volgorde nog wel. Van Pasen via Goede Vrijdag naar Witte Donderdag. Corona legt niet alleen ons bioritme, maar ook onze liturgie totaal overhoop. En ja, voor het oog van de camera gaan dingen ook nog eens mis. Kaarsen die niet wilden doven, de Paaskaars die twee keer moest worden weggebracht. U als kijker zult er hopelijk niks van merken.

Stilte. Wanneer word ik werkelijk stil? Ik word stil, als er vandaag minder doden en ziekenhuisopnames zijn dan gisteren. Stil van mensen die hulp en aandacht verlenen. Stil van een lied, een gedicht, kerkklokken als teken van nood en oproep tot gebed.

In mijn mailbox verscheen onlangs een bericht over de stille kracht van poëzie. Ik moest vrienden mailen en wachten…wachten op een gedicht. Het werd stil. Na een week besloot ik dezelfde vrienden mijn favoriete gedicht te mailen als bemoediging in deze coronacrisis. Het werkte. Er kwam respons.

De dichteres Ida Gerhardt wandelde in oorlogsjaar 1941 op straat. Zij zag grauwe gezichten. Ineens hoorde zij het carillon een gezang spelen ‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’ Ineens werd de stille beklemming even doorbroken. Gerhardt eindigt haar gedicht vol stille ontroering: ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen, zo bitter, bitter liefgehad.’

De stilte rond corona kan via liederen, poëzie en kerkklokken ineens veranderen in stilte voor God. Daarom ik oefen mij deze week in verstilling en navolging van zijn Zoon. Jezus die ons heeft liefgehad tot het bittere einde.

Een goede Stille Week gewenst.

Hans Tissink

3 april – Elly Urban

Gisteren een bericht op NOS.nl: lockdown in Afrikaanse landen; het is stil tot mensen echt honger krijgen. Wereldwijd nemen landen maatregelen tegen Covid 19, maar een lockdown is niet zo realistisch als mensen geen huis hebben. Geen koelkast om voedsel te bewaren, geen geld om voedsel voor langere tijd in te kopen. Als dan de markt sluit en alle transport tot stilstand komt? Als je per direct je werk kwijt bent zonder noodfonds van de overheid? Als je ziek wordt en er helemaal geen IC is, zelfs nauwelijks basiszorg?

Naast mijn werk als predikant voor de Oosterkerk werk ik drie dagen per week voor ICCO, een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Deze week had ik videobijeenkomsten met collega’s uit India en Ethiopië. In Ethiopië lijkt de situatie nog vrij rustig. Er zijn weinig besmettingen gemeld, mensen werken wel thuis voor zover dat gaat maar het dagelijkse leven gaat nog min of meer door. Wel is er angst en onrust voor de volgende maanden. ‘We staan nog maar aan het begin’, zei één van de collega’s, ‘en als mensen geen voedsel voor hun kinderen meer hebben kun je ze niet binnen houden’. Uit India komen schrijnende verhalen. Mensen ontvluchten de steden om in hun dorpen nog voedsel te kunnen vinden, te kunnen overleven. Rechten van arbeiders lijken niets meer waard te zijn, mensen zijn massaal hun baan kwijt en kunnen op geen enkele steun rekenen van overheid of werkgever.

Het Covid virus maakt geen onderscheid en tegelijkertijd komen de verschillen tussen rijk en arm schrijnend aan het licht. De ongelijkheid wordt ook vergroot, zeker voor de langere termijn. Ja we staan nog maar aan het begin. Ik houd mijn hart vast. Ik kan niet veel doen, niets oplossen. Wel luisteren naar de verhalen. Vaak met verwondering over de veerkracht en de moed van mijn collega’s. Maar ook met verdriet, over zoveel lijden en armoede. En ik bid: Heer, ontferm u. Ontferm u over ons, over al deze mensen, over onze wereld.

Ds. Elly Urban

2 april – Annie Hasker: “Niemand weet wat leven is…”

Annie Hasker, gemeentelid van de Oosterkerk, is werkzaam als geestelijk verzorger in de Isala. Ds. Iemke Epema nodigde haar uit als gastschrijver om ons iets te vertellen over wat zij daar deze dagen meemaken.

In Isala worden we bepaald bij de verwoestende kracht van het nieuwe corona-virus.

Artsen en verpleegkundigen ervaren deze weken intens dat het leven niet maakbaar is. Ze staan met lege handen bij patiënten die opeens heel snel achter uitgaan. Want ondersteuning met zuurstof, soms zelf op de intensive care, heeft lang niet altijd effect. Dat heeft grote impact op ons allemaal in Isala, dat het sterven en de dood zo in ons midden zijn.

Ik merk schroom bij de artsen rond hun handelen. Zij lijken soms degene te zijn die het vonnis velt: wel of niet aan de beademing. Maar dit besluit wordt niet licht genomen. Alle bijkomende ziekten worden besproken in een medisch team. En als beademen medisch zinloos is, is dat ook voor hen een zware beslissing, ze gunnen iedereen een kans.

Verpleegkundigen staan dicht bij de patiënten, aan het bed. Het is anders werken nu er vrijwel geen bezoekers meer worden toegelaten in Isala. Dat doet veel met de onderlinge verhoudingen met patiënten. Soms is de verpleegkundige degene die iemand heel snel ziet verslechteren en sterven. Dat raakt hen diep. Zij schakelen regelmatig de geestelijk verzorgers in. Er is een vraag voor een kort afscheidsritueel gekomen van de verpleegafdeling, zowel voor gelovige als niet gelovige patiënten. Ze willen hun patiënten ook in het sterven kunnen bijstaan als er niemand anders kan komen.

En wij als team geestelijk verzorgers zoeken ook onze weg. Dagelijks bezoekt één van ons in beschermende kleding de corona-patiënten. We voeren vele telefoongesprekken met patiënten en familieleden. We ondersteunen artsen bij morele vragen.

We merken de angst voor corona, de ziekte die iemand binnen twee weken kan wegvagen. We zien als nooit tevoren de grenzen van de medische mogelijkheden, de maakbaarheid. Maar we zien ook intense verbondenheid in Isala tussen alle medewerkers. Grenzen vallen weg. En betrokken medewerkers zoeken hun weg in het omgaan met zoveel stervenden in ons ziekenhuis. Ondertussen doen anderen hun uiterste best om ook zorg te blijven bieden aan de niet-corona patiënten.

In deze crisis mogen we op weg gaan naar Pasen. Voor mij gaat het deze weken over Leven dat ons door de dood heen gegeven wordt. De liedtekst  “niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is” zingt soms in mijn hoofd. Een troostende tekst voor mij. Leven is niet maakbaar. Het Leven is ons gegeven. Dat geeft me vertrouwen, dat het goed zal komen, wat er ook gebeurt. En op een dag leggen we ons leven terug in Gods hand.

Lied: Huub Oosterhuis: “Ergens komt een kind vandaan”

Ds. Annie Hasker

1 april – Nelleke Eygenraam: ‘Anders zou ik …’

Als ik in mijn agenda kijk zie ik heel veel doorgestreepte afspraken en activiteiten.

Pastorale afspraken, gesprekskringen, de preekclub, vergaderingen, een werklunch, studiedagen, vespers en vieringen en allerlei ander kerkenwerk. Maar ook privédingen zoals naar de kapper, een feestje, etentjes, een wandelweekend met goede vrienden.

Als ik zo’n doorgestreepte afspraak zie, denk ik geregeld ‘Anders zou ik dit of dat gedaan hebben’. In plaats daarvan zit ik heel veel achter de computer of aan de telefoon. Binnen.

Gelukkig kom ik ook veel buiten. Ik wandel graag of ben in de tuin bezig.

Met enkele mensen maak ik een afspraak voor wandelpastoraat. We zoeken een rustig tijdstip uit en paden die breed genoeg zijn om minstens anderhalve meter uit elkaar te kunnen lopen. Soms lopen we een tijdje achter elkaar, zwijgend, elk in een eigen tempo.

Vorige week wandelde ik met mijn coach aan de andere kant van de IJssel, vanaf Hattem, langs de begraafplaats, door een mooi stukje bos en wat heide aan de ene oever van het Apeldoorns kanaal om over de brug langs de andere oever terug te keren. Door de beweging van het wandelen praat het anders dan in een stoel in haar spreekkamer, merkte ik, hoe prettig ik die kamer ook vind. We hadden koffie bij ons en bij een grote picknicktafel hielden we even pauze. Toen we verder liepen, zagen we drie vrouwen dichtbij elkaar in de wal zitten. Te dichtbij, besefte ik later pas, maar dat viel me toen niet op. Iets anders trok de aandacht.

Een heldere glanzende kobaltblauwe ijsvogel, rustend op een tak boven het water. Hoewel, rustend klopt niet helemaal. Hij, want het was een mannetje, was alert, draaide met zijn kop en toonde soms ook de helderoranje voorkant van zijn lijf. Schitterend om hem zo goed te kunnen zien, zelfs zonder kijker. Na een tijdje vloog hij weg. Even verderop kon het schouwspel opnieuw beginnen.

Anders zou ik binnen gezeten hebben en door de hoge ramen hooguit een beetje van de blauwe lucht en de kale bomen hebben gezien. Maar nu deze ijsvogel. Wat een cadeautje!

Nelleke Eygenraam

31 maart – Dirk Jan Steenbergen: Intensive Care

Steeds weer komen de moeilijke berichten op je af in deze tijd. De laatste dagen gaat het vooral over de ‘Intensive care’. Of er wel genoeg bedden zijn.

Ik heb geen mening over dit probleem omdat ik simpelweg niet voldoende kennis heb. Ik ben ook geen profeet die de toekomst kan schetsen dus ook daar blijf ik maar verre van. Ik kan alleen maar hopen. Leven tussen hoop en vrees,  dat is het nu een beetje. Als werker in de gemeente kun je nu maar weinig doen. Maar het aardige is dat je als gemeentelid best veel kunt doen.

Je kunt natuurlijk bij de pakken neer zitten, je huis op slot doen, de gordijnen dicht en de boodschappen laten bezorgen en wachten tot het over is. Dan moet je vooral ‘goedemorgen nederland’ kijken want dat programma lijkt wel gespecialiseerd om alles wat fout gaat twintig keer te herhalen. Dat kan. Maar je kunt ook je telefoon pakken, mede gemeenteleden bellen, elkaar moed inspreken, gedichten uitwisselen, kaarten sturen, en positieve verhalen delen. Mooie herinneringen vertellen aan elkaar. Want ook de corona-crisis gaat over.

En dan liggen we niet in een ‘intensive care-bed’ maar zijn wij een beetje ‘intensive care’ voor elkaar.  Dat moet je niet enkel over laten aan professionals. Dat kun je zelf ook. Kaartjes hebben we allemaal nog in stapels ergens in de kast. Postzegels kun je laten bezorgen als je de deur niet meer uit wilt. Adressen zijn veelal op te zoeken. En mijn ervaring is dat een belletje of een kaartje mensen soms weer dagen vooruit helpt. Dat is ook ‘intensive care’.

En God dan?  Waar blijft God in je verhaal? Nou… God heeft zo Zijn eigen ‘intensive care’.  Dat kunnen we leren uit heel veel Bijbelteksten. Bekende en onbekende.  Hoe mensen Gods ‘intensive care’ hebben ervaren. Ik noem er een paar. Misschien wel de bekendste uit ‘de Heer is mijn herder’:

Psalm 23: 4: Al gaat mijn weg door een donker dal,ik vrees geen gevaar,want u bent bij mij uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

Maar ook Paulus heeft zo zijn overtuigingen over de zorg van God :

Romeinen 8: 38-39: Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

En tenslotte uit het laatste Bijbelboek.  De tekst die ik het mooiste vind. Waar waar vinden we God?  Aan het begin en het eind van de tijden. Daar is Hij of Zij er voor ons !

Openbaring 1:17-18: Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste.

Dirk Jan Steenbergen

30 maart – Hans Tissink: ‘Bid, zing, fluit, kijk en bewonder…’

Zaterdagmorgen 28 maart. Ik fiets langs stille straten naar een lege Oosterkerk. Daar wachten twee cameramensen me op voor een opname van de onlineviering. Ik ben toch wat gespannen. Dit is heel nieuw. Een zoveelste neveneffect van corona. Twee kerkliederen die ik als omlijsting ga zingen, helpen me over de drempel heen: ‘Onze Hulp’ (291c) en ‘God zal je hoeden’ (426). Exodus blijkt zeer actueel. Er is altijd een uit-weg (ex-odus). Alle hagel, donder en bliksem zullen eens ophouden. God ziet om naar zijn volk in ellende. Ook vandaag. Helpt bidden?

Juist in deze gekke dagen en weken heb ik honger en dorst naar inspirerende verhalen, gedichten en liederen. Ze geven me rust en troost.

Bidden vat ik wel heel ruim op. Ik denk aan bidden met je handen en voeten. Bidden als een andere manier van kijken en doen. ‘Ora et labora’ zeiden de oude monniken al. ‘Bid en doe het goede’, houdt Bonhoeffer ons voor. Die twee zijn niet los van elkaar verkrijgbaar. Daarom komen ook de goede werken in deze coronatijd diep binnen. Een 71-jarige priester in Italië die sterft nadat hij zijn beademingsapparaat heeft afgestaan aan een jongere landgenoot die het virus overleeft. Bedrijven die snel omschakelen en mondkapjes en levensreddende medische apparaten gaan produceren. Allemaal warme gebaren van liefde. Je moet het zien. Kijk, alweer een vrucht van Gods Geest.

De filmopname is achter de rug. Ik fiets terug naar huis. Ik hoor mezelf het Exoduslied fluiten ‘Go down, Moses…let my people go’. Blijf naar elkaar omzien. Vertel elkaar welke woorden en daden je nieuwe spirit geven. Kijk, een nieuwe lente. Hoor, een nieuw geluid. Waar liefde is, daar werkt God aan onze exodus.

Hans Tissink

27 maart – Elly Urban

Een bankje in de zon. Voor mij de IJssel, stromend als altijd. Achter mij het spoor, met maar een enkele sprinter. Ik denk na over wat ik zal schrijven, laat de afgelopen week door mijn gedachten gaan. Het grote verhaal over corona, de steeds striktere maatregelen, de cijfers en voorspellingen, ze beheersen het beeld. Tegelijkertijd merk ik dat vooral de persoonlijke verhalen het beeld inkleuren, de impact ook meer laten voelen. Neefjes en nichtjes die geslaagd zijn omdat hun eindexamen is geannuleerd. Familieleden die versneld uit het buitenland terugkomen. Mijn moeder die de plannen voor haar 80-jarige verjaardag moet bevriezen. Verhalen van mijn zus, werkzaam in de zorg, over de drukte en de angst voor een tekort aan beschermende materialen. Een bericht over mijn oom, in het ziekenhuis aan de zuurstof, corona positief. Een nichtje dat haar 12e verjaardag zonder haar vriendinnen moet vieren maar blij is met alle kaarten en pakjes in de brievenbus. Een bruiloft die wordt uitgesteld.

In mijn telefoontjes met gemeenteleden hoor ik meer verhalen. De pijn dat je je geliefde in verpleeghuis of ziekenhuis niet kunt opzoeken. De lange dagen, de stilte in huis. De hectiek, van thuiswerken en je kinderen begeleiden met hun schoolwerk. De dankbaarheid, dat zoveel mensen klaar staan om boodschappen te brengen. Het contact via internet, via de telefoon, de extra tijd om samen te zijn, de rust.

Ik probeer het bij elkaar te krijgen in mijn hoofd. Dat lukt eigenlijk niet. Alles staat naast elkaar, licht en zwaar, vrolijk en verdrietig, hoopvol en somber, dankbaar en teleurgesteld. Zo is het leven. Nu. Altijd. De Prediker zegt het al zo lang. Voor alles is een tijd. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te dansen en een tijd om te rouwen. En al die tijd zijn we in Gods hand.

Ds. Elly Urban

26 maart – Iemke Epema: ‘Tijd nemen’

Het bericht afgelopen maandagavond dat de maatregelen tegen het virus aangescherpt en verlengd werden kwam bij mij wel als een schok. Pas in juni weer samen naar de kerk kunnen gaan, -wat duurt dat nog lang!

Iemand appte diezelfde avond nog: Gek hoor maar ik mis de gemeenschap en alles eromheen meer dan ik had verwacht.  Iemand anders reageerde: Wat zal het fijn zijn om elkaar straks weer te zien!

Straks…Hoe zullen we later aan deze tijd terugdenken? Als een nare tijd zijn die we het liefst weer zo snel mogelijk achter ons laten? Of zullen we eraan terugdenken als toch ook wel een heel bijzondere tijd?  

Ik las een blog van schrijfster Lieke Marsman. Ze was al kankerpatiënte. Nu zit ze ook nog in quarantaine vanwege Corona. Ze voelt zich een stuk minder alleen voelt, nu ze weet dat er ook zoveel anderen thuis zitten.

En ze waarschuwt die anderen: Er komt een keer een moment waarop alle huishoudelijke klusjes gedaan zijn. En dan zal de tijd van geestelijke klusjes zich aandienen. Dat je over dingen gaat nadenken waar je anders nooit zo over nadenkt. Wees daar niet bang voor, zegt ze. Geef het de ruimte.

En ze vertelt hoe ze eenmaal thuis uit het ziekenhuis merkt dat ze soms met weemoed terugdenkt aan die ziekenhuisdagen. Terwijl ze toen echt niet kon wachten tot ze weer naar huis mocht. Komt het door de goede zorgen van de verpleging? Ja, dat ook. Maar er is nog iets anders. Het is te vergelijken met hoe je met weemoed terug kunt denken aan hoe je als kind ziek thuis in bed lag en de tijd langzaam voorbij voelde glijden. Ze beschrijft dat heel treffend:

Dat je de wereld ervaart midden op de dag, op de doordeweekse dag om precies te zijn, op momenten waarop je normaal gesproken een drukke vergadering voorzit, je over een proefwerk buigt of je plek in een overvolle coupé probeert te vinden. In de verte klinkt een brommer. Twee huizen verderop verschuift iemand een zwaar meubel. In de wasmachine geeft een ronddraaiende ritssluiting het ritme aan waarop de bomen in de straat heen en weer wuiven. En dit alles vergezeld door een stand van de zon waaronder je normaal gesproken helemaal de tijd niet neemt om even om je heen te kijken.

De tijd nemen om even om ons heen te kijken. Ik hoop dat ons dat gegeven mag zijn in de komende weken. Tijd waarvan we nu misschien denken: Hoe kom ik er doorheen? Maar waar we later, als het leven hopelijk weer zijn gewone loop heeft genomen, misschien ook wel eens een klein beetje naar terug zullen verlangen.

Maar ik vertrouw op U, mijn tijden, o Heer, zijn in uw hand. Ps 31 vers 12

25 maart – Nelleke Eygenraam: ‘Omschakelen’

Maandagavond werden namens het kabinet nieuwe, striktere, maatregelen bekend gemaakt. En meer dan dat. Er werd ook het verbod uitgevaardigd om bijeenkomsten te houden. Niet alleen in de openbare ruimte maar ook in kerken en zelfs thuis. Je zult maar jarig zijn of iets anders te vieren hebben of op een ander gedenkwaardig moment juist anderen om je heen willen weten. Het is voor iedereen omschakelen.

Zoiets gaat niet vanzelf. Het kost moeite om het dagelijks leven en vooral de bijzondere dagen anders in te vullen. Tegelijk merk ik tot mijn verwon-dering hoe soepel velen omschakelen. Zoals de voorjaarsbloesemknoppen uitbotten, zie ik allerlei speelse initiatieven aan deze lente ontspringen, ondanks (of dankzij?) het woekerende coronavirus.

Als kerk waren we ook al enorm aan het omschakelen. Hiervan getuigen de blogs van de voorgangers, de vieringen online, telefoonpastoraat, beeldbellen, uitvaarten in kleine kring, kaartenacties, boodschappenhulp en verschillende andere manieren om op elkaar en anderen betrokken te blijven.

We zijn inmiddels over de helft van de veertig dagen op weg naar Pasen. De Stille Week zal dit jaar echt stil zijn, zonder vespers. De viering van Witte Donderdag, de wake op Goede Vrijdag, het verlangen naar de morgen in het donker van de Paasnacht… het zal allemaal anders vormgegeven worden. We weten nog niet precies hoe, maar het is inmiddels wel zonneklaar dat we ook op Pasen anders dan anders het Licht zullen begroeten. Het is voor iedereen omschakelen. En vertrouw er op: het Licht overwint de duisternis.

In deze dagen zing ik vaak Lied 605, waarvan het slotvers luidt:

24 maart – Dirk Jan Steenbergen: ‘Maak je geen zorgen…’

Zondagavond.  Ik wandel met de hond nog even langs de Dobbe en de wijkboerderij.  Het is rustig. Heel rustig.

Omdat ik net met mijn vrouw en mijn zoons nog risk aan het spelen was komt deze rust nog onnatuurlijker over dan ze eigenlijk al is. Onwezenlijk. Maar het potje risk heeft me goed gedaan. Even geen corona-crisis.  Even geen nieuws. Even niets. Even geen zorgen voor morgen.  En morgen… morgen zien we weer.

Denk niet dat crises nieuw zijn.  Ook in de Bijbel barst het van de crises. In een bepaald ritme zelfs. Het gaat goed met het volk Israel, ze staan dicht bij God. Dan dwaalt het volk langzaam af van God en denkt dat andere goden ook wel kunnen. Dan komt er eerst een profeet die een waarschuwing afgeeft. Het volk Israel luistert niet. En dan komt er een crisis, waarin dezelfde profeet (of een andere)  de weg wijst. Terug naar God, weg uit de crisis.

Nee, ik geloof niet in een God die een crisis over de wereld strooit om vervolgens vergenoegd te gaan zitten kijken wat er aangericht wordt. Zeker niet. Ik geloof in een God die, als wij in een crisis zitten, tegen ons zegt : ‘wees maar niet bang, het lijkt erger dan het is. Ik zal er altijd voor je zijn. Zelfs als je me vergeet als het goed gaat, dan wacht ik in slechte tijden op je!’  Psalm  105 zegt het zo: ‘Zoals een vader liefdevol zijn armen, slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen, God onze Vader, want wij zijn van Hem’.

Mochten deze woorden in de tijd niet troostend zijn dan zijn de wijze woorden van Jezus dat wellicht wel: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen,  elke dag heeft genoeg aan zichzelf !

Dirk Jan

23 maart – Hans Tissink: ‘Vloek en zegen’

Woedemail aan Mr. Corona

Een psalm van vandaag, gebed in crisistijd

Ds. Hans Tissink, maandag 23 maart 2020

20 maart – Elly Urban

Troost

Woensdagavond luidden de klokken door het hele land. Ook die van de Oosterkerk. Een kwartier lang en zo zal het ook de komende weken gaan. Klokken ‘van hoop en troost’.

Troost, dat woord kwam deze week vaak voorbij. Ik mijmerde er wat over. Wat betekent troost? Wat verwachten we ervan en waar is het te vinden? In het televisieprogramma De Wereld Draait Door werd dinsdag TroostTV gelanceerd. ’s Avonds laat worden daar programma’s herhaald van de Nederlandse televisie die troost moeten bieden. Nostalgie, programma’s die populair waren, een goed gevoel geven. Even wegkruipen op de bank, wegdromen, tot rust komen.

In dezelfde uitzending hield kunstenaar Jeroen Krabbé een enthousiast verhaal over zijn nieuwe televisieserie Krabbé op zoek naar Chagall. Troost kun je vinden in kunst, was zijn betoog. De kunst van Chagall is sprookjesachtig mooi en bijzonder. Tegelijkertijd zie je, als je je verdiept in het leven van Chagall, hoe voor hem de kunst een manier was om met het leven om te gaan, emoties en ervaringen een plaats te geven, om zelf troost te vinden. Troost vinden door naar kunst te kijken en jezelf in kunst uit te drukken. Mooi verhaal, en de serie over Chagall is zeker een aanrader (ik heb nu 1 aflevering bekeken).

Waar zoek je troost? Vaak bij anderen, en dat is op dit moment juist lastig. Omdat de contacten zo beperkt moeten zijn. Omdat je misschien zo bij elkaar op de lip zit, in een huis met kinderen of pubers die zich vervelen, dat samenzijn een grote uitdaging is. Maar allemaal hebben we denk ik wel onze manieren om troost te ervaren, bewust of onbewust. Een warm bakkie troost, chocola. Muziek, meeslepende verhalen, kunst. Naar buiten, troost vinden in de natuur, die juist nu zo overweldigend mooi is, de eerste bloesems, de vogels, de geuren.

Humor, wat kan dat ook een bron van troost zijn. Ik heb me erover verbaasd, deze week, hoeveel creativiteit er op gang kwam. De grappige cartoons, memes en grappen die werden gedeeld via social media. De tien beste recepten met wc-papier. Grappen over quarantaine, Corona bier, mondkapjes, bizarre tips om je kinderen bezig te houden. Een lach en een traan. Troost.

Al die manieren om troost te ervaren (en er zijn er nog veel meer te noemen) hebben misschien wel gemeenschappelijk dat ze je iets bieden, in alle verdriet, onzekerheid en angst, dat groter is dan jijzelf, iets dat jou overstijgt. Troost is verbondenheid ervaren, schuilen, je gesteund weten, je onderdeel voelen van een ruimte van warmte en liefde, waardoor je verder kunt.

De klokkentoren van de Oosterkerk wijst naar boven. Troost vind ik ook in gebed, in verbondenheid ervaren met God. Die troost wens ik ook u toe. Daarom eindig ik met woorden uit de Bijbel, de tweede brief aan de Korintiërs, hfdst. 1 vers 3 en 4.

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

Ds. Elly Urban

19 maart – Iemke Epema

Een tocht door de woestijn, een weg ten leven

Deze dagen zit ik veel achter de PC. Net als anders eigenlijk. En veel meer dan anders zaan de telefoon. In plaats van mensen op te zoeken bel ik hen op. Ook met familie en vrienden is er meer contact via de telefoon, de mail en de app. We geven elkaar inkijkjes in ons dagelijks leven. We delen suggesties over wat er wel mogelijk is in tijden van Corona. Ook wij hebben een legpuzzel van zolder gehaald die langzaam aangroeit. En we gaan elke dag naar buiten om een stuk te lopen. Met dit ongekend mooie weer is dat heerlijk om te doen. Wat een zegen dat dat nog wel kan!

Ik heb nu zomaar meer tijd voor wandelen en lezen. Dingen die ik altijd al graag doe. Ik was al bezig in een boek dat ook nog eens gaat over wandelen. Het heet ‘Het zoutpad’ en is geschreven door een Engelse vrouw, vijftiger, Raynor Winn. Het is vorig jaar verschenen en werd een bestseller. Mocht u ook van lezen houden en een bijzonder boek willen lezen in deze tijd, dan kan ik het u van harte aanraden.

Het leven van Raynor en haar man Moth is ook door een crisis getroffen. Geen Coronacrisis, maar een serie van elkaar razendsnel opvolgende persoonlijke rampen. Ze raakten verwikkeld in een finan­ciële ruzie met een oude vriend, die hen had overgehaald te investeren in een zaak die totaal misliep. De rechtszaak die volgt verliezen ze door een kleine procedurefout. Hun geliefde huis, een steen voor steen door henzelf gerenoveerde boerderij in Wales op een idyllische plek, wordt in beslag genomen. Opeens zijn ze dakloos. En in diezelfde week blijkt Moth ook nog ziek te zijn; hij lijdt aan een slopende hersenaandoening. De trillingen en spierkrampen in zijn ledematen zullen langzaam verergeren en uiteindelijk zal hij dood gaan. Tot die tijd moet hij zo rustig mogelijk aan doen. Ze weten totaal niet hoe het verder moet. Tot Raynor in een doos boeken die zou worden geveild een boekje tegenkomt  over het South West Coastpad. En ze bedenkt dat ze moeten gaan lopen. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar bewegen. Heel letterlijk; gewoon maar de ene voet voor de andere zetten. Het lijkt een krankzinnig plan, maar ze beginnen aan een voettocht van uiteindelijk meer dan 1000 kilometer. Het boek is het verslag van die tocht.

Ik ken het landschap een beetje. Stukjes van datzelfde kustpad heb ik ook gelopen en de namen van plaatsen waar ze langs komen klinken vertrouwd. Maar hun lopen is wel heel iets anders dan de georganiseerde wandeling die ik maakte. Het is een ware tocht door de woestijn. Raynor beschrijft hoe haar zieke man in het begin de rugzak nauwelijks op zijn rug kan hijsen. Hoe de pijn een voortdurende metgezel is. En de honger, want ze moeten leven op 50 en soms maar 20 pond in de week. Ze kamperen wild. ’s Nachts hebben ze het vaak koud. Ontelbare malen regenen ze kletsnat. En het pad is zwaar, het daalt en stijgt voortdurend. In totaal hebben ze ruim vier keer samen de Mount Everest bestegen. Maar ze hebben een doel, elke dag weer: lopen. En ze blijven gaan. En in dat gaan ontdekken ze iets heel kostbaars. Het is een weg ten leven.

Dat heeft te maken met een nieuwe verbondenheid met elkaar die ze ervaren juist door rampspoed heen. En met een nieuw en ongekend één zijn met alles om hen heen. Raynor schrijft: Ik kon de lucht, de aarde, het water voelen en blij zijn, zonder dat zich een afgrond van pijn opende bij de gedachte aan het verlies van onze plek daarbinnen. Ik was deel van het geheel. Ik kon in de wind staan en ik was de wind. De regen, de zee, het was allemaal ik en ik was niets.

Mijn wezen was niet verloren. Het was doorschijnend, ongrijpbaar, maar aanwezig en werd sterker met elke landtong. Iemand onderweg zegt tegen hen: Jullie hebben de hand van de natuur gevoeld. Dat raak je nooit meer kwijt. Jullie zijn gezouten. Daar komt het zout in de titel vandaan. Het is het zout van de zee, het zout dat smaak en pittigheid verleent en conserveert. Reddend zout.

Aanvankelijk schrijft Raynor dit verhaal alleen op voor haar man. Het steeds in beweging zijn blijkt hem goed te doen, wonder boven wonder. Hij leeft nog steeds. Het boek heeft zoveel opgebracht dat ze nu geen geldzorgen meer hebben. Wandelen blijven ze doen, omdat het hem zo goed doet en het hen ook samen goed doet. Raynor heeft besloten zich in te zetten voor daklozen. Ook daar schrijft ze over. Hoe plotseling de houding van mensen verandert als ze horen dat ze geen huis meer hebben. Hoe aanvankelijke belangstelling meteen plaats maakt voor wantrouwen en afkeuring. En hoe ze zelf anders naar mensen gaat kijken.

Soms lees je een verhaal dat je heel direkt en persoonlijk raakt, van een schrijver wiens stem je helemaal vertrouwt. Voor mij is Raynor Winn zo iemand. Haar verhaal is zo eerlijk en zo menselijk. Ze romantiseert en idealiseert geen moment en schrijft toch de prachtigste dingen. Een verhaal dat je kunt lezen terwijl je je huis niet uitkomt en dat je toch heel ver weg voert. Over oude wegen naar een nieuw begin.

Ik wil eindigen met een gebed voor deze dag, geschreven door Erik van den Bonne, te vinden op p. 523 van het liedboek.

Goed is de hand die mij leidt, uit het donker van de nacht naar het licht van de dag. Goed zijt Gij, God, onzegbaar goed. Zegen deze dag en al mijn dagen dat ik onderweg ben naar U.

Ds. Iemke Epema – donderdag 19 maart 2020.

18 maart – Nelleke Eygenraam

Applaus
Een klaterend applaus – dat was gisteravond te horen op talloze plaatsen in Nederland voor iedereen die in deze tijd van corona niet thuis zit maar hard aan het werk is in de zorg. Een welverdiend applaus als opsteker en hart onder de riem.

Gebed
Vandaag is door de Raad van kerken in Nederland, Missie Nederland en enkele andere christelijke organisaties uitgeroepen tot Dag van Nationaal Gebed. De woordvoerder van de initiatiefnemers zegt: “Het leed en de onzekerheid die deze situatie met zich meebrengt, is voor iedereen voelbaar. Als christenen geloven we dat we ons daar niet door hoeven te laten leiden. We mogen vertrouwen dat God ook in deze situatie de Heer is. Want ‘God heeft ons geen geest van angst gegeven, maar een geest van kracht, liefde en zelfbeheersing’ (2 Timoteüs 1 vers 7). Daarom gaat het op deze gebedsdag ook om het delen van hoop. Net als de corona bij een
zonsverduistering is het licht nooit volledig weg. Juist in donkere tijden kunnen we als christenen die hoop laten zien aan de mensen om ons heen. Allereerst door onze opstelling. Maar ook door praktisch om te zien naar de mensen om ons heen.”
De organisatoren hopen dat zoveel mogelijk mensen in ons land mee willen doen aan deze Dag van Gebed via internet en sociale media. Op de website www.nationaalgebed.nl zal vandaag om 9:00 uur een livestream starten die tot 19:00 uur duurt. Het programma van de dag zal zijn opgebouwd naar het voorbeeld van het getijdengebed dat in kloosters gehanteerd wordt en dat teruggrijpt op het verzoek van Jezus aan zijn leerlingen om te bidden zonder ophouden. Om 9:00 uur de terts: bidden en vertrouwen, om 12:00 uur de sext: bidden en omzien naar anderen, om 15:00 u de none: bidden en het Koninkrijk zoeken, om 19:00 de vespers: uw wil geschiede, zoals in de hemel ook op aarde.

Klokgelui
Een ander initiatief sluit hier mooi op aan: de oproep van de Raad van kerken in Nederland om vandaag en de komende woensdagen van 19:00-19:15 uur de kerkklokken te luiden. Veel van de plaatsen waar ons dagelijks leven zich afspeelt zijn gesloten. Ook de kerken, waar elke week geloof, hoop en liefde geoefend en geleefd worden, moeten hun deuren dicht houden. Maar in deze tijd van onzekerheid en sociaal isolement kunnen wel de kerkklokken klinken als teken van bemoediging, hoop en troost. In het klokgelui kun je ook waardering horen voor wie zich dag aan dag inzetten voor de gezondheid en veiligheid van medemensen. De Adventskerk heeft geen klok, de Oosterkerk wel. Er zijn meer kerken in Zwolle met een luidklok. Ik hoop van harte dat ze vanavond allemaal te horen zijn!

Ds. Nelleke Eygenraam, woensdag 18 maart 2020.

17 maart – Dirk-Jan Steenbergen

Ik schrijf deze blog met een heel vreemd gevoel. Een beetje onwezenlijk is het wel. Een virus dat de samenleving zo’n beetje plat legt. En dat in de tijd waarin wij mensen (zeker die in het rijke westen)  denken dat we alles kunnen. Dat we alles in de hand hebben, behalve het weer. En dan, levend in die waan, duikt er ineens een virus op dat we blijkbaar niet kunnen beheersen. Dat zomaar doorwoekert ondanks de maatregelen die wij nemen. Zeer verwarrend. Ook voor mij.

Ik ben nu ‘vrij’.  Dat wil zeggen.  Ik heb even niet zoveel te doen. Veel van de dingen die op de rol stonden zijn afgelast. Gaan zomaar niet door. Ik moet een beetje op zoek naar wat ik moet doen. Terwijl ik normaal gesproken bijna altijd aan het werk ben. En ik ben niet de enige.  De hele buurt werkt in de tuin,  klust wat aan het huis, en heeft voor 2 maanden toiletpapier gekocht. En dat door het corona-virus.

Gek eigenlijk.  We zitten in de vastentijd.  De 40 dagen voor Pasen, van Carnaval naar Paasfeest. Een tijd van bezinning. Maar bezinnen doen we niet. Wij, met Joods-Christelijke wortels, razen maar door. Dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit.  Het aantal christenen in Nederland dat serieus vast is zeer klein.  Zeker bij de protestanten. Een stap terug doen vanwege geloof, nou, dat is wat overdreven. Bezinnen omdat het vastentijd is lijkt niet nodig.  En juist in deze tijd komt onze samenleving tot stilstand vanwege een virus. Ineens moeten we een stap terug doen, moeten we naar onszelf en ons leven kijken. Gedwongen.

Maak je niet ongerust. Ik geloof niet in een God die virussen over de wereld uitstrooit om deze tot staan te brengen. Maar ik geloof wel in het nut van rust en bezinning. Even een spaak in het wiel van de 24-uurs economie. Bezinning.  Wereldwijd, maar ook individueel. Dat is er maar weinig, te weinig. En nu moeten we wel. Door een virus dat veel commotie veroorzaakt. En meer dan dat.  Dat voor velen levensbedreigend is. Daarom moeten we voorzichtig zijn. Heel voorzichtig. Want we willen niet dat iemand door onvoorzichtigheid er het leven bij inschiet of heel erg ziek wordt. Daarom dus een blog in plaats van een vieringen.  Het is niet anders. En dat kan ook nog wel even duren. Een donkere tijd, ondanks het begin van de lente. Maar we moeten hoop blijven houden. Nederlandse wetenschappers hebben stappen gemaakt in de richting van een medicijn. Dat is al heel mooi, voor deze ziekte.

Maar hoop houden gaat veel verder dan dat. Hoop houden betekent dat je steeds op zoek gaat naar het einde van de tunnel.  Naar het lichtje in de verte. En dat in het geloof dat dat licht er ook is. In de overtuiging dat na het donker er weer een nieuwe ochtend aan breekt. Dat zelfs door de dood heen licht is,  zoals we dat met Pasen belijden. Dat, ondanks Jezus’ dood,  Zijn verhaal verder gaat.  Het grote verhaal van God en mensen eindigt niet zomaar. Dat kent maar één einde. En dat is bij de belofte van de Eeuwige dat Hij onder de mensen zijn tent zal opslaan.  En dat Zij de tranen van de mensen zal wissen.

Veel sterkte en tot spoedig ziens, Dirk Jan

16 maart – Hans Tissink

Stil is de straat overal

mensen in huizen verdwenen…

even een luide sirene

stil is de straat overal (lied 1003).

Het is stil in de straat. Corona houdt onze wereld in de greep. Alles is onwerkelijk: geen kerkdiensten, geen bijeenkomsten, geen scholen, geen… Mensen blijven en werken thuis. Welke verwoesting zal het coronavirus verder zaaien aan slachtoffers, aan doden, aan rouwende nabestaanden?

Deze dagen zwelt lied 1003 uit ons Liedboek regelmatig op in mijn hart en hoofd. En het refrein klinkt al even indringend: ‘Komt er, God, een nieuwe morgen als een teken van uw trouw, worden wij bevrijd van zorgen? God, kom gauw.’

De coronacrisis creëert gelukkig niet alleen maar angst en zorgen. Ik zie godzijdank nieuwe initiatieven en nieuwe ‘morgens’. Gemeenteleden bellen en mailen elkaar uit meeleven en ter bemoediging. Op tv en internet verschijnen hoopvolle beelden: Italianen en Spanjaarden die op hun balkon zingen en applaudisseren voor artsen en verpleegkundigen. Wat kunnen wij doen?

Corona vraagt van mensen en kerken een ingrijpende verandering. Noodgedwongen ‘in quarantaine’ steek ik een kaars aan voor alle slachtoffers en hulpverleners. Ik lees psalmen bij ziekte en nood met nieuwe ogen en oren (13, 22, 31, 88). Ik ga over tot belpastoraat. En deze coronanood leert en dwingt mij om opnieuw en intenser te bidden:

God,

het is stil op straat
een kwaad virus waart als een spook
rond over uw wereld
en wij weten niet hoe en
wat en hoelang
Richt onze ogen op U
en op Uw Zoon Jezus Christus
die kwam om mensen te redden
Schenk ons uw goede Geest
om te vertrouwen op een nieuwe morgen
Trouwe God, bevrijd ons van zorgen
en kom gauw! Amen.

Ds. Hans Tissink, maandag 16 maart 2020

Reacties zijn gesloten.