Dagelijks blog: Kerk in tijden van corona

In deze turbulente tijd schrijven de vijf beroepskrachten van het cluster Adventskerk – Oosterkerk van maandag tot en met vrijdag om beurten een blog. Ter bemoediging, inspiratie, voor saamhorigheid. We plaatsen de nieuwe blog telkens bovenaan; de eerdere blogs zijn eronder te lezen.

6 april – Hans Tissink: “Stilte”

De Stille Week is begonnen. Is het met de COVID-19-pandemie niet al stil genoeg, kun je je afvragen. ‘Stil is de straat overal’ zong ik vanmorgen tijdens de filmopname van onze Goede Vrijdagviering. Lied 1003 in een corona-uitvoering. Stil is het in onze kerken, scholen en kantoren. Stil is het voor talloze mensen in quarantaine. Deze stilte klinkt helaas oorverdovend hard. De coronafeiten beuken dwars in onze huizen en in onze harten.

Stil was het gisterenmorgen, op Palmzondag, niet in de Adventskerk. Daar namen we maar liefst drie korte videovieringen op. In omgekeerde volgorde nog wel. Van Pasen via Goede Vrijdag naar Witte Donderdag. Corona legt niet alleen ons bioritme, maar ook onze liturgie totaal overhoop. En ja, voor het oog van de camera gaan dingen ook nog eens mis. Kaarsen die niet wilden doven, de Paaskaars die twee keer moest worden weggebracht. U als kijker zult er hopelijk niks van merken.

Stilte. Wanneer word ik werkelijk stil? Ik word stil, als er vandaag minder doden en ziekenhuisopnames zijn dan gisteren. Stil van mensen die hulp en aandacht verlenen. Stil van een lied, een gedicht, kerkklokken als teken van nood en oproep tot gebed.

In mijn mailbox verscheen onlangs een bericht over de stille kracht van poëzie. Ik moest vrienden mailen en wachten…wachten op een gedicht. Het werd stil. Na een week besloot ik dezelfde vrienden mijn favoriete gedicht te mailen als bemoediging in deze coronacrisis. Het werkte. Er kwam respons.

De dichteres Ida Gerhardt wandelde in oorlogsjaar 1941 op straat. Zij zag grauwe gezichten. Ineens hoorde zij het carillon een gezang spelen ‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’ Ineens werd de stille beklemming even doorbroken. Gerhardt eindigt haar gedicht vol stille ontroering: ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen, zo bitter, bitter liefgehad.’

De stilte rond corona kan via liederen, poëzie en kerkklokken ineens veranderen in stilte voor God. Daarom ik oefen mij deze week in verstilling en navolging van zijn Zoon. Jezus die ons heeft liefgehad tot het bittere einde.

Een goede Stille Week gewenst.

Hans Tissink

3 april – Elly Urban

Gisteren een bericht op NOS.nl: lockdown in Afrikaanse landen; het is stil tot mensen echt honger krijgen. Wereldwijd nemen landen maatregelen tegen Covid 19, maar een lockdown is niet zo realistisch als mensen geen huis hebben. Geen koelkast om voedsel te bewaren, geen geld om voedsel voor langere tijd in te kopen. Als dan de markt sluit en alle transport tot stilstand komt? Als je per direct je werk kwijt bent zonder noodfonds van de overheid? Als je ziek wordt en er helemaal geen IC is, zelfs nauwelijks basiszorg?

Naast mijn werk als predikant voor de Oosterkerk werk ik drie dagen per week voor ICCO, een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Deze week had ik videobijeenkomsten met collega’s uit India en Ethiopië. In Ethiopië lijkt de situatie nog vrij rustig. Er zijn weinig besmettingen gemeld, mensen werken wel thuis voor zover dat gaat maar het dagelijkse leven gaat nog min of meer door. Wel is er angst en onrust voor de volgende maanden. ‘We staan nog maar aan het begin’, zei één van de collega’s, ‘en als mensen geen voedsel voor hun kinderen meer hebben kun je ze niet binnen houden’. Uit India komen schrijnende verhalen. Mensen ontvluchten de steden om in hun dorpen nog voedsel te kunnen vinden, te kunnen overleven. Rechten van arbeiders lijken niets meer waard te zijn, mensen zijn massaal hun baan kwijt en kunnen op geen enkele steun rekenen van overheid of werkgever.

Het Covid virus maakt geen onderscheid en tegelijkertijd komen de verschillen tussen rijk en arm schrijnend aan het licht. De ongelijkheid wordt ook vergroot, zeker voor de langere termijn. Ja we staan nog maar aan het begin. Ik houd mijn hart vast. Ik kan niet veel doen, niets oplossen. Wel luisteren naar de verhalen. Vaak met verwondering over de veerkracht en de moed van mijn collega’s. Maar ook met verdriet, over zoveel lijden en armoede. En ik bid: Heer, ontferm u. Ontferm u over ons, over al deze mensen, over onze wereld.

Ds. Elly Urban

2 april – Annie Hasker: “Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is”

Annie Hasker, gemeentelid van de Oosterkerk, is werkzaam als geestelijk verzorger in de Isala. Ds. Iemke Epema nodigde haar uit als gastschrijver om ons iets te vertellen over wat zij daar deze dagen meemaken.

In Isala worden we bepaald bij de verwoestende kracht van het nieuwe corona-virus.

Artsen en verpleegkundigen ervaren deze weken intens dat het leven niet maakbaar is. Ze staan met lege handen bij patiënten die opeens heel snel achter uitgaan. Want ondersteuning met zuurstof, soms zelf op de intensive care, heeft lang niet altijd effect. Dat heeft grote impact op ons allemaal in Isala, dat het sterven en de dood zo in ons midden zijn.

Ik merk schroom bij de artsen rond hun handelen. Zij lijken soms degene te zijn die het vonnis velt: wel of niet aan de beademing. Maar dit besluit wordt niet licht genomen. Alle bijkomende ziekten worden besproken in een medisch team. En als beademen medisch zinloos is, is dat ook voor hen een zware beslissing, ze gunnen iedereen een kans.

Verpleegkundigen staan dicht bij de patiënten, aan het bed. Het is anders werken nu er vrijwel geen bezoekers meer worden toegelaten in Isala. Dat doet veel met de onderlinge verhoudingen met patiënten. Soms is de verpleegkundige degene die iemand heel snel ziet verslechteren en sterven. Dat raakt hen diep. Zij schakelen regelmatig de geestelijk verzorgers in. Er is een vraag voor een kort afscheidsritueel gekomen van de verpleegafdeling, zowel voor gelovige als niet gelovige patiënten. Ze willen hun patiënten ook in het sterven kunnen bijstaan als er niemand anders kan komen.

En wij als team geestelijk verzorgers zoeken ook onze weg. Dagelijks bezoekt één van ons in beschermende kleding de corona-patiënten. We voeren vele telefoongesprekken met patiënten en familieleden. We ondersteunen artsen bij morele vragen.

We merken de angst voor corona, de ziekte die iemand binnen twee weken kan wegvagen. We zien als nooit tevoren de grenzen van de medische mogelijkheden, de maakbaarheid. Maar we zien ook intense verbondenheid in Isala tussen alle medewerkers. Grenzen vallen weg. En betrokken medewerkers zoeken hun weg in het omgaan met zoveel stervenden in ons ziekenhuis. Ondertussen doen anderen hun uiterste best om ook zorg te blijven bieden aan de niet-corona patiënten.

In deze crisis mogen we op weg gaan naar Pasen. Voor mij gaat het deze weken over Leven dat ons door de dood heen gegeven wordt. De liedtekst  “niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is” zingt soms in mijn hoofd. Een troostende tekst voor mij. Leven is niet maakbaar. Het Leven is ons gegeven. Dat geeft me vertrouwen, dat het goed zal komen, wat er ook gebeurt. En op een dag leggen we ons leven terug in Gods hand.

Lied: Huub Oosterhuis: “Ergens komt een kind vandaan”

Ds. Annie Hasker

1 april – Nelleke Eygenraam: ‘Anders zou ik …’

Als ik in mijn agenda kijk zie ik heel veel doorgestreepte afspraken en activiteiten.

Pastorale afspraken, gesprekskringen, de preekclub, vergaderingen, een werklunch, studiedagen, vespers en vieringen en allerlei ander kerkenwerk. Maar ook privédingen zoals naar de kapper, een feestje, etentjes, een wandelweekend met goede vrienden.

Als ik zo’n doorgestreepte afspraak zie, denk ik geregeld ‘Anders zou ik dit of dat gedaan hebben’. In plaats daarvan zit ik heel veel achter de computer of aan de telefoon. Binnen.

Gelukkig kom ik ook veel buiten. Ik wandel graag of ben in de tuin bezig.

Met enkele mensen maak ik een afspraak voor wandelpastoraat. We zoeken een rustig tijdstip uit en paden die breed genoeg zijn om minstens anderhalve meter uit elkaar te kunnen lopen. Soms lopen we een tijdje achter elkaar, zwijgend, elk in een eigen tempo.

Vorige week wandelde ik met mijn coach aan de andere kant van de IJssel, vanaf Hattem, langs de begraafplaats, door een mooi stukje bos en wat heide aan de ene oever van het Apeldoorns kanaal om over de brug langs de andere oever terug te keren. Door de beweging van het wandelen praat het anders dan in een stoel in haar spreekkamer, merkte ik, hoe prettig ik die kamer ook vind. We hadden koffie bij ons en bij een grote picknicktafel hielden we even pauze. Toen we verder liepen, zagen we drie vrouwen dichtbij elkaar in de wal zitten. Te dichtbij, besefte ik later pas, maar dat viel me toen niet op. Iets anders trok de aandacht.

Een heldere glanzende kobaltblauwe ijsvogel, rustend op een tak boven het water. Hoewel, rustend klopt niet helemaal. Hij, want het was een mannetje, was alert, draaide met zijn kop en toonde soms ook de helderoranje voorkant van zijn lijf. Schitterend om hem zo goed te kunnen zien, zelfs zonder kijker. Na een tijdje vloog hij weg. Even verderop kon het schouwspel opnieuw beginnen.

Anders zou ik binnen gezeten hebben en door de hoge ramen hooguit een beetje van de blauwe lucht en de kale bomen hebben gezien. Maar nu deze ijsvogel. Wat een cadeautje!

Nelleke Eygenraam

31 maart – Dirk Jan Steenbergen: Intensive Care

Steeds weer komen de moeilijke berichten op je af in deze tijd. De laatste dagen gaat het vooral over de ‘Intensive care’. Of er wel genoeg bedden zijn.

Ik heb geen mening over dit probleem omdat ik simpelweg niet voldoende kennis heb. Ik ben ook geen profeet die de toekomst kan schetsen dus ook daar blijf ik maar verre van. Ik kan alleen maar hopen. Leven tussen hoop en vrees,  dat is het nu een beetje. Als werker in de gemeente kun je nu maar weinig doen. Maar het aardige is dat je als gemeentelid best veel kunt doen.

Je kunt natuurlijk bij de pakken neer zitten, je huis op slot doen, de gordijnen dicht en de boodschappen laten bezorgen en wachten tot het over is. Dan moet je vooral ‘goedemorgen nederland’ kijken want dat programma lijkt wel gespecialiseerd om alles wat fout gaat twintig keer te herhalen. Dat kan. Maar je kunt ook je telefoon pakken, mede gemeenteleden bellen, elkaar moed inspreken, gedichten uitwisselen, kaarten sturen, en positieve verhalen delen. Mooie herinneringen vertellen aan elkaar. Want ook de corona-crisis gaat over.

En dan liggen we niet in een ‘intensive care-bed’ maar zijn wij een beetje ‘intensive care’ voor elkaar.  Dat moet je niet enkel over laten aan professionals. Dat kun je zelf ook. Kaartjes hebben we allemaal nog in stapels ergens in de kast. Postzegels kun je laten bezorgen als je de deur niet meer uit wilt. Adressen zijn veelal op te zoeken. En mijn ervaring is dat een belletje of een kaartje mensen soms weer dagen vooruit helpt. Dat is ook ‘intensive care’.

En God dan?  Waar blijft God in je verhaal? Nou… God heeft zo Zijn eigen ‘intensive care’.  Dat kunnen we leren uit heel veel Bijbelteksten. Bekende en onbekende.  Hoe mensen Gods ‘intensive care’ hebben ervaren. Ik noem er een paar. Misschien wel de bekendste uit ‘de Heer is mijn herder’:

Psalm 23: 4: Al gaat mijn weg door een donker dal,ik vrees geen gevaar,want u bent bij mij uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

Maar ook Paulus heeft zo zijn overtuigingen over de zorg van God :

Romeinen 8: 38-39: Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

En tenslotte uit het laatste Bijbelboek.  De tekst die ik het mooiste vind. Waar waar vinden we God?  Aan het begin en het eind van de tijden. Daar is Hij of Zij er voor ons !

Openbaring 1:17-18: Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste.

Dirk Jan Steenbergen

30 maart – Hans Tissink: ‘Bid, zing, fluit, kijk en bewonder…’

Zaterdagmorgen 28 maart. Ik fiets langs stille straten naar een lege Oosterkerk. Daar wachten twee cameramensen me op voor een opname van de onlineviering. Ik ben toch wat gespannen. Dit is heel nieuw. Een zoveelste neveneffect van corona. Twee kerkliederen die ik als omlijsting ga zingen, helpen me over de drempel heen: ‘Onze Hulp’ (291c) en ‘God zal je hoeden’ (426). Exodus blijkt zeer actueel. Er is altijd een uit-weg (ex-odus). Alle hagel, donder en bliksem zullen eens ophouden. God ziet om naar zijn volk in ellende. Ook vandaag. Helpt bidden?

Juist in deze gekke dagen en weken heb ik honger en dorst naar inspirerende verhalen, gedichten en liederen. Ze geven me rust en troost.

Bidden vat ik wel heel ruim op. Ik denk aan bidden met je handen en voeten. Bidden als een andere manier van kijken en doen. ‘Ora et labora’ zeiden de oude monniken al. ‘Bid en doe het goede’, houdt Bonhoeffer ons voor. Die twee zijn niet los van elkaar verkrijgbaar. Daarom komen ook de goede werken in deze coronatijd diep binnen. Een 71-jarige priester in Italië die sterft nadat hij zijn beademingsapparaat heeft afgestaan aan een jongere landgenoot die het virus overleeft. Bedrijven die snel omschakelen en mondkapjes en levensreddende medische apparaten gaan produceren. Allemaal warme gebaren van liefde. Je moet het zien. Kijk, alweer een vrucht van Gods Geest.

De filmopname is achter de rug. Ik fiets terug naar huis. Ik hoor mezelf het Exoduslied fluiten ‘Go down, Moses…let my people go’. Blijf naar elkaar omzien. Vertel elkaar welke woorden en daden je nieuwe spirit geven. Kijk, een nieuwe lente. Hoor, een nieuw geluid. Waar liefde is, daar werkt God aan onze exodus.

Hans Tissink

27 maart – Elly Urban

Een bankje in de zon. Voor mij de IJssel, stromend als altijd. Achter mij het spoor, met maar een enkele sprinter. Ik denk na over wat ik zal schrijven, laat de afgelopen week door mijn gedachten gaan. Het grote verhaal over corona, de steeds striktere maatregelen, de cijfers en voorspellingen, ze beheersen het beeld. Tegelijkertijd merk ik dat vooral de persoonlijke verhalen het beeld inkleuren, de impact ook meer laten voelen. Neefjes en nichtjes die geslaagd zijn omdat hun eindexamen is geannuleerd. Familieleden die versneld uit het buitenland terugkomen. Mijn moeder die de plannen voor haar 80-jarige verjaardag moet bevriezen. Verhalen van mijn zus, werkzaam in de zorg, over de drukte en de angst voor een tekort aan beschermende materialen. Een bericht over mijn oom, in het ziekenhuis aan de zuurstof, corona positief. Een nichtje dat haar 12e verjaardag zonder haar vriendinnen moet vieren maar blij is met alle kaarten en pakjes in de brievenbus. Een bruiloft die wordt uitgesteld.

In mijn telefoontjes met gemeenteleden hoor ik meer verhalen. De pijn dat je je geliefde in verpleeghuis of ziekenhuis niet kunt opzoeken. De lange dagen, de stilte in huis. De hectiek, van thuiswerken en je kinderen begeleiden met hun schoolwerk. De dankbaarheid, dat zoveel mensen klaar staan om boodschappen te brengen. Het contact via internet, via de telefoon, de extra tijd om samen te zijn, de rust.

Ik probeer het bij elkaar te krijgen in mijn hoofd. Dat lukt eigenlijk niet. Alles staat naast elkaar, licht en zwaar, vrolijk en verdrietig, hoopvol en somber, dankbaar en teleurgesteld. Zo is het leven. Nu. Altijd. De Prediker zegt het al zo lang. Voor alles is een tijd. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te dansen en een tijd om te rouwen. En al die tijd zijn we in Gods hand.

Ds. Elly Urban

26 maart – Iemke Epema: ‘Tijd nemen’

Het bericht afgelopen maandagavond dat de maatregelen tegen het virus aangescherpt en verlengd werden kwam bij mij wel als een schok. Pas in juni weer samen naar de kerk kunnen gaan, -wat duurt dat nog lang!

Iemand appte diezelfde avond nog: Gek hoor maar ik mis de gemeenschap en alles eromheen meer dan ik had verwacht.  Iemand anders reageerde: Wat zal het fijn zijn om elkaar straks weer te zien!

Straks…Hoe zullen we later aan deze tijd terugdenken? Als een nare tijd zijn die we het liefst weer zo snel mogelijk achter ons laten? Of zullen we eraan terugdenken als toch ook wel een heel bijzondere tijd?  

Ik las een blog van schrijfster Lieke Marsman. Ze was al kankerpatiënte. Nu zit ze ook nog in quarantaine vanwege Corona. Ze voelt zich een stuk minder alleen voelt, nu ze weet dat er ook zoveel anderen thuis zitten.

En ze waarschuwt die anderen: Er komt een keer een moment waarop alle huishoudelijke klusjes gedaan zijn. En dan zal de tijd van geestelijke klusjes zich aandienen. Dat je over dingen gaat nadenken waar je anders nooit zo over nadenkt. Wees daar niet bang voor, zegt ze. Geef het de ruimte.

En ze vertelt hoe ze eenmaal thuis uit het ziekenhuis merkt dat ze soms met weemoed terugdenkt aan die ziekenhuisdagen. Terwijl ze toen echt niet kon wachten tot ze weer naar huis mocht. Komt het door de goede zorgen van de verpleging? Ja, dat ook. Maar er is nog iets anders. Het is te vergelijken met hoe je met weemoed terug kunt denken aan hoe je als kind ziek thuis in bed lag en de tijd langzaam voorbij voelde glijden. Ze beschrijft dat heel treffend:

Dat je de wereld ervaart midden op de dag, op de doordeweekse dag om precies te zijn, op momenten waarop je normaal gesproken een drukke vergadering voorzit, je over een proefwerk buigt of je plek in een overvolle coupé probeert te vinden. In de verte klinkt een brommer. Twee huizen verderop verschuift iemand een zwaar meubel. In de wasmachine geeft een ronddraaiende ritssluiting het ritme aan waarop de bomen in de straat heen en weer wuiven. En dit alles vergezeld door een stand van de zon waaronder je normaal gesproken helemaal de tijd niet neemt om even om je heen te kijken.

De tijd nemen om even om ons heen te kijken. Ik hoop dat ons dat gegeven mag zijn in de komende weken. Tijd waarvan we nu misschien denken: Hoe kom ik er doorheen? Maar waar we later, als het leven hopelijk weer zijn gewone loop heeft genomen, misschien ook wel eens een klein beetje naar terug zullen verlangen.

Maar ik vertrouw op U, mijn tijden, o Heer, zijn in uw hand. Ps 31 vers 12

25 maart – Nelleke Eygenraam: ‘Omschakelen’

Maandagavond werden namens het kabinet nieuwe, striktere, maatregelen bekend gemaakt. En meer dan dat. Er werd ook het verbod uitgevaardigd om bijeenkomsten te houden. Niet alleen in de openbare ruimte maar ook in kerken en zelfs thuis. Je zult maar jarig zijn of iets anders te vieren hebben of op een ander gedenkwaardig moment juist anderen om je heen willen weten. Het is voor iedereen omschakelen.

Zoiets gaat niet vanzelf. Het kost moeite om het dagelijks leven en vooral de bijzondere dagen anders in te vullen. Tegelijk merk ik tot mijn verwon-dering hoe soepel velen omschakelen. Zoals de voorjaarsbloesemknoppen uitbotten, zie ik allerlei speelse initiatieven aan deze lente ontspringen, ondanks (of dankzij?) het woekerende coronavirus.

Als kerk waren we ook al enorm aan het omschakelen. Hiervan getuigen de blogs van de voorgangers, de vieringen online, telefoonpastoraat, beeldbellen, uitvaarten in kleine kring, kaartenacties, boodschappenhulp en verschillende andere manieren om op elkaar en anderen betrokken te blijven.

We zijn inmiddels over de helft van de veertig dagen op weg naar Pasen. De Stille Week zal dit jaar echt stil zijn, zonder vespers. De viering van Witte Donderdag, de wake op Goede Vrijdag, het verlangen naar de morgen in het donker van de Paasnacht… het zal allemaal anders vormgegeven worden. We weten nog niet precies hoe, maar het is inmiddels wel zonneklaar dat we ook op Pasen anders dan anders het Licht zullen begroeten. Het is voor iedereen omschakelen. En vertrouw er op: het Licht overwint de duisternis.

In deze dagen zing ik vaak Lied 605, waarvan het slotvers luidt:

24 maart – Dirk Jan Steenbergen: ‘Maak je geen zorgen…’

Zondagavond.  Ik wandel met de hond nog even langs de Dobbe en de wijkboerderij.  Het is rustig. Heel rustig.

Omdat ik net met mijn vrouw en mijn zoons nog risk aan het spelen was komt deze rust nog onnatuurlijker over dan ze eigenlijk al is. Onwezenlijk. Maar het potje risk heeft me goed gedaan. Even geen corona-crisis.  Even geen nieuws. Even niets. Even geen zorgen voor morgen.  En morgen… morgen zien we weer.

Denk niet dat crises nieuw zijn.  Ook in de Bijbel barst het van de crises. In een bepaald ritme zelfs. Het gaat goed met het volk Israel, ze staan dicht bij God. Dan dwaalt het volk langzaam af van God en denkt dat andere goden ook wel kunnen. Dan komt er eerst een profeet die een waarschuwing afgeeft. Het volk Israel luistert niet. En dan komt er een crisis, waarin dezelfde profeet (of een andere)  de weg wijst. Terug naar God, weg uit de crisis.

Nee, ik geloof niet in een God die een crisis over de wereld strooit om vervolgens vergenoegd te gaan zitten kijken wat er aangericht wordt. Zeker niet. Ik geloof in een God die, als wij in een crisis zitten, tegen ons zegt : ‘wees maar niet bang, het lijkt erger dan het is. Ik zal er altijd voor je zijn. Zelfs als je me vergeet als het goed gaat, dan wacht ik in slechte tijden op je!’  Psalm  105 zegt het zo: ‘Zoals een vader liefdevol zijn armen, slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen, God onze Vader, want wij zijn van Hem’.

Mochten deze woorden in de tijd niet troostend zijn dan zijn de wijze woorden van Jezus dat wellicht wel: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen,  elke dag heeft genoeg aan zichzelf !

Dirk Jan

23 maart – Hans Tissink: ‘Vloek en zegen’

Woedemail aan Mr. Corona

Een psalm van vandaag, gebed in crisistijd

Ds. Hans Tissink, maandag 23 maart 2020

20 maart – Elly Urban

Troost

Woensdagavond luidden de klokken door het hele land. Ook die van de Oosterkerk. Een kwartier lang en zo zal het ook de komende weken gaan. Klokken ‘van hoop en troost’.

Troost, dat woord kwam deze week vaak voorbij. Ik mijmerde er wat over. Wat betekent troost? Wat verwachten we ervan en waar is het te vinden? In het televisieprogramma De Wereld Draait Door werd dinsdag TroostTV gelanceerd. ’s Avonds laat worden daar programma’s herhaald van de Nederlandse televisie die troost moeten bieden. Nostalgie, programma’s die populair waren, een goed gevoel geven. Even wegkruipen op de bank, wegdromen, tot rust komen.

In dezelfde uitzending hield kunstenaar Jeroen Krabbé een enthousiast verhaal over zijn nieuwe televisieserie Krabbé op zoek naar Chagall. Troost kun je vinden in kunst, was zijn betoog. De kunst van Chagall is sprookjesachtig mooi en bijzonder. Tegelijkertijd zie je, als je je verdiept in het leven van Chagall, hoe voor hem de kunst een manier was om met het leven om te gaan, emoties en ervaringen een plaats te geven, om zelf troost te vinden. Troost vinden door naar kunst te kijken en jezelf in kunst uit te drukken. Mooi verhaal, en de serie over Chagall is zeker een aanrader (ik heb nu 1 aflevering bekeken).

Waar zoek je troost? Vaak bij anderen, en dat is op dit moment juist lastig. Omdat de contacten zo beperkt moeten zijn. Omdat je misschien zo bij elkaar op de lip zit, in een huis met kinderen of pubers die zich vervelen, dat samenzijn een grote uitdaging is. Maar allemaal hebben we denk ik wel onze manieren om troost te ervaren, bewust of onbewust. Een warm bakkie troost, chocola. Muziek, meeslepende verhalen, kunst. Naar buiten, troost vinden in de natuur, die juist nu zo overweldigend mooi is, de eerste bloesems, de vogels, de geuren.

Humor, wat kan dat ook een bron van troost zijn. Ik heb me erover verbaasd, deze week, hoeveel creativiteit er op gang kwam. De grappige cartoons, memes en grappen die werden gedeeld via social media. De tien beste recepten met wc-papier. Grappen over quarantaine, Corona bier, mondkapjes, bizarre tips om je kinderen bezig te houden. Een lach en een traan. Troost.

Al die manieren om troost te ervaren (en er zijn er nog veel meer te noemen) hebben misschien wel gemeenschappelijk dat ze je iets bieden, in alle verdriet, onzekerheid en angst, dat groter is dan jijzelf, iets dat jou overstijgt. Troost is verbondenheid ervaren, schuilen, je gesteund weten, je onderdeel voelen van een ruimte van warmte en liefde, waardoor je verder kunt.

De klokkentoren van de Oosterkerk wijst naar boven. Troost vind ik ook in gebed, in verbondenheid ervaren met God. Die troost wens ik ook u toe. Daarom eindig ik met woorden uit de Bijbel, de tweede brief aan de Korintiërs, hfdst. 1 vers 3 en 4.

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

Ds. Elly Urban

19 maart – Iemke Epema

Een tocht door de woestijn, een weg ten leven

Deze dagen zit ik veel achter de PC. Net als anders eigenlijk. En veel meer dan anders zaan de telefoon. In plaats van mensen op te zoeken bel ik hen op. Ook met familie en vrienden is er meer contact via de telefoon, de mail en de app. We geven elkaar inkijkjes in ons dagelijks leven. We delen suggesties over wat er wel mogelijk is in tijden van Corona. Ook wij hebben een legpuzzel van zolder gehaald die langzaam aangroeit. En we gaan elke dag naar buiten om een stuk te lopen. Met dit ongekend mooie weer is dat heerlijk om te doen. Wat een zegen dat dat nog wel kan!

Ik heb nu zomaar meer tijd voor wandelen en lezen. Dingen die ik altijd al graag doe. Ik was al bezig in een boek dat ook nog eens gaat over wandelen. Het heet ‘Het zoutpad’ en is geschreven door een Engelse vrouw, vijftiger, Raynor Winn. Het is vorig jaar verschenen en werd een bestseller. Mocht u ook van lezen houden en een bijzonder boek willen lezen in deze tijd, dan kan ik het u van harte aanraden.

Het leven van Raynor en haar man Moth is ook door een crisis getroffen. Geen Coronacrisis, maar een serie van elkaar razendsnel opvolgende persoonlijke rampen. Ze raakten verwikkeld in een finan­ciële ruzie met een oude vriend, die hen had overgehaald te investeren in een zaak die totaal misliep. De rechtszaak die volgt verliezen ze door een kleine procedurefout. Hun geliefde huis, een steen voor steen door henzelf gerenoveerde boerderij in Wales op een idyllische plek, wordt in beslag genomen. Opeens zijn ze dakloos. En in diezelfde week blijkt Moth ook nog ziek te zijn; hij lijdt aan een slopende hersenaandoening. De trillingen en spierkrampen in zijn ledematen zullen langzaam verergeren en uiteindelijk zal hij dood gaan. Tot die tijd moet hij zo rustig mogelijk aan doen. Ze weten totaal niet hoe het verder moet. Tot Raynor in een doos boeken die zou worden geveild een boekje tegenkomt  over het South West Coastpad. En ze bedenkt dat ze moeten gaan lopen. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar bewegen. Heel letterlijk; gewoon maar de ene voet voor de andere zetten. Het lijkt een krankzinnig plan, maar ze beginnen aan een voettocht van uiteindelijk meer dan 1000 kilometer. Het boek is het verslag van die tocht.

Ik ken het landschap een beetje. Stukjes van datzelfde kustpad heb ik ook gelopen en de namen van plaatsen waar ze langs komen klinken vertrouwd. Maar hun lopen is wel heel iets anders dan de georganiseerde wandeling die ik maakte. Het is een ware tocht door de woestijn. Raynor beschrijft hoe haar zieke man in het begin de rugzak nauwelijks op zijn rug kan hijsen. Hoe de pijn een voortdurende metgezel is. En de honger, want ze moeten leven op 50 en soms maar 20 pond in de week. Ze kamperen wild. ’s Nachts hebben ze het vaak koud. Ontelbare malen regenen ze kletsnat. En het pad is zwaar, het daalt en stijgt voortdurend. In totaal hebben ze ruim vier keer samen de Mount Everest bestegen. Maar ze hebben een doel, elke dag weer: lopen. En ze blijven gaan. En in dat gaan ontdekken ze iets heel kostbaars. Het is een weg ten leven.

Dat heeft te maken met een nieuwe verbondenheid met elkaar die ze ervaren juist door rampspoed heen. En met een nieuw en ongekend één zijn met alles om hen heen. Raynor schrijft: Ik kon de lucht, de aarde, het water voelen en blij zijn, zonder dat zich een afgrond van pijn opende bij de gedachte aan het verlies van onze plek daarbinnen. Ik was deel van het geheel. Ik kon in de wind staan en ik was de wind. De regen, de zee, het was allemaal ik en ik was niets.

Mijn wezen was niet verloren. Het was doorschijnend, ongrijpbaar, maar aanwezig en werd sterker met elke landtong. Iemand onderweg zegt tegen hen: Jullie hebben de hand van de natuur gevoeld. Dat raak je nooit meer kwijt. Jullie zijn gezouten. Daar komt het zout in de titel vandaan. Het is het zout van de zee, het zout dat smaak en pittigheid verleent en conserveert. Reddend zout.

Aanvankelijk schrijft Raynor dit verhaal alleen op voor haar man. Het steeds in beweging zijn blijkt hem goed te doen, wonder boven wonder. Hij leeft nog steeds. Het boek heeft zoveel opgebracht dat ze nu geen geldzorgen meer hebben. Wandelen blijven ze doen, omdat het hem zo goed doet en het hen ook samen goed doet. Raynor heeft besloten zich in te zetten voor daklozen. Ook daar schrijft ze over. Hoe plotseling de houding van mensen verandert als ze horen dat ze geen huis meer hebben. Hoe aanvankelijke belangstelling meteen plaats maakt voor wantrouwen en afkeuring. En hoe ze zelf anders naar mensen gaat kijken.

Soms lees je een verhaal dat je heel direkt en persoonlijk raakt, van een schrijver wiens stem je helemaal vertrouwt. Voor mij is Raynor Winn zo iemand. Haar verhaal is zo eerlijk en zo menselijk. Ze romantiseert en idealiseert geen moment en schrijft toch de prachtigste dingen. Een verhaal dat je kunt lezen terwijl je je huis niet uitkomt en dat je toch heel ver weg voert. Over oude wegen naar een nieuw begin.

Ik wil eindigen met een gebed voor deze dag, geschreven door Erik van den Bonne, te vinden op p. 523 van het liedboek.

Goed is de hand die mij leidt, uit het donker van de nacht naar het licht van de dag. Goed zijt Gij, God, onzegbaar goed. Zegen deze dag en al mijn dagen dat ik onderweg ben naar U.

Ds. Iemke Epema – donderdag 19 maart 2020.

18 maart – Nelleke Eygenraam

Applaus
Een klaterend applaus – dat was gisteravond te horen op talloze plaatsen in Nederland voor iedereen die in deze tijd van corona niet thuis zit maar hard aan het werk is in de zorg. Een welverdiend applaus als opsteker en hart onder de riem.

Gebed
Vandaag is door de Raad van kerken in Nederland, Missie Nederland en enkele andere christelijke organisaties uitgeroepen tot Dag van Nationaal Gebed. De woordvoerder van de initiatiefnemers zegt: “Het leed en de onzekerheid die deze situatie met zich meebrengt, is voor iedereen voelbaar. Als christenen geloven we dat we ons daar niet door hoeven te laten leiden. We mogen vertrouwen dat God ook in deze situatie de Heer is. Want ‘God heeft ons geen geest van angst gegeven, maar een geest van kracht, liefde en zelfbeheersing’ (2 Timoteüs 1 vers 7). Daarom gaat het op deze gebedsdag ook om het delen van hoop. Net als de corona bij een
zonsverduistering is het licht nooit volledig weg. Juist in donkere tijden kunnen we als christenen die hoop laten zien aan de mensen om ons heen. Allereerst door onze opstelling. Maar ook door praktisch om te zien naar de mensen om ons heen.”
De organisatoren hopen dat zoveel mogelijk mensen in ons land mee willen doen aan deze Dag van Gebed via internet en sociale media. Op de website www.nationaalgebed.nl zal vandaag om 9:00 uur een livestream starten die tot 19:00 uur duurt. Het programma van de dag zal zijn opgebouwd naar het voorbeeld van het getijdengebed dat in kloosters gehanteerd wordt en dat teruggrijpt op het verzoek van Jezus aan zijn leerlingen om te bidden zonder ophouden. Om 9:00 uur de terts: bidden en vertrouwen, om 12:00 uur de sext: bidden en omzien naar anderen, om 15:00 u de none: bidden en het Koninkrijk zoeken, om 19:00 de vespers: uw wil geschiede, zoals in de hemel ook op aarde.

Klokgelui
Een ander initiatief sluit hier mooi op aan: de oproep van de Raad van kerken in Nederland om vandaag en de komende woensdagen van 19:00-19:15 uur de kerkklokken te luiden. Veel van de plaatsen waar ons dagelijks leven zich afspeelt zijn gesloten. Ook de kerken, waar elke week geloof, hoop en liefde geoefend en geleefd worden, moeten hun deuren dicht houden. Maar in deze tijd van onzekerheid en sociaal isolement kunnen wel de kerkklokken klinken als teken van bemoediging, hoop en troost. In het klokgelui kun je ook waardering horen voor wie zich dag aan dag inzetten voor de gezondheid en veiligheid van medemensen. De Adventskerk heeft geen klok, de Oosterkerk wel. Er zijn meer kerken in Zwolle met een luidklok. Ik hoop van harte dat ze vanavond allemaal te horen zijn!

Ds. Nelleke Eygenraam, woensdag 18 maart 2020.

17 maart – Dirk-Jan Steenbergen

Ik schrijf deze blog met een heel vreemd gevoel. Een beetje onwezenlijk is het wel. Een virus dat de samenleving zo’n beetje plat legt. En dat in de tijd waarin wij mensen (zeker die in het rijke westen)  denken dat we alles kunnen. Dat we alles in de hand hebben, behalve het weer. En dan, levend in die waan, duikt er ineens een virus op dat we blijkbaar niet kunnen beheersen. Dat zomaar doorwoekert ondanks de maatregelen die wij nemen. Zeer verwarrend. Ook voor mij.

Ik ben nu ‘vrij’.  Dat wil zeggen.  Ik heb even niet zoveel te doen. Veel van de dingen die op de rol stonden zijn afgelast. Gaan zomaar niet door. Ik moet een beetje op zoek naar wat ik moet doen. Terwijl ik normaal gesproken bijna altijd aan het werk ben. En ik ben niet de enige.  De hele buurt werkt in de tuin,  klust wat aan het huis, en heeft voor 2 maanden toiletpapier gekocht. En dat door het corona-virus.

Gek eigenlijk.  We zitten in de vastentijd.  De 40 dagen voor Pasen, van Carnaval naar Paasfeest. Een tijd van bezinning. Maar bezinnen doen we niet. Wij, met Joods-Christelijke wortels, razen maar door. Dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit.  Het aantal christenen in Nederland dat serieus vast is zeer klein.  Zeker bij de protestanten. Een stap terug doen vanwege geloof, nou, dat is wat overdreven. Bezinnen omdat het vastentijd is lijkt niet nodig.  En juist in deze tijd komt onze samenleving tot stilstand vanwege een virus. Ineens moeten we een stap terug doen, moeten we naar onszelf en ons leven kijken. Gedwongen.

Maak je niet ongerust. Ik geloof niet in een God die virussen over de wereld uitstrooit om deze tot staan te brengen. Maar ik geloof wel in het nut van rust en bezinning. Even een spaak in het wiel van de 24-uurs economie. Bezinning.  Wereldwijd, maar ook individueel. Dat is er maar weinig, te weinig. En nu moeten we wel. Door een virus dat veel commotie veroorzaakt. En meer dan dat.  Dat voor velen levensbedreigend is. Daarom moeten we voorzichtig zijn. Heel voorzichtig. Want we willen niet dat iemand door onvoorzichtigheid er het leven bij inschiet of heel erg ziek wordt. Daarom dus een blog in plaats van een vieringen.  Het is niet anders. En dat kan ook nog wel even duren. Een donkere tijd, ondanks het begin van de lente. Maar we moeten hoop blijven houden. Nederlandse wetenschappers hebben stappen gemaakt in de richting van een medicijn. Dat is al heel mooi, voor deze ziekte.

Maar hoop houden gaat veel verder dan dat. Hoop houden betekent dat je steeds op zoek gaat naar het einde van de tunnel.  Naar het lichtje in de verte. En dat in het geloof dat dat licht er ook is. In de overtuiging dat na het donker er weer een nieuwe ochtend aan breekt. Dat zelfs door de dood heen licht is,  zoals we dat met Pasen belijden. Dat, ondanks Jezus’ dood,  Zijn verhaal verder gaat.  Het grote verhaal van God en mensen eindigt niet zomaar. Dat kent maar één einde. En dat is bij de belofte van de Eeuwige dat Hij onder de mensen zijn tent zal opslaan.  En dat Zij de tranen van de mensen zal wissen.

Veel sterkte en tot spoedig ziens, Dirk Jan

16 maart – Hans Tissink

Stil is de straat overal

mensen in huizen verdwenen…

even een luide sirene

stil is de straat overal (lied 1003).

Het is stil in de straat. Corona houdt onze wereld in de greep. Alles is onwerkelijk: geen kerkdiensten, geen bijeenkomsten, geen scholen, geen… Mensen blijven en werken thuis. Welke verwoesting zal het coronavirus verder zaaien aan slachtoffers, aan doden, aan rouwende nabestaanden?

Deze dagen zwelt lied 1003 uit ons Liedboek regelmatig op in mijn hart en hoofd. En het refrein klinkt al even indringend: ‘Komt er, God, een nieuwe morgen als een teken van uw trouw, worden wij bevrijd van zorgen? God, kom gauw.’

De coronacrisis creëert gelukkig niet alleen maar angst en zorgen. Ik zie godzijdank nieuwe initiatieven en nieuwe ‘morgens’. Gemeenteleden bellen en mailen elkaar uit meeleven en ter bemoediging. Op tv en internet verschijnen hoopvolle beelden: Italianen en Spanjaarden die op hun balkon zingen en applaudisseren voor artsen en verpleegkundigen. Wat kunnen wij doen?

Corona vraagt van mensen en kerken een ingrijpende verandering. Noodgedwongen ‘in quarantaine’ steek ik een kaars aan voor alle slachtoffers en hulpverleners. Ik lees psalmen bij ziekte en nood met nieuwe ogen en oren (13, 22, 31, 88). Ik ga over tot belpastoraat. En deze coronanood leert en dwingt mij om opnieuw en intenser te bidden:

God,

het is stil op straat
een kwaad virus waart als een spook
rond over uw wereld
en wij weten niet hoe en
wat en hoelang
Richt onze ogen op U
en op Uw Zoon Jezus Christus
die kwam om mensen te redden
Schenk ons uw goede Geest
om te vertrouwen op een nieuwe morgen
Trouwe God, bevrijd ons van zorgen
en kom gauw! Amen.

Ds. Hans Tissink, maandag 16 maart 2020

Reacties zijn gesloten.