Meester, doe iets, mijn broer wil de erfenis niet delen

Deze worden waren het thema van de overdenking van ds Siebren van der Zee in de dienst van de Oosterkerk op 4 augustus 2019. Tijdens het slotlied zat Amos op de schouders van zijn moeder en “zong” vol overgave mee!

De tekst van de preek:

Ik weet niet of het u en mij schikt om vandaag even bezig te zijn met het delen van een erfenis en dat het leven nog meer is dan ons bezit. Want daar gaat het evangelie vandaag over.

Mogelijk schikte het Jezus toen ook niet zo, maar ja de man komt zomaar op Jezus af: meester, doe er iets aan, mijn broer wil de erfenis niet met mij delen. Er staat niet bij of die andere broer ook is meegekomen. Maar die had ook geen vraag aan Jezus. Die hoor je dan ook niet. Is deze andere broer de oudste en wil hij liever niets delen? En ook al krijgt hij het meeste , waar hij recht op heeft, dan nog mag hij niet alles opeisen. Erfenis. Delen en verdelen van geld en goed. Geld en familie, familie en gevoelens. Wie daar goed doorheen komt, door dat samen delen, hoe dan ook, die doet vast al iets wat het evangelie bedoelt: niet op scherp spelen, niet het onderste uit de kan halen. 

Omdat de erfregels over verdelen ook in die tijd wel duidelijk zijn, hoeft Jezus er ook niet zo op in te gaan. Daarom zegt Jezus ook: je hebt mij niet nodig als rechter of bemiddelaar. Eigenlijk staat er: je hebt mij niet nodig als verdeler. Maar omdat de ene broer toch wel zit met zijn andere broer, gaat Jezus juist op die zwijgende broer in. Pas op, hoed je voor alle veelhebberij, zegt Jezus letterlijk, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, hoe overvloedig ook aanwezig.

Zou Jezus met ‘pas op´ ook kunnen bedoelen, dat rond geld en zo allerlei verzwegen gevoelens een rare rol kunnen spelen? Niet alleen hebzucht en jaloezie, maar bv ook het vaak verzwegen gevoel alsnog aan bod te willen komen en dan lijkt het alleen over geld te gaan maar dat is niet zo. Onnozele kleine dingen kunnen dan ineens heel belangrijk zijn. Niet voor niets loopt er al enkele jaren een bepaald tv-programma over al dit soort dingen. Met bijna altijd als vraag: waar gaat het eigenlijk om?

En zo vertelt Jezus: er was eens een rijk man; zijn landgoed groeide maar en  dijde maar uit. Schuren, schuren , schuren. Meer, meer, meer, u kent dan wel. Hij lijkt goed geboerd te hebben en gaat toch failliet.  Jezus schetst een mens die echt alles in zijn eentje doet, alsof hij verder niemand nodig heeft. Hij zegt ook wel 6 keer ik en 4 keer mijn. Alsof er buiten zijn ik verder niks meer is of niets nodig heeft. Ik zal dit, ik zal dat doen. En dan zeg ik tot mijn ziel…alsof zijn ziel ook al zijn bezit is. Het lijkt alsof de man met al zijn goederen voor vele jaren iets zeker wil stellen, op safe wil spelen. Daarbij is hij onbeschaamd eerlijk met zijn uitroep: rust uit, eet, drink en wees vrolijk, zegt hij al weer tegen zich zelf.  

In een gedicht van Heleen Pasma staat deze regel: verdrijf niet met glitter de glans van het licht. Licht dan met een hoofdletter. Je naam kan in Quote verschijnen en je kunt 100 huizen in Amsterdam op je naam hebben maar wat héb je dan of nog beter wie ben bén je dan. Heel vol en heel leeg kunnen dan vlakbij elkaar liggen. Of heel rijk en heel arm. In een bekend gedicht staat: op het bord stonden ze geschreven: het werkwoord hebben en het werkwoord zijn. En ook al ben je helemaal niet rijk, ook dan kan het hebben zomaar het zijn letterlijk wegwerken. Als het leven zomaar kan vollopen met van alles en nog wat (voor wie, voor wat) kan er van binnen zomaar iets gaan weglekken, ongemerkt. Namelijk dat je ook nog van geven leeft. De rust gaat bv weg , en het ervaren van het gewone, de stilte, en dat je van relaties leeft, kortom je raakt bijna kwijt dat je ook nog ontvanger bent. Wij werkten en wij wonnen veel, maar alle winst bleek schade, staat er in een oud lied.

Als God niet meer hoeft of niet meer mag, maak je van iets anders je religie . ga je voldoen aan het zgn. moeten van ´men´, of aan de nog steeds rond-gaande perfectienorm. Als alles mooi en perfect moet zijn, alleen maar leuk, leuk, leuk, zegt de Belgische psycholoog Dirk Wachtermans, wordt alles zo onecht, dan mag het niet meer over gebreken gaan. Terwijl, zegt hij, het echte leven juist begint bij het erkennen van onze gebreken, dat wij feilbare en begrensde mensen zijn.

Of, zoals Jezus hier zegt, dat de dood bij het leven hoort. Want rond de dood praat je immers niet meer zo over wat je allemaal hebt of hebt bezeten maar telt vooral wie je was en ook na je dood nog steeds bent. Maar deze rijke kan tijdens de race naar meer niets meer tussen haakjes zetten. Er mag geen wolkje aan zijn hemel zijn. Maar Jezus noemt hem een dwaas. Dat woord wat ook in ps 14 staat, de man die met zijn houding zegt : God doet er niet toe. Hij is het gewoon menselijke kwijt geraakt, hij is als het ware relatieloos geraakt. Hij is het zicht kwijt geraakt op wat liefde is, wat aandacht en trouw kan doen, wat genade is, waar je mens en medemens bij blijft. Waar je ziel om draait, ja waar de hele wereld om draait.  Vandaar dat jezus ook vraagt: voor wie zal het zijn als je gestorven bent. Anders gezegd wat schiet de wereld er mee op.

De grote kerkvader Augustinus zegt ergens: mensen die alleen maar geluk zoeken en zich laten bedwelmen kunnen hun innerlijke leermeester kwijtraken. En Aug bedoelt daar heel duidelijk Jezus mee.

Conclusie van Jezus: zo gaat het met wie voor zich zelf schatten verzamelt en niet rijk is in God. Dat woord klinkt ons wat raar in de oren. Zoek je rijkdom bij God, zegt Jezus letterlijk. Hoe doe je dat. We voelen wel aan wat Jezus bedoelt: een mens heeft behalve een buitenkant ook een binnenkant. Anders gezegd: lukt het u en mij nog, tussen al onze bedrijven door, dat er meer is dan mijn stukje, ook meer is dan al mijn dingen en al mijn dagen…dat ik het verlangen van God in mij niet wegwerk, of wegduw, of weg redeneer, hoe dan ook dat ik er niet zomaar ben maar mens van God ben, geschapen om liefde toe te laten, dat ik van barmhartigheid leef en zo naar anderen probeer te kijken, dat ik open wil staan voor wat mijn ik te boven gaat, en voor zoveel wat mij hoop kan geven, door al mijn vrezen heen. Dat is rijk in God zijn. Ofwel écht rijk zijn. 

Want ten diepste ben ik niet wat ik heb, of kan of weet enz, ik ben wat ik heb ontvangen. Ik leef bij de gratie. En zo vertelt Jezus een verhaal. Wij zouden best willen weten—nee, het staat er niet bij– of die zwijgende broer –die eigenlijk niet wilde delen—zich iets heeft aangetrokken dat je veel kunt hebben en toch arm kunt zijn. Maar dat zal wel het geheim tussen die broer en God zijn. Tenslotte dit: ik zal het lang niet altijd zo beseffen of meenemen, dat ik van gaven leef, dat ik leef bij de gratie. Toch is het ook weer heel eenvoudig: ik hoef alleen maar mijn innerlijke leermeester mee te nemen, ook morgen, amen.

Reacties zijn gesloten.