Visie van de nieuwe
wijkgemeente Hoeksteen/Oosterkerk in Zwolle
zoals deze dd. 15 juni 2010 door de stuurgroep is besproken en waarin verschillende opmerkingen uit de gemeentevergaderingen en van andere betrokkenen zijn verwerkt
Context
De Protestantse Gemeente Zwolle kent verschillende wijkgemeenten. De nieuwe wijkgemeente is een samensmelting van de voormalige wijkgemeenten De Hoeksteengemeente en de Oosterkerkgemeente.
Visie
De visie van de nieuwe wijkgemeente ligt in het verlengde van de visie van de Protestantse Gemeente Zwolle. In haar beleidsplan 2008 formuleert zij als haar missie:
| De missie van de Protestantse Gemeente Zwolle is het verkondigen van het Woord van God en het vervullen van de opdrachten die Hij ons daarin geeft; dit tot eer van God, tot opbouw en uitbreiding van Zijn koninkrijk in deze wereld en tot heil van de mens als zijn beelddrager.
De nieuwe wijkgemeente wil een gemeenschap vormen van mensen:
|
Karakter
De nieuwe wijkgemeente wordt gekenmerkt door de volgende uitgangspunten: a. er is ruimte voor mensen met verschillende geloofsopvatting en geloofsbeleving: de gemeente is te herkennen aan ruimzinnigheid en verdraagzaamheid; veelkleurigheid wordt beleefd als een geschenk van de Heilige Geest b. centraal staan de zondagse vieringen, waarin wij samenkomen rond Schrift en Tafel; de vieringen worden gekenmerkt door enerzijds devotie, anderzijds levendigheid c. wij zijn oecumenisch ingesteld, open en gastvrij, een ieder is welkom, ook aan de Maaltijd van de Levende d. wij zijn de eersten niet die in geloof de weg van de belofte trachten te gaan, wij staan in een lange respectabele christelijke traditie; wij willen onze roeping door de Eeuwige op eigentijdse wijze vormgeven, in liturgie, in pastoraat, in diaconaat, in vorming en toerusting, in jeugd- en jongerenwerk, in gemeenteopbouw e. wij willen zoeken naar verbinding met hen die anders of niet geloven; wij willen zichtbaar zijn in onze wijken, in onze stad, in onze samenleving |
Kenmerkend lied ter inspiratie
Hoe ver te gaan? (Huub Oosterhuis/Antoine Oomen)
Hoe ver te gaan? En of er wegen zijn? Nooit meer gebaande.
Hoeveel paar voeten zijn zij? Twee, drieduizend.
Nog bijna slaven, vreemden voor elkaar. Kreupelen, blinden.
Maar met iets in hun hoofd dat stroomt en licht geeft.
De zon zal hen niet steken overdag. Bij nacht de maan niet.
Zij stoten zich aan stenen. Niemand draagt hen.
Omdat zij willen leven als nog nooit, angstig te moede
zijn zij gegaan met grote hinkstapsprongen.
Niet hier hun vaderland, en schaamteloos wagen zij alles.
Soms wordt woestijn oase waar zij komen.
Vrijheid ontkiemt in hen, gloeit aan, dooft uit, zal weer ontvlammen.
Zij blijven kinderen, zij worden groter.
Hun stoet is zonder einde en getal. Tel maar de sterren.
Zij weten van de Stad met fundamenten.